Vita & Mortura


iGer.nl
Wat niet weet, dat deert niet altijd. En wat zich roert hoeft niet altijd kruid te zijn. En als iets kruipt, kan het met leven te maken hebben. Maar wat zwijgzaam door het leven kruipt, kan te maken hebben met de dood. Dan ook kun je je gaan realiseren welk een betekenis aan het leven gehecht kan gaan worden. Ook dan is er mogelijk sprake dat levenskansen niet veel meer zijn dan momenten die de een niet dan de ander wel voor even gegeven worden. Juist dan kan sprake zijn van een naderend onheil, een toestand waarbij de gevolgen ternauwernood zijn te overzien. En dan is het vaak gepast om een zwijgen naar voren te brengen. Niet zwijgzaam toezien, maar meer dat gepaste zwijgen wat bij die desbetreffende situatie past. Gepast is in zekere zin. En het besef dat zich dan voordoet: het feit dat je leeft.


iGer.nl
Het zal geen toeval zijn maar meer de bekende samenloop dat ik juist dit stuk ergens onderweg vandaag trof. Vita. Leven. Een stuk wat ik ooit in de Pers ben tegengekomen en waarschijnlijk in een ietwat andere entourage wereldkundig heb gemaakt. Toen mogelijk onder de noemer La Dolce Vita, het kenmerk van het zoete leven terwijl nu sprake is van het harde leven. De realiteit waarbij grenzen niet worden geschuwd en waarbij de vragen blijven stokken. Het geenszins de bedoeling is om daar antwoorden bij te gaan bedenken dan dat er sprake kan zijn van het vinden van antwoorden. Want leven en dood is een spel wat vaak keihard speelt. En waarbij juist die vragen absoluut niet opportuun zijn. Het uitsluitend om de feiten draait. Er niet meer gemarchandeerd kan worden en K”bler Ross zich in alle hevigheid manifesteert. Feiten. Waar de emotie als het ware buitenspel wordt gezet, en waar het einde zich trefzeker zal gaan opwerpen. Het lot mogelijk even doet denken aan het noodlot en waarbij Karma de meest belangrijke rol gaat spelen. Waarbij gedachten uit de Oosterse filosofie kunnen gaan botsen met de Westerse denkwijze, waarbij vonken een naderend onweer kunnen gaan verklaren.
En waar dat gepaste zwijgen de meest belangrijke rol speelt. Of, zoals Trudy opmerkte, misschien samen huilen maar op afstand een mogelijkheid biedt om sterk te staan tegen de emoties die ons niet bepaald onberoerd laten. Emoties. En het kijken naar omstandigheden.
Vandaar dit stuk hierna:
‘by the way’ – intermezzo – ( tussen twee haakjes )”
VITAAL
Vitaal stamt van het Latijnse woord vita (leven) en betekent onder meer: ‘ kracht en lust tot leven bezittend, energiek en levenslustig’. Vitaal associeer je automatisch met ‘jong’.
Juist daarom hoef je niet apart te vermelden dat iemand van achttien of twee”ntwintig vitaal is. Aan het woord twintiger is het betekeniskenmerk ‘vitaal’ inherent, waardoor een combinatie als vitale twintiger net zo’n pleonasme* is als oude grijsaard.
In de taalwerkelijkheid wordt vitaal daarom vooral gecombineerd met namen voor ouder mensen. Aan zulke benamingen is het aspect ‘vitaal’ kennelijk niet inherent. Uit een grote verzameling hedendaagse teksten ten behoeve van woorddefini”ring blijkt dat woordcombinaties als vitale vijftiger en vitale zestiger zo’n zeven ” acht keer vaker voorkomen dan vitale twintiger. Blijkbaar vinden taalgebruikers de kwalificatie vitaal niet betekenisvol in combinatie met twintiger, maar wel in combinatie met zestiger.
Vanaf zeventiger neemt de combinatiemogelijkheid met vitaal af. Dat komt mede doordat vitaal concurrentie ondervindt van kras. (‘flink voor zijn leeftijd’). De combinatie vitale zeventiger komt vier keer minder vaak voor dan vitale zestiger, terwijl krasse zeventiger drie keer vaker voorkomt dan krasse zestiger.
Een twijfelgeval is veertiger. De combinatie vitale veertiger komt drie keer minder vaak voor dan vitale vijftiger, maar drie keer vaker dan vitale dertiger. Vitaal is blijkbaar voor sommigen wel en voor anderen niet een inherent betekeniskenmerk van het woord veertiger.
Daarmee zijn veertigers, uit het oogpunt van vitaliteit, dus een tussencategorie.

Een beetje energiek, maar soms ook al (vroeg) oud.

Uit: de Pers / van Dale, 22-02-’08.


iGer.nl
Soms echter heeft de mens niets te kiezen. Vaak ook gaat dit ten koste van veel. Dan overkomt het je. Dan ook wordt de waarde van een leven uitgehold door die eerder aangegeven omstandigheid. Dan ook komt de kwaliteit ter discussie te staan. En dan kan de roep om hulp, in dat laatste deel van leven. naar voren komen. Kan pijn van doorslaggevende betekenis zijn. Kan onttakeling een punt van discussie gaan worden. Of wil de betrokkene zich de ontluistering besparen. Dan verandert een woord als verlossing in een verrijking van leven. En vindt men de dood.
Vitaal:

‘maar wie ben ik, in dit verhaal”!…’

* pleonasme: woordovertolligheid
** neoplasme: nieuw gevormd weefsel, gezwel”


iGer.nl