ALLEEN

Alleen. Helemaal alleen en dan ook nog eens zonder enig besef. Want nergens is een teken van bevestiging
van zijn. Geen boom zal antwoord geven. Geen vogel zal herkenning oproepen. En spiegels” Die bestaan niet.
Toch is daar een plas met water. Zoet water. Want anders zou dit verhaal een vroegtijdig einde kennen.
Maar er zijn ook geen andere vormen van communicatie. Helemaal alleen op dat eiland.
Het wezen dat daar huist weet niet beter. Weet ook niet slechter. Gaat zijn gang en laat zich leiden door het
ritme van de dag. Kent geen verleden noch een toekomst; bestaat zonder zich van dit bestaan bewust te zijn.
Want bewust zijn in zijn bewustzijn gaat aan dit wezen voorbij. Naast de vragen omtrent zijn afkomst en het
onbelaste verleden zullen vragen daarover verloren gaan. Alsof een kenmerk van niet zijn het kenmerk van
zijn weet op te slokken. Zoals een waterdruppel verloren gaat in een plas.
Of zoals regen zich verliest in een rioolput. Het zijn de onbenoembaren. Het zijn de onkwetsbaren.
Het zijn de mensen die naamloos ten onder gaan. En waar herinneringen zich niet zullen voordoen.
Waar mogelijke overgebleven restanten de ruimte bieden om een eigen verhaal te gaan vertellen.
Indien er al sprake kan zijn van een vondst. Want als niemand vanuit een stuk nieuwsgierigheid op
onderzoek gaat, zal ook het laatste restant onherkenbaar worden uitgewist. Gelijk de DoDo.
Of dat botje van een veronderstelde Dodo van Boudewijn B”ch.
Wat nu ligt te verstoffen in Museum Teylers in Haarlem. En waar de naam van de voormalig eigenaar
bescheiden op een toelichtingskaartje pronkt. Als een trofee.
van zijn. Geen boom zal antwoord geven. Geen vogel zal herkenning oproepen. En spiegels” Die bestaan niet.
Toch is daar een plas met water. Zoet water. Want anders zou dit verhaal een vroegtijdig einde kennen.
Maar er zijn ook geen andere vormen van communicatie. Helemaal alleen op dat eiland.
Het wezen dat daar huist weet niet beter. Weet ook niet slechter. Gaat zijn gang en laat zich leiden door het
ritme van de dag. Kent geen verleden noch een toekomst; bestaat zonder zich van dit bestaan bewust te zijn.
Want bewust zijn in zijn bewustzijn gaat aan dit wezen voorbij. Naast de vragen omtrent zijn afkomst en het
onbelaste verleden zullen vragen daarover verloren gaan. Alsof een kenmerk van niet zijn het kenmerk van
zijn weet op te slokken. Zoals een waterdruppel verloren gaat in een plas.
Of zoals regen zich verliest in een rioolput. Het zijn de onbenoembaren. Het zijn de onkwetsbaren.
Het zijn de mensen die naamloos ten onder gaan. En waar herinneringen zich niet zullen voordoen.
Waar mogelijke overgebleven restanten de ruimte bieden om een eigen verhaal te gaan vertellen.
Indien er al sprake kan zijn van een vondst. Want als niemand vanuit een stuk nieuwsgierigheid op
onderzoek gaat, zal ook het laatste restant onherkenbaar worden uitgewist. Gelijk de DoDo.
Of dat botje van een veronderstelde Dodo van Boudewijn B”ch.
Wat nu ligt te verstoffen in Museum Teylers in Haarlem. En waar de naam van de voormalig eigenaar
bescheiden op een toelichtingskaartje pronkt. Als een trofee.
Een keuze maken. Een keuze maken in het besef en de overtuiging niemand tot last te willen zijn.
Niemand tot last te zullen zijn. En daar de consequenties van aanvaarden.
De man die nooit gevraagd wordt om een mening. Die zijn eigen zijn fenomenaal weet te omzeilen.
De man op wie geen enkel ander vat heeft weten te krijgen. Een vertegenwoordiger van de grauwe
middenmoot. De mens bij wie geen onvertogen woord over de lippen zal komen.
Die ’s ochtends begint met een ‘Goede morgen’ en ’s avonds eindigt met een ‘Prettige avond.’
Alles wat daartussen plaatsvindt aan de tijd weet te verkwanselen. Tijd die daar wel weg mee weet.
In tijd daartussen. Ook dat leven laat zich niet raden. Zo’n leven is nauwelijks voor te stellen.
Maar ook die levens worden geleefd. In wijken. In straten met namen. In huizen.
Met deuren. Met deuren zonder namen. En de gordijnen dicht. Tot…
Niemand tot last te zullen zijn. En daar de consequenties van aanvaarden.
De man die nooit gevraagd wordt om een mening. Die zijn eigen zijn fenomenaal weet te omzeilen.
De man op wie geen enkel ander vat heeft weten te krijgen. Een vertegenwoordiger van de grauwe
middenmoot. De mens bij wie geen onvertogen woord over de lippen zal komen.
Die ’s ochtends begint met een ‘Goede morgen’ en ’s avonds eindigt met een ‘Prettige avond.’
Alles wat daartussen plaatsvindt aan de tijd weet te verkwanselen. Tijd die daar wel weg mee weet.
In tijd daartussen. Ook dat leven laat zich niet raden. Zo’n leven is nauwelijks voor te stellen.
Maar ook die levens worden geleefd. In wijken. In straten met namen. In huizen.
Met deuren. Met deuren zonder namen. En de gordijnen dicht. Tot…
Mensen attenderen elkaar. Stoten elkaar aan. Houden elkaar staande. En beginnen te klagen.
Over geluidsoverlast. Over het te laat bezorgen van de krant. Over de buren. Over het geluid
van de rolemmers. Over de bergen hondenstront. Over jongeren. Die ’s avonds bezit nemen van
de banken waar overdag toezicht wordt gehouden door ouders. Op hun kroost. Op hun jeugd.
En waar het oude adagium omtrent de toekomst wat rondwaart.
Zich vergaloppeert in een tak van een boom. Die wat meewarig toekijkt en begint te zwaaien.
Met bladerloze takken. Waar de volle maan een poging doet de schaduwen te vangen.
En hier iedere keer weer net niet in slaagt. Zo’n straat. In zo’n wijk. In zo’n stad.
Over geluidsoverlast. Over het te laat bezorgen van de krant. Over de buren. Over het geluid
van de rolemmers. Over de bergen hondenstront. Over jongeren. Die ’s avonds bezit nemen van
de banken waar overdag toezicht wordt gehouden door ouders. Op hun kroost. Op hun jeugd.
En waar het oude adagium omtrent de toekomst wat rondwaart.
Zich vergaloppeert in een tak van een boom. Die wat meewarig toekijkt en begint te zwaaien.
Met bladerloze takken. Waar de volle maan een poging doet de schaduwen te vangen.
En hier iedere keer weer net niet in slaagt. Zo’n straat. In zo’n wijk. In zo’n stad.

Een auto met zwaailicht stopt in die straat. Niet veel later gevolgd door een neutraal donkerblauwe Volvo.
Een man stapt uit. Onder zijn arm een reeks aan documenten. De deur valt in het slot.
Op straat beginnen omstanders te mompelen. Niet veel later arriveert een zwarte auto.
De achterklep gaat open: een kist wordt het huis ingedragen.
Ik loop langs. Let op de ramen van de Volvo: Monuta uitvaartverzorging. Dag en nacht bereikbaar.
En dan een 0800 nummer. Gratis denk ik en loop door.
Een man stapt uit. Onder zijn arm een reeks aan documenten. De deur valt in het slot.
Op straat beginnen omstanders te mompelen. Niet veel later arriveert een zwarte auto.
De achterklep gaat open: een kist wordt het huis ingedragen.
Ik loop langs. Let op de ramen van de Volvo: Monuta uitvaartverzorging. Dag en nacht bereikbaar.
En dan een 0800 nummer. Gratis denk ik en loop door.
Het verhaal van vandaag valt te koppelen aan de maand waarin we zijn komen te verkeren.
De maand waarin mogelijk schrijnende gevallen de krant zullen gaan halen. Maar waar het merendeel
in anonimiteit zal gaan verdwijnen. Zoals al die keren daarvoor. En mogelijk ook nog al die keren daarna.
Want de mensen die keuzes kunnen maken zijn gelukkig te prijzen. Bij hen die leven overkomt wordt dit
steeds minder zichtbaar: verscholen achter deuren huizen ook zij. Ergens.
Misschien wel in JUW straat. In JUW wijk. In JUW stad.
De maand waarin mogelijk schrijnende gevallen de krant zullen gaan halen. Maar waar het merendeel
in anonimiteit zal gaan verdwijnen. Zoals al die keren daarvoor. En mogelijk ook nog al die keren daarna.
Want de mensen die keuzes kunnen maken zijn gelukkig te prijzen. Bij hen die leven overkomt wordt dit
steeds minder zichtbaar: verscholen achter deuren huizen ook zij. Ergens.
Misschien wel in JUW straat. In JUW wijk. In JUW stad.
Alleen
smeert hij een boterham
Alleen
drinkt hij zijn thee
Alleen
pakt hij zijn grijze jas
zijn aktetas
Alleen
gewaagd aan alle anderen
Alleen
aan zijn bureau
Alleen
staand drinkt hij een glas
Alleen
maar weer naar bed
Alleen
slaapt hij wat moeilijk in
Alleen
staan in de nacht
Alleen
is veel ineen.
smeert hij een boterham
Alleen
drinkt hij zijn thee
Alleen
pakt hij zijn grijze jas
zijn aktetas
Alleen
gewaagd aan alle anderen
Alleen
aan zijn bureau
Alleen
staand drinkt hij een glas
Alleen
maar weer naar bed
Alleen
slaapt hij wat moeilijk in
Alleen
staan in de nacht
Alleen
is veel ineen.

Alleen is veel ineen! Kijk wat vaker om JU heen!
Laatste 15 Reacties