Park noch Avenue


iGer.nl
Een weg, een straat, een Avenue, een Laan, een zandpad, een slingerweg, een kasseiendek, een Boulevard, een Pier, een brug. Een brug te ver. Een ophaalbrug. Fier omhoog belemmert deze niet alleen mijn uitzicht. Maakt me nieuwsgierig. Naar wat verscholen ligt.
Een andere weg” Een onbekende straat” Een verlaten Avenue” Een eeuwige laan” Met dennen” Eiken” Kastanjebomen desnoods, waarvan het bladerdak de grond verhoogd”
Het knisperen van bladeren waar ik me een weg in baan. Probeer de bergen blad omhoog te schoppen. Waar bladeren rusteloos vallen en zo de berg nog hoger weet te maken. Waar de wind eigen regels stelt. Omdat het zo moet zijn. Gewoonlijk, in de herfst.
Mijn herfst” Hoe was het in mijn afgelopen zomer” Waar liet ik de zon schijnen en waar viel de schaduw op te merken” Slagschaduw en zonovergoten hemelse goedheden. Wanneer ging het voorjaar over” En stond ik daarbij stil” Of liet ik ook dit eenvoudig weg passeren”


iGer.nl
Een vruchteloos pogen de natuur een bepaalde kant op te dwingen. En het kleine zuchtje wind dat met de blaren aan de loop gaat. Een regenbui die ze laat glimmen. En de zinloosheid om aan het blad die aandacht te blijven schenken. Omdat ook dat op een bepaalde manier nutteloos is.” Althans, zo komt het mij voor.
Tot ik me realiseer dat het begin van nog weer een cirkel in gang wordt gezet. Spiralen vormen. Een gang cre”ren. De nutteloosheid van een bestaan. Mijn bestaan” Een deur belemmert mij de weg. De weg die ik moet gaan. Mag gaan! Een windvlaag raast door de gang. Ontfermt zich. De deur zwaait open. Juist omdat de deur wijd open staat, kan ik een blik naar achteren werpen. En loop spontaan tegen kunstlicht aan. Maar verder is die gang compleet uitgestorven. Leeg.
Op een enkele deur na. En de vraag rijst: wat kan er achter die deur verscholen liggen” Welke ongekende schatten liggen te wachten op het moment waarop die deur geopend wordt”


iGer.nl
En wie is dan de mens die daar zorg voor gaat dragen” JU” Ik” Een onbekende” Een ouder” Een kind” Een ouder kind” Een jong volwassene” Of die grijsaard op dit moment verscholen in mij” Die jongeling die al flierefluitend door het leven gaat. Door het leven ging. Toen.
Zich niets hoeft af te vragen. De dingen neemt zoals ze zijn. Niet verder denkt dan het moment van nu. Waar straks geen boodschap heeft. Laat staan de toekomst.
Direct weer afscheid neemt. Van een recent verleden.
Stel ik me voor, terwijl ik huiswaarts keer. Na een onstuimige dag. Waarop de regen zich even van mij meester trachtte te maken. De wind wat met mijn manen speelde. De boodschap die ik deed. De paraplu tevoorschijn toverde. Me verkneukelde op de regendruppels die ik wist te ontwijken. Terwijl de kale takken hun best deden om nog grotere droppels naar beneden te plenzen. Ook daar wat wind bij konden gebruiken. Ik voor even school. Omdat de pijpenstelen zich zo duidelijk kenbaar maakten. Ik nog een dag te gaan. Me daar aan de ene kant niet druk over loop te maken. Dat aan de andere kant wel degelijk doe. Dat mens zijn van alledag. Voor zover je dat kunt stellen. Zeilen op de wind. Vandaag.
En dat andere: niemand is zomaar iemand. Dat laatste zal wel weer uit mijn pen tevoorschijn zijn gekomen. En anders heb ik dit ergens onderweg ontmoet. Maar stond ook daar niet te lang bij stil. Want juist de stilstand belemmert de vooruitgang. Maar ik weet niet of ik dit altijd wel wil.
Dagelijkse dingen. Kleine gebeurtenissen, on-geluk-ken die gelijk weer de kwetsbaarheid van de mens naar voren doet komen. Het kwetsbaar zijn wat zich in velerlei vormen manifesteert. En dan gelukkig de reacties van anderen op dit stuk geschreven tekst. Waarbij de gedeelde vreugd tot hele vreugd kan leiden. En dit ook doet. Hoe lullig dit hier dan ook staat.
STRAAT
Ik ben verlaat als ik de straat
wijd open staat een deur waar
schelle kreten, dof gefluister
verminkte zinnen in het duister
laat en verlaten wijd
de straat open het riool
gepeupel krioelt, blinde vlekken
ogen schijnen ogenschijnlijk
door het wijde duister van
de straat wacht, lacht
in zijn hemd van knoken.
De maan die afneemt. De regen die met vlagen, onweer vergezelt. De straatlantaarns die zorgen voor een halo. Een effect wat ik ooit wist te bewerkstelligen. Met een foto. Een foto die iets vastlegt: en wat dat dan weer is, voor mij ook vaak een raadsel. Mij toch weet te boeien: een verlengstuk van mijn oog wat zich nog steeds op steeltjes voordoet.


iGer.nl
Gelijk die straat: het beeld wat zich laat schetsen en waar contour en kleur zich laat raden.