Kunst

VROEGER.
Ik zoek
niet verder
dan mijn neus
kent nog
de geur van
vroeger, uren
stond het vlees
te sudderen op
het petroleumstel;
ik zoek
niet verder
dan mijn neus
is vlees geworden
de geur van
vroeger, sleets.

Herken JU deze woorden nog” Toepasselijk als JU weet dat wij vanmiddag in Schellinkhout door het dorp liepen. Een tweetal petroleumkachels in een tuin met een bordje te koop erbij. Niet die bekende van Aladdin, maar wat jongere uitgaven. En dat haalde voor een deel de weemoed terug. Want het is een dorp met alle kenmerken van dien. Een eindeloos slingerende dorpsstraat met huizenhoge nummers, trekkers die proberen het pasgemaaide gras, na het gekeerd te hebben, van het land te halen voor de eerste regenbui er een natte bende van weet te maken. Kuilgras wat met een shovel tot drie meter hoog wordt opgetast.

De geur van pasgemaaid gras wordt verweven met de geur van paardenstront. Een verdwaald vakantiepark wat zich kenmerkt door permanente huisvesting: een dorp in het dorp. Een nieuwbouwwijk, die door de tijd ook weer wat gedateerd is. Maar zal altijd wel een nieuwbouwwijk blijven. Tot het moment waarop de gemeente besluit om het bestemmingsplan te gaan wijzigen: bouwland in plaats van grasland. Een uitzicht wat nu nog tot de horizon reikt, een enkele windmolen die probeert op te boksen tegen een molen met een langer verleden. Nederland ten top. Want het zijn juist die molens die momenteel voor een deel de horizon vervuilen: hoger, groter en witter. Neen, dan een dwaaltocht door de Schermer. Ursem, wat kermis viert en het einde van dit festijn door wat zwalkende lieden wordt ge”llustreerd. Plastic glazen die over de dijk heen de sloot inwaaien. Ouderen die hun feestje op het eigen terrein weten te vieren. Kartonnen bladen die garant stonden voor minimaal zes glazen. In een keer. De landerigheid die zich bij ons voordoet als wij, per ongeluk, een rondje rijden, omdat er geen brug te bekennen valt. Onder de dijk waar boven de waterspiegel staat. Geen Hans Brinker te bekennen, laat staan een gat waar een duim in verdwijnt.

Zo’n zondagmiddag gevoel op maandag. Zoals wij vroeger met de familie nog wel eens uit rijden gingen. Probeerden het onbekende land te gaan verkennen. Er niet altijd sprake was om ergens een uitspanning te gaan bezoeken. De Gouden Karper in Rustenburg bijvoorbeeld. Of even stilstaan bij de transformatoren in Oterleek. Waar al die hoogspanningskabels in grijze dozen lijken te verdwijnen. En waar niemand te bekennen valt. Het gezoem wat zich hier ongetwijfeld voordoet, maar in de auto niet te horen valt. Weemoed.

Hoe kan het anders dan in een dorp waarbij de bushalte heet zoals deze op het bordje staat”!
Doet me denken aan de autoritjes die we maakten..
Op zoek naar “het einde van de Wereld”..
Holysloot of zoiets..
Waar je alleen IN, en ook via datzelfde pad ook weer UIT moest rijden..
Zomaar een dorpje
In helemaal niets
Niets anders dan Landerijen”
Zou het er nu nog zo bijstaan”
Een kerk.. Een bibliotheek..
een paar huisjes…
LANGS “S HEEREN WEGEN
Het land is groen en de weg voert
Kronkelend over oude dijken langs
Wannepererveen, Blauwe Hand en
Doosje
Langs Baarlo, Heetveld, Barsbeek,
Belt-Schutsloot, Roebolligehoek,
Genemuiden, Kampen ” en terug naar
Doosje (waar anders heen”)
(Martin Bril)