'De storm' & 'de ramp'

20090917-1253218911N0909neeltjejans333(2)

‘Marmor, Stein und Eisen bricht, aber unsere Liebe nicht,
Alles, Alles geht vorbei, …

klonk het ooit uit een Juke box in Gerolstein. Op vakantie in Duitsland en een langdurige stoomtreinreis
achter de rug. Een vriendje die mee mocht en mij uitnodigde Gin te gaan drinken. Dronken achter de koeien
aan om te proberen melk aan de uiers te onttrekken en de goulash van ’s middags tussen de vlaaien in het
gras achter latend… En dan de volgende dag. Alleen de lucht van die gin. Als Eau de Cologne kwamen de
restanten van de goulash weer naar boven. Kokhalzend en het voornemen om nooit meer één druppel
te drinken, werden later achterhaald door sloten sherry, kanalen wijn en meren vol bier.

Het heeft iets weg van een wedergeboorte, indien het moment tussen de ene dronkenschap voldoende
afstand van een andere dronkenschap heeft genomen. Nu kan daar geen sprake meer van zijn.
In de gebruiksaanwijzing van de Acenocoumarol wordt gesproken over “”n, hooguit twee glazen om niet
teveel invloed uit te oefenen op de mogelijke INR waarde. En in het kader van de regelmaat wordt dit dan
een nieuwe leefregel. En zal ik mij moeten neerleggen bij mijn gedachten aan die momenten ooit.

20090917-1253219209N0909stuw326

En dan sta JU aan een dijk. Een rij van schuiven die een stormvloedkering vormen.
Gaat ‘De Storm’ in premi”re en wordt ‘De Ramp’ weer levend gemaakt. En kan ik me niet veel meer
herinneren dan een grote vrachtwagen die in de nacht kleren, speelgoed en beddengoed komt ophalen.
De wind die huilt door de straten en ik ben nog zeven.
Een gitzwarte nacht waarbij de radio niet veel meer doet dan de ene ramp na de andere ramp
aan te kondigen. Zoveel doden hier, zoveel tientallen doden daar.
Tweehonderdvijftig duizend hectare groot is het land, dat direct door de stormvloed getroffen werd.
7,8% van ons gehele land. Zo snel mogelijk, voor het volgende springtij kwam, werden de dijken gedicht.
Dag en nacht kropen de trage rupsen van zakkendragers langs nietige dijken tussen water en wind.

En dan de foto’s. In zwart/wit zijn de vele hulpverleners van toen ongekende mensen nu.
Drie honderd duizend verloren die nacht alles behalve het leven.
Een nog steeds stijgend aantal verloor het leven.
En overal luidden die nacht de noodklokken en braken de overspoelde en in de rug aangevallen dijken.
Die nacht.

Het was een nacht die op volle maan volgde.
De nacht van Zaterdag 31 januari.
Maan en zon zogen het zilte water hoog tegen de kusten van West Europa.
Springtij.

Het is een oud Frans gezegde: ‘God schiep de gehele wereld, behalve Holland,
want dat hebben de Hollanders gedaan.’ Maar hoger dan dit stoer werk van dijkgravers en menselijke
berekening steeg op loeiende nachtelijke orkaankracht het water.

Het eerste slachtoffer werd Zondagmorgen om 9.58 gemeld.
Het was een lifter, verdronken in een auto op de straatweg tussen Dordrecht en Moerdijk.
Even later volgden de acht doden uit de weggeslagen dijkhuizen van Hontenisse, in Zeeuws-Vlaanderen.
’s Avonds steeg het getal tot 58, na middernacht tot 85.
Toch steeg het cijfer sindsdien van 394, 605 naar Woensdag om drie uur naar het ontstellende getal
van 1223. Men sprak over duizenden vermisten, honderden aangespoelde en nog onbekende lijken.
Met omstreeks 1400 bleek op Vrijdag eindelijk de vrijwel definitieve top bereikt.
En nu is er ‘De storm.’ Met een hernieuwd beeld in zwart/wit. Een dijk.
Mensen gehuld in lange jassen en dekens, een kind of een fiets aan de hand.
Een auto, bepakt en bezakt, aangepast aan de snelheid van dit letterlijk berooide voetvolk. Een koe.
Zeeuwse paarden die een kar met schamele bezittingen voortbewegen.
De film begint op 31 januari 1953, met een radiobericht over de storm die gaat komen.

De regisseur Ben Sombogaart luisterde als zesjarige radioluisteraar naar de gruwelijke berichten uit
de overstroomde provincie. De aanpak van Sombegaart sluit meer aan bij de manier waarop we een
ramp door nieuwsmedia belicht zien: het is een voldongen feit, waarvan alleen de nasleep weergegeven
kan worden.
Drie sterren. En een verwijzing naar de feiten, in dit geval getallen en de authentieke beelden in het
boek ‘De Ramp’ alwaar ik delen van voorgaande zinnen aan ontleend heb.

Wij waren in Zeeland. Vorige week. En de beelden heb ik nu in kleur vastgelegd.
Maar met de klimaatverandering in het achterhoofd kan een combinatie van toen zich zomaar
weer gaan voordoen. Tenslotte bestaat door die ‘Trechter van de Noordzee’ in combinatie met
springtij en een Noordwester nog steeds de mogelijkheid dat ook de huidige voorzieningen niet
bestand zijn tegen de krachten die zich toen samenbalden…
RENAISSANCE

Water zwiept de golven
beuken op het God
verlaten strand, huilt

een klaagzang, de sirene
jankt, het helmgras wuift
en buigt en laat
voor even leven
dood

stil schuift de vloed
lijn verder in
verpulverd zand.

‘De storm’ wordt aangekondigd met de kop ‘Geen plat polderspektakel.’
Edoch in de krant van gisteren kwam ik de kop:
‘Begroting splijt poldermodel’ tegen.

En Balkenende”
Is dat geen Zeeuw”
Maar niet de uitvinder van het poldermodel. Dat was Kok.
Ook Kok viel uiteindelijk voor het groot kapitaal.
Terwijl dat weer de man was die vanuit de FNV voor zijn vakbond kwam te staan…

Goed dat die film ‘De storm’ is gaan heten.
Want als hier ook ‘de ramp’ zou worden gebruikt, dan kan het haast niet anders dan dat de ene ramp
in een andere ramp zou overgaan!

20090917-1253219385N0909zoutelande340