Vierhonderdenvierenvijftig


iGer.nl
Een tijdje terug. Wat bladeren in de geschriften. In een tijd waarin een stortvloed van woorden mijn pen uit vlood. Een wirwar van wervelingen in een stroom van zinnen. Veel onzin zinnen en ik was niet altijd bij zinnen.
Verzoop ook bijkans in de bijzinnen. Maar moest dit kwijt. Ten faveure van mezelf in mezelf, toen.
Was aan het overleven en raakte veelal de draad weer kwijt.
Zoveel emoties, zoveel niet te plekken prikkels en de plaats waar ik mij bevond voorspelbaar, thuis. Een pen, een glas en een fles. En een hete brij van letters die zich tot woorden vormden.


iGer.nl
Nu, ruim 17 jaar later en in het gelukmakende bezit van dit medium, raak ik de straatstenen en daardoor krijgt de plek een plaats. Schaduwen uit mijn verleden en een knipoog naar het nu, mijn heden. Mijn mogelijk heden. Mogelijkheden dus! En denk ik na over het woordje in. In is binnen in mij.
Het fenomeen van inside. Door van binnen naar binnen te kijken vervagen velerlei dimensies. Zaken laten zich ook niet altijd benoemen, laat staan dingen. Dingen hullen zich nog meer in een gewaad van schijn. Transparantie met een kleurtje. Als een Thaise wensballon die in een nacht het luchtruim koos. Een eigen koers bepaalt en een eigen plekje zoekt. Waar ik hem tegen kom met een opschrift van een haar. En de tekst heb vastgelegd.
Omdat het een vrij universele tekst was. Of beter is.
Aan ouders. Van een kind. Hun kind. Dat het luchtruim koos. In schrift en in gedachten.
Dat kan er, wat mij betreft, voor vandaag zeker wel bij.


iGer.nl
Om terug te gaan en wat vooruit te denken. Want denken blijft. En kijken ook! Rond mij heen kijken. Om mij heen kijken.
Ik. Als waardig middelpunt. In het belang van ik. Ik ben mijn eigen belang door het middelpunt te zijn.
De as waarom de wereld wentelt. De wereld waar ik in deel. Waar ik deel in ben. Omdat ik ben. Omdat ik niet blijf.

Omdat ik relatief ben. Niet alles relatief is.

Omdat ik kijk. Omdat ik wakker lig. De wekker niet meer gaat. Omdat ik geniet. Op mijn manier van de dingen.
Het zijn dan ook de doodgewone dingen. Er over zingen kan ik niet. En die tekst” Zongen wij in Schakels. Juist om stil te staan bij die dingen. En over Schakels kom ik ook nog wel te praten. Eens. Of om iets te laten zien. Want dat was ook een deel van zijn. Mijn zijn wat ik mocht delen. Met die anderen. Met het toneel.
In een rol. Een rol die ik zelf van een inhoud mocht voorzien.
Waar je stukken van jezelf in legt. En waar een reactie van een toeschouwer mij toch wel aan het denken zette: ‘nu ben je veel aardiger dan toen” Ik schrok toen je zo te keer ging!’
Was het overtuiging” Of was het toch een deeltje van mij” Een duiveltje wat ergens in mij verscholen ligt”
Een duiveltje wat wij allen wel kennen” Een tegenhanger van de engel” Wie zal uiteindelijk de veerman gaan betalen”
Engelen en duivels: zij kijken, lachen en wachten af. Vol verwachting!

WEERLIGT

Laat mij met zinnen spelen

– niet verwoord is ongehoord –

dan kan ik delen

– ongelezen – dwaal ik voort

durend en bordurend daagt

het oosten westerlicht

doe ik mijn gordijnen

dicht en tol ik in de ruimte

zoek het licht dat ergens

in mij – en in die ander –

zichtbaar en geborgen weer

ligt in een ander hoekje.

26-01-’93.-1.

17 jaar. Zo’n beetje geleden.
En onderwijl ging de tijd door.
Leiden. Leed. Geleden. Uitgegleden.


iGer.nl

Wat is goed” En waar gaat het fout”