Stamtafel I

20091026-1256581346N2805beeldgrootkerk172

Ik schrok. Maar slechts voor even.
Een nieuwe afspraak: maandag 14-06-’10. Uur 14.55 eventueel bellen eind febr voor eerder.
En dat gesprek verliep ook nogal soepeltjes. Van een afstand word ik gecontroleerd.
Ook gecontroleerd zonder dat mijn mobieltje daar een rol in speelt.
Op 6 oktober jongst leden ben ik afgelezen zonder iets in de gaten te hebben gehad. Indien er sprake zou zijn
geweest van iets wat minder goed zou hebben kunnen functioneren, zou ik daarover in kennis zijn gesteld.
De telefoonverbinding spreekt ook ICD taal. En het geheel valt van de computer terug te lezen.
Zo ook mijn afwijkende INR waarden. En de verklaring die ik deze keer met de cardioloog kon delen.
Omtrent mijn glijpartij en de nawee”n van dit geheel.
Zoveel weken later… en voor de rest weinig te klagen.
Nu heb ik over het geheel genomen al weinig te piepen laat staan dat ik in staat zou worden gesteld mijn
gram tegen de klaagmuur uit te schreeuwen. Ook dan zou ik waarschijnlijk echt naar dingen hebben
moeten zoeken om daar mijn klacht aan te kunnen koppelen, laat staan te uiten.
Want het gaat nog steeds wel redelijk goed.

Zoveel maanden later, zoveel momenten later en het feit dat een deel van mijn loopactiviteiten zich
zonder veel beperkingen voordoen. Eigenlijk een vorm van evaluatie, een moment om ‘bij m’n eige’
stil te staan. Ook als entree naar de woorden waar ik, voorspelbaar, deze zinnen zal proberen te plaatsen
in het geheel der dingen. Want tijd trekt zich niets aan van omstandigheden: de wijzers lopen zoals
ze voorspelbaar al eerder wisten te lopen, het klokje blijft rondgaan al kent de kast een buitenissig
design en al is de cirkel ovaal.

Tijd voor veranderingen. Als ik de krant opensla valt het mij op dat die veranderingen nogal beperkt zijn.
Het lijken spectaculaire zaken die zich voordoen maar indien je dit op zijn merites gaat bekijken,
valt het toch enigszins tegen. Het is ook niet mijn verdienste dat ik hiervan melding maak indien
mijn stroom van gedachten lijkt op te drogen of dat ik de krant gebruik om bepaalde zaken naar
voren te brengen. Dan heeft het er veel van dat ik de stamtafel in dat imaginaire caf” probeer
smoel te geven, dan wel de discussie open die zich voordoet onder dat geslaagde bakje koffie.
Het moment waarop de wereld kan worden beschouwd en de kunst van het relativeren hoogtij viert.
Opdat wij duidelijkheid aan elkaar weten te scheppen. Elkaar die plek te gunnen die we, zonder
enige last dan wel ruggespraak, hebben weten in te nemen.
De linker- en de rechterzijde weten af te dekken, het gulden midden dat voor evenwicht zorgt.
De plaats te bepalen in plaats van de plaats ter discussie te gaan stellen.

20091026-1256581497N2805bruidsboeket160

Zoals ik de afgelopen drie dagen heb mogen ervaren. Aan de ene kant het geheel van Eurospoor en aan
de andere kant, achter de kraam, die twee oudere heren die grijsgekuifd de wereld aan zich voorbij
zagen trekken. De gesprekken die zich over de hele dag wisten uit te strekken.
Over van alles. En het nog wat. Politiek en grappen. Levens die zich laten vergelijken, en relaties
die tegen het licht werden gehouden.

Zoals het verhaal van Oom Ollie. Dat speelt in de jaren ’60, waarin een scheiding toch in een behoorlijk
kwaad daglicht kwam te staan. Waar de hele goegemeente schande van kon spreken en waar relaties
werden uitgezeten onder de noemer dat de ‘armoe de betrokkenen netjes hield.’
Oom Ollie ging scheiden.
De relatie die er ooit was compleet verdord en de verkilling sloeg toe.
Afgesproken werd dat Oom Ollie zou verklaren dat hij zich schuldig had gemaakt aan ‘vleselijk verkeer’
buiten de echtelijke relatie.
Op de vraag van de Rechter gaf Oom Ollie toe dat hij zich, gedurende de dag, geregeld aan
‘vleselijk verkeer’ had schuldig gemaakt. Op de herhaalde vraag van de Rechter bleef Oom Ollie bij
deze uitspraak. Toen de Rechter hem vroeg wat zijn beroep was, antwoordde Oom Ollie in alle oprechtheid:
‘Slager, Edelachtbare…’

De Vos beging een overtreding en werd staande gehouden door een ambtenaar in functie.
De Vos begon met de woorden ‘Jij komt wel!’ hetgeen de betrokken ambtenaar opvatte als een
bedreiging van een ambtenaar in functie. Ook de Vos werd om zijn beroep gevraagd. Het antwoord was
even duidelijk als dat het zich liet lenen voor een meervoudige uitleg:
zijn beroep was simpelweg doodgraver!
DUIDELIJK

Boven het papier
uitstijgend
staat geschreven
wat
hier niet
staat.

De mens in
de verandering
der dingen.

20091026-1256581199N2405schagen116

Of dat de duidelijkheid van deze dag ten goede zal gaan komen is de vraag waar de lezer aan de stamtafel
nog maar eens de gedachten over heen kan laten gaan… Proost!