Sporen III

Zo simpel. Eerst de M en dan gewoon set. Geen game dat hier een rol in speelt, geen andere tegenstander dan de elektronica. Laat staan dat er sprake is van een matchwinnaar. Want ook dat is totaal onbelangrijk. Het is gewoon een gegeven dat, indien de instructies nauwgezet worden opgevolgd, een kind, in principe, de was kan doen. En toch lukt het mij een aantal keren de set op het verkeerde moment over te laten springen naar de game. De match waar ik mij mee bezig houdt begint de contouren van een eeuwig schaak te vertonen. De handige ingreep van de trainster brengt niet alleen grote opluchting voor mij, maar laat wederom blijken dat ik niet direct een elektronisch spelletjes mens ben.
En ook dat voelt niet als een schande. Hooguit word ik weer eens geconfronteerd met de beperkingen van mijn eigen kunnen. Uiteindelijk lukt het mij wel om in 1 keer een druppel op de dure plaat te brengen (van horen zeggen voor vijf (5) euro per strookje) en wordt de elektronica uitgenodigd een getal tot stand te brengen. Indien dit bij herhaling zich regelmatig herhaalt, is er sprake van een juiste oefening. En het getal herhaalt zich voor een derde keer: 2.3 hetgeen betekent dat dit de waarde is van dat moment.

Speelt een jaar geleden. De cursus hoe prik ik niet alleen mijzelf, maar hoe bereken ik de uitkomst voor me zelf. Dus deed ik het vanochtend vroeg. En mag weer een stap lager op de ladder van de acenocoumarol gaan rommelen. Zit te hoog, dus dan omlaag. Van dik naar dun naar weer wat dikker. Om ervoor te zorgen dat…
In zekere zin verricht ik arbeid. In absolute zin kan er sprake zijn van scheppend werk. Dat klinkt pedant en dat is ook zo. De pedanterie speelt, in niet geringe mate, de boventoon. Want al weet ik niet direct wie de ander is, kan het haast niet anders, dan dat die ander zich manifesteert als en willekeurige voorbijganger. Ook dat valt niet direct om te buigen. En dat doet mij dan weer deugd. Laat mij doorgaan op de weg die ik ooit ben ingeslagen. Toen nog niet direct op de hoogte van het mogelijke onheil dat mij, gelijk dat zwaard, boven het hoofd hing. Toen, in eerste instantie, meer om mijn frustraties een uitweg te bieden. Waar ik op dat moment, niet geheel bewust, wel degelijk last van had. Of, eufemistisch gezien, hinder van ondervond. Ik aan de vooravond stond van al dat broddelwerk wat mij, in tijd gezien, op de been hield. En wist te houden.
En nu ben ik nog steeds bezig met werk. Er is echter geen sprake meer van een ‘zweet des aanschijns’ waarin ik mij wentel en koester. Want koesteren hult mij als het ware in een warme jas. Een jas die ik allereerst heb uitgetrokken en naderhand weer aan. Ik op een goed moment de schaamte voorbij was, mijn schaamte voorbij. En ik op jacht ging naar de uitgang. Ook dit keer weer mijn uitgang. En de illusie koester die voor een deel gevonden te hebben. Voor een deel. En dat andere deel wat zich nog steeds in een wolk van mist manifesteert. Ben ik wel degene die ik be” Denk te zijn. Of niet denk te zijn. Meer is. In welke gradatie dan ook. Zo er gradaties zijn. Of een rol kunnen spelen. Het tasten wat ik doe in mijn zoeken naar. Zoals ik eergisteren deed. En weer met wat woorden aan de loop ging…
Sporen. Speuren naar sporen. Tekens. Tekeningen. Tekenen. Signalen. Signaleren. Vastleggen. Uitleggen. En de verklaring op een ander moment achterwege laten. De dingen voor zichzelf laten spreken. Spreken door te zwijgen. Duiden door te zwijgen. Zien door te kijken. Praten met een volle mond. Lippen die zwijgen. Stilte alom.

Liep door Bart Smit. In de Mare. Wanden vol. Spelletjes. Oneindige spelletjes. Want nergens was iets te horen. Game over bijvoorbeeld. Het geluid stond uit. Kinderen met moeders. Dreinende kinderen met onthutste moeders. Zeurende kinderen met moeders met rode hoofden. Een enkele vader. Die zijn kind even om een boodschap stuurde. De verkoopster die, als een speer, een stuk speelgoed in cadeau papier verpakt. En het kind dat niet weet waar het zoeken moet. Ten einde raad weer naar zijn vader gaat. Die opgelucht het cadeau in een zak van de Lidl stopt. Beiden om een boodschap verlegen waren en zichzelf om die boodschap eruit hebben gestuurd.
Maar dit verhaal fantaseer ik. Ook dat is tekenend voor het scheppen van illusies. Waarbij de waarheid kantelt of in ieder geval van een vraagteken dient te worden voorzien. Of waar een uitroepteken nog meer op zijn plaats kan zijn!
Nog steeds door de cursus fotografie. Vorig jaar portretteerde Mark mij. En wees mij op iets wat mij typeert: doorgroefd. Had het over mijn gelaat, naar ik veronderstelde. Ook tijd laat sporen na. Ook nu, een jaar later, moet ik hem gelijk geven: met een beetje fantasie kun je mijn leeftijd wel uit mijn smoeltje halen: neen, ik ben geen 18 meer. Dat moet wel opgevallen zijn in het beeld van de afgelopen dagen. Horizontaal dan wel verticaal kwam juist bij Bart. S. de opmerking of ik aan het sparen was” ‘Hoezo’, vroeg ik op mijn alleronschuldigst. ‘Voor Sinterklaas!’ Zelf had ik dit nog niet gezien. Zo niet gezien. Hoewel…
Oud van jaren en ook die jonge geest valt wel wat tegen. Ja, die kleine jongen die nog wel met speelgoed zou willen spelen. Ja, die man die zich aan de ene kant enthousiast inzet en aan de ander kant in staat is om het geheel wat meer op zijn eigen waarde te schatten. Niet overdreven relativeert, maar ook de neiging heeft om zijn fantasie de vrije loop te laten. Zoals ik niet goed wist wat de woorden van morgen zouden gaan worden.
En er nu tegenaan kijk: op woensdag 27 oktober om 16.00 uur. Dan is het ook voor mij een stuk minder
VERRASSEND
Los van de vraag
wie het eerst
in deze wereld
was
ligt het vermogen
van de mens
de dingen
iedere keer opnieuw
te benoemen
zij het dat
er sprake is van
de continu
herhaling.
Gun de mens
de eigen
waarde, knik
bedachtzaam
ploeter voort.
En dat voortploeteren”

Denk aan de woorden van Charles en grinnik. Het lijkt wel werk maar het blijft van mijn hand en kant in zekere zin scheppend. Scheppende arbeid: dat werkt!
Laatste 15 Reacties