Jaar: 2012

Spiritueel dansen

Er zijn geen lessen in, noch een cursus voor. Althans, bij mijn weten. Spiritueel dansen. Ik heb me daaraan schuldig gemaakt. In die zin dat ik dit met meerderen deed. Daardoor een mate van dubbelheid bij mezelf heb ervaren. De dag namelijk dat die kalender aangaf dat een andere dimensie zijn intrede zou gaan doen. Iets met Maya’s geloof ik. Terwijl aan de andere kant de winterzonnewende ook een aanvang nam. En ik daar ergens tussendoor manoeuvreerde. Bij wijze van spreke dan. Zoals ik wel vaker spreek. Niet altijd in de meest eenvoudige regels, laat staan in begrijpelijke zinnen. Hetgeen geregeld nood tot een discussie. Veelal met mezelf: een enkele keer weet een ander zijn of haar schroom te overwinnen…
Nu weet ik ook dat ‘Dansen bij Jansen’ en optie had kunnen zijn, ware het niet dat dit dansoord zich in Amsterdam bevindt. En om nu helemaal naar Amsterdam te reizen om zo een enkele pas tot uitvoering te kunnen brengen geeft, in mijn beleving, geen pas. Neen, ik gaf mij over aan vier passen zijwaarts, vier voor- en achteruit, een herhaling van de zetten, terwijl mijn ene hand rustte in de hand van de ander, de andere hand in die van de een. Een gesloten kring die zich bewoog rond het licht dat het duister verjoeg. En ook wij lichten in het donker…
Zondag reeds. Niet alweer. De herhaling van de dingen gaan nu eenmaal zoals ze gaan. Een grote mate van voorspelbaarheid dewelke zich voordoet. De dalen die wij achter ons kunnen laten en de bergen in het vooruitzicht. De mate van voorspelbaarheid: de mate ook waarin ik me de laatste dagen heb bewogen. Waar zijn nu die beelden, bijvoorbeeld” Als ik stel: ‘in de maak’ lieg ik ook daar geen syllabe van. Maar beelden dienen dezer dagen ter ondersteuning van wat tekst. En als de tekst zich niet leent voor beelden wordt het, per definitie, anders. Gelijk het anders zich anders kan voordoen. Hetgeen het vooronderstelde ‘welbehagen’ dan weer geweld aan zou kunnen doen. En de cirkel zich weer sluit. Want ook dat kent nu eenmaal een eeuwigdurende herhaling.
Het heeft er veel van dat ik gek ben op herhaling. Waarschijnlijk door mijn beperkte woordenschat. Ik doe er alles aan om juist die schat uit te breiden. Wat ik daar precies aan doe, is ook mij een raadsel. En voor raadsels ben ik, in zekere zin, niet ongevoelig. Neem nu, bijvoorbeeld, het raadsel van het leven. Sommigen geven hier de slinger aan door dit als wonder te gaan benoemen. Anderen nemen dit als simpel feit aan. Derden verbazen zich nergens meer over. En vierden vieren het leven als iets wat ‘van bovenaf’ wordt gegeven. Waardoor de beschikking over leven inherent kan worden aan de dood. Hetgeen ons dan weer opzadelt met een ander raadsel: het wonder van de dood.
Ook ik beweeg me rond in cirkels. Ook ik poog niet veel meer dan raadsels te onthullen. Niet veel meer dan andere pogingen die ik onderneem. Het pogen is nu eenmaal het proberen waard. Zoals ik poogde spiritueel te gaan dansen. Me meer richtte op de passen van mijn voorgangster. Ik nog weleens de draad uit het oog verloor. Me in mijn passen vergiste. Met wat snellere passen mijn passen weer in die dans wist te voegen. Opeens weer bij die eenheid was. Geenszins mijn voetmaat dit keer aanvoerde om mijn excuses van vergezeld te doen gaan. Hooguit een glimlach rond de lippen van die ander zag ontstaan. Niet veel meer deed dan deze lach te spiegelen…
Heel bijzonder was het. Mijn zijn en dat zijn daar. Het samenzijn. Het samen delen. De harmonie die een wezenlijke rol ging spelen. Nadat woorden waren gezegd, een gedicht werd voorgedragen een beschouwing voor een stilte zorgde. Dat samenzijn, die harmonie in dat moment, vergaf mij de ‘faux pas’ die ik op die houten vloer mocht maken. De woorden die ik met mijn tafeldame mocht wisselen; eenzaamheid als thema en samen als geheel. Heel!