beSPIEGELing
Spelevaren. Gedachteloos. Gedichtloos. Gewichtloos. Gezichtloos. Gestichtloos. Evenwichtloos. Daar was laatst een meisje loos. Zo schoon. Zo verheven. Zo alleen. Onstuimig. In haar leven.

Gelijk de wind een hoek van het tijdschrift laat krullen. Een krant die, zijn taak volbracht, achteloos in een hoek gesmeten, wacht op een ander leven. Een nieuw leven. Mogelijk als pulp.
INJECTIE.
De naald glinstert in kunstlicht
als de parel het einde van de spuit
het begin van een weer opgebloeide
fantasie tot staan gaat brengen.
Reizen wordt op deze manier
wel erg beperkt;
toch maar
een enkeltje nemen”
Een spiegel die je wordt voorgehouden en die je kunt ontkennen. Afwijzen desnoods. In het licht van de nakende duisternis. In het licht van de sfeer en de toon die gezet wordt. Het mysterie van het naderende feest. De boodschap die de wereld overgaat. Van een ieder jaar terugkerende vrede. En de harten die weer door goede voornemens zullen gaan ontsluiten. Gelijk bloemen zich weten te ontvouwen in het feest van het licht. Het weer licht. Voor een zoveelste keer. En wij met een traan mogelijk afscheid zullen gaan nemen van al wat achter ons ligt.

Ons richten op de dag van morgen. Misschien zelfs op de dag na morgen. Op de nachten die ons de rust zullen bieden. Op nachten vol onstuimigheid. Nachten van zijn en niet zijn. De slaap die ons weet te verkwikken. Of het denken wat ons wakker houdt. Onrust en hete hangijzers.
STIGMA.
Waar ligt
het gewicht
van draaideur in
gesloten deur uit
als de sleutel
met gewicht
in handen van
de anderen ligt.
Wat is de zin
van mijn zijn
als ieder vergelijk
met mij
niet opgaat
onzichtbaar etiket
stigma dat ik meezeul
bij ieder stap die ik,
gelijk de ander
niet kan maken”

De ruit waarin ik me spiegel, biedt ruimte aan mijn bespiegelingen. Het is een spel wat zich niet direct laat ontsluieren. Maar zich waarschijnlijk in nog veel meer raadselen zal weten te hullen.
Nog maar eens wat gaan spelevaren. Koester daarin de stille hoop. Probeer de wending af te weren. Dit blijkt ijdele hoop. Sfeer echter, laat zich wel degelijk vangen. Ik denk dat ik een poging waag!
SPELEVAREN
Onstuimig in de wind
roekeloos bruist het leven
verscholen onder
oppervlak waarover
een heldere lach klatert
het waterhoen antwoordt
het wuivend riet weerspiegelt
traag druppelt
een opgeheven peddel
loom kabbelt klotst
het water spiegelspelt,
geniet.

Tot straks maar weer! Wee de nacht wacht”
Laatste 15 Reacties