En zeilen we op de wind van vandaag

20091105-1257377575N0207egmond1250

Een weg, een pad, een Avenue, een Laan, een zandpad, een slingerweg, een kasseiendek, een Boulevard,
een Pier, een brug. Een ophaalbrug. Fier omhoog belemmert deze niet alleen mijn uitzicht.
Maakt me nieuwsgierig. Naar wat verscholen ligt.
Een weg” Een pad” Een straat” Een laan” Vol met platanen”
Kastanjebomen desnoods, waarvan het bladerdak de grond verhoogd”
Het knisperen van bladeren waar ik me een weg door baan. En probeer de bergen blad omhoog te schoppen.
Waar bladeren rusteloos vallen en zo de berg nog hoger weet te maken.
Waar bladblazers vergeefs hun kwaliteiten op los laten. Omdat de wind eigen regels stelt.
Omdat het gewoon zo moet zijn. Een vruchteloos pogen de natuur een bepaalde kant op te dwingen.
En het kleine zuchtje wind dat met de blaren aan de loop gaat. Een regenbui die ze laat glimmen.
En de doelloosheid om aan het blad die aandacht te blijven schenken.
Omdat ook dat op een bepaalde manier nutteloos is. Althans, zo komt het mij voor.
Tot ik me realiseer dat het begin van weer een cirkel zo in gang wordt gezet. Een gang.
Omdat de deur wijd open staat kan ik een blik naar achteren werpen. En loop spontaan tegen kunstlicht aan.
Maar verder is die gang compleet uitgestorven. Leeg.
Op een enkele deur na. En de vraag rijst: wat kan er achter die deur verscholen liggen”
Welke ongekende schatten liggen te wachten op het moment waarop de deur geopend wordt”
En wie is dan de mens die daar zorg voor gaat dragen” JU” Ik” Een onbekende” Een ouder” Een kind”
Een ouder kind” Een jong volwassene” Of die grijsaard op dit moment verscholen in mij”
Die jongeling die al flierefluitend door het leven gaat.
Zich niet hoeft af te vragen. De dingen neemt zoals ze zijn en niet verder denkt dan het moment van nu.
Waar straks geen boodschap heeft. Laat staan de toekomst.
En direct weer afscheid neemt van een recent verleden.

20091105-1257375136N2612cas625

Stel ik me voor terwijl ik huiswaarts keer. Na een rustige dag.
Waarop de regen zich even van mij meester trachtte te maken.
Ik de paraplu tevoorschijn toverde. En me verkneukelde op de regendruppels die ik wist te ontwijken.
Terwijl de kale takken hun best deden om nog grotere druppels naar beneden te plenzen.
Ook daar wat wind bij konden gebruiken. En ik toch voor even school.
Omdat de pijpenstelen zich zo duidelijk kenbaar maakten. En ik nog een dag had te gaan.
Me daar aan de ene kant niet druk over loop te maken en dat aan de andere kant toch weer
wel een beetje doe. Dat mens zijn van alledag. Voor zover je dat kunt stellen.

Of zoals Jet het stelt. Zeilen op de wind van vandaag.
En dat andere: niemand is zomaar iemand. Dat laatste zal wel weer uit mijn pen tevoorschijn zijn gekomen.
En anders ben ik dit ergens onderweg wel tegengekomen. Jet die een klaplong heeft. En een gekneusde rib.
Of misschien wel meer gekneusde ribben. Van de trap gegleden. Marjolijn met een donkerblauw been.
Omdat een putdeksel in Bath haar verleidde tot een spagaat. Ongewenst weliswaar, maar dan nog.
Het feest van de gevallen mensen. Waarbij ik het niet helemaal kon laten: mijn eigen leedvermaak
dat daar een rol in weet te spelen. Niet als zodanig bedoeld, maar ook nu weer: wat dan nog…”!

Dagelijkse dingen. Kleine ongelukken die gelijk weer de kwetsbaarheid van de mens naar voren doet komen.
Het kwetsbaar zijn wat zich in velerlei vormen manifesteert. En dan gelukkig de reacties van anderen op dit
stuk geschreven tekst. Waarbij de gedeelde vreugd tot hele vreugd kan leiden. En dit ook doet.
Hoe lullig dit hier dan ook staat.
De uitnodiging die ik van andere Charles ontving. Om koffie te gaan drinken.
Koffie toebroek. Maar niet zomaar koffie: Kopi Luwak Java.
Geroosterde poepepitten. In een vrije vertaling.
En de waarschuwing die Charles met dit bericht meezond: kom op tijd want voor je het weet heb
ik de koffie helemaal ‘alleen met m’n eige’ opgedronken. Niets zo leuk om dit samen te doen.
In een kader van Tempo Doeloe. Of iets anders Javaans.
Jongens bijvoorbeeld…

20091105-1257375428N1009veere381

STRAAT

Ik ben verlaat als ik
de straat wijd open
staat een deur
waar schelle kreten
dof gefluister
verminkte zinnen
in het duister laat
en verlaten
wijd ligt de straat
open het riool

gepeupel krioelt,
blinde vlekken
ogen schijnen
ogenschijnlijk
door het wijde
duister van

de straat wacht,
lacht in zijn hemd

van knoken.

De volle maan die afneemt. De regen die met vlagen onweer vergezelt.
De straatlantaarns die zorgen voor een halo. Een effect wat ik ook wist te bewerkstelligen met een foto.

Een foto die iets vastlegt: en wat dat dan weer is, voor mij ook vaak een raadsel.
Mij toch weet te boeien: een verlengstuk van mijn oog wat zich nog steeds op steeltjes voordoet.

Gelijk die straat: het beeld wat zich laat schetsen en waar contour en kleur zich laten raden.

20091105-1257376058N1109zeelandbrug618