spel

20090915-1253019417N0207ama1179

Het leven is een strijdtoneel, eenieder vecht en krijgt geen deel. Het leven is een grote poppenkast en als je
niet oppast ga je aan je eigen kast ten onder. Als water vuur omarmt gaan beiden sissend uit. Nu lijkt uitgaan
op zich wel een verademing maar als de wind dan ook nog door de schrale takken jaagt, weent menig gebeente
wat de bladeren door de lucht laat vliegen.
Of die andere tekst:

“Zodra de verwarring compleet is en niemand meer weet waar het droste-effect stopt, plant ik de vlag en
regeert mijn werkelijkheid”.
Sander Rood, 1973 – 2009, beeldend kunstenaar.
In 2009 maakte hij zijn laatste project ‘De Bloem der Verlichte Schaduwen’ voor Kunsteyssen.
Sander Rood maakte absurde kunst. Droogkomisch kun je het noemen. Zijn werk was volkomen zinloos,
maar dat maakte het nu weer zo bijzonder. Gebruiksvoorwerpen die geen enkel doel dienen dan zichzelf.
Zoals een waterpomp in een meer, handtasjes van hout, een hoed met een gloeilamp, een geldautomaat
waar alleen muntjes in kunnen. Een IM. Wat ik in de krant aantrof.

Kunsteyssen. Het kan haast niet anders dan dat ik er niet aan ontkom een bepaalde hommage aan deze
Sander op te dragen. Want ook daar vertoefde ik een wijle. Toen de eerste opzet van Kunsteyssen op
die andere locatie kleur en vorm begon te krijgen. Er een bepaalde mate van actie te bespeuren viel.
En het publiek zich veelal beperkte tot een enkeling.
Een toevallige voorbijganger. Of iemand die snel was uitgekeken bij Karwei.
Waar kunst nog voor een schappelijke prijs te genieten valt: slechts twee euro staat er op het toegangsbiljet.
Met een beetje fantasie tenminste, want een toegangsbiljet kost geld.
En geld heeft men juist nodig om Kunsteyssen te kunnen continueren.
Dus toch geen toegangsbiljet in tegenstelling tot de Kunststelling: daar is het nog gratis.
Aantrekkelijk in deze relatief sombere en daardoor sobere tijden.
Maar het kan mensen ook weer meer vernuftig maken. Er eens ouderwets op uit trekken.
De paden op, de lanen af en de frisse lucht die zich spontaan meester maakt van de oren.
Bulderend en dan weer fluisterend, aaiend en strelend, klapsuizend en praktisch onhoorbaar
worden klanken in de gang gepropt. En de gewaarwording laat zich raden.

20090915-1253019295N1107kunsteyssen1462

Zijn het woorden die je goed doen of is het weer de harde klank waarmee een verzoek praktisch een bevel wordt”!
Laat mij gissen: een zoetgevooisde stem vol tederheid.
Die lieve dingen over je uitstrooit, met ergens een echo uit een ver verleden.
Toen onbevangenheid en roze wolken de lucht voor JU klaarden.
En JU niet veel meer te doen wist dan de vlinders in de buik te koesteren…

Maar ook die emoties zijn in het plakboek terechtgekomen.
De sfeer en omstandigheid van toen op een verkleurde foto gevangen.
Het lange haar, het jeugdige verlangen en kleren die momenteel antiek aandoen.
Geblokt, kleurrijk, blauw en zwart, een sjaal, een muts en een aandoenlijk tasje uit Afghanistan.
Een land hier heel ver vandaan, een land waar later twintig Nederlandse doden zouden vallen…

Droogkomische kunst omschreef de krant. Ik zou niet weten hoe deze bijdrage vandaag op JUW schellen valt.
Misschien vallen er niet eens schellen: mogelijk dat het vandaag juist weer een dag wordt voor de oogkleppen.
Ook dat zou mij totaal niet tegenvallen.
Tenslotte is het alweer woensdag en weet ik niet veel beter dan te vermoeden dat het morgen
wel weer donderdag zal zijn…
SPEL

Als aarde wind en regen
wint de aarde van de wind
de droppels striemen door
het ruisen, halmen zoeken
houvast aarde, wind
de aarde koestert traag
de vlokken dwarrelen
door de wind wat aarde
wegvoert op de golven
deinen duinen land
de regen vochtig in haar
schoot, een veilig vuur
verbergend schiet zij uit
spuwt vlammend kokend
magma stolt, omhelst
de droppels lucht rest
wat er was, was aarde
vuur en regendroppels
wind wint water wast.

20090915-1253019126N1107kunsteyssen1475

Een spel met woorden.
‘Woorden vermoorden de waarheid’, schreef Carla Mahieu ooit in mijn boek ‘In de ban van de ring.’
Zij deed dit vergezeld gaan van haar mondafdruk, een kus.
Ook deze afdruk vormde een ring.
En in die ring ben ik nog steeds te vinden.

Neem daarom ook deze keer mijn woorden met een korrel zout: tenslotte is het zuur allang uitgesproken…