voor bereiding

20091215-1260918296N1107oudorp1417

Vroeg uit de veren om naar veren te zoeken. Maar als de veren het af laten weten kan er altijd nog naar
ander grut worden uitgekeken. Het is niet alleen tijdens het ochtendgloren dat Bums geboren wordt: ook
een nieuwe dag breekt aan en ergens gaan de mannen schuil. Groen gekleed met hoedjes en een veer.
Laarzen die in staat zijn het soppende veld te verstillen. Gras wat verbergt: een enkeling die zich
schuilhoudt. Maar opeens: daar!
Alle ogen richten zich. De lucht is geladen. En de jachtgeweren ook. Daar valt een schot.
In een zigzagbeweging weet de haas te ontkomen. Gaat er als een haas vandoor en heeft niet het benul
dat hij in zijn stede een grotere kans had te ontsnappen. De jagers lopen door met geen andere bedoeling
dan te jagen. Om op die manier weer een evenwicht tot stand te brengen in de wildstand. De noemer om
naar de buitenwacht te verantwoorden waar zij mee bezig zijn. En de kogeltjes die zich in de patronen
bevinden. Het hagelt, het hagelt maar dit keer niet van Venz.
Jagen zit de mens wel degelijk in het bloed. Is het niet op de ene manier dan is het zeker wel op die andere.
Is het niet op jacht naar roem dan is het het eindeloze geluk wat nagestreefd kan worden. Of het jagen in
de tijd. Het constant op zoek naar gezelligheid. Het eenzaam avontuur. De jacht op vrijheid.
De jacht naar onafhankelijkheid. Het ontlopen van de willekeur.
En alle variabelen. Maar dan trek ik het geheel wat meer uit zijn verband. Dan kijk ik er met een iets
andere blik naar. En dan rijst de vraag of ik mij dit wel kan permitteren: buiten de gebaande paden treden
met gaan andere bedoeling dan een deel van de Kerst hier vast neer te gaan zetten: Hazepeper.

Hazenpeper stelt dit apparaat. Maar het gaat slechts om die ene haas, die aan het adellijken was voor
deze in bad ging. Een bad van rode wijn met een goed glas cognac. De haas liet zich vollopen en dat
scheelde de anderen niets. Een snippertje ui, een rode peper, een lepeltje wijnazijn, tomatenpuree uit blik,
2 dikke plakken ontbijtkoek, kruidnagels en tijm en dat deel wat obligaat is: boter, bloem, wat zout en peper.
Hazepeper. Als bekend uit de Achterhoek. En de verhalen die zich dan gaan voordoen: wie ontdoet de haas
van zijn jas” Waar laten we hem rieken” Wie duwt geregeld het lijfje onder” En wat als straks het vlees
van de botten valt” Gaat het dan in de pan rinkelen” Of zal het lood een eigen weg weten te vinden”
Is het dan lood in vlees en komt daar geen ijzer aan te pas” Of zal dan toch dat lood rond het oude ijzer
te vinden zijn” Spannend is het wel, niet” Want wat kan straks de smaak zijn” Het is wild: waarmee
te vergelijken” Een uitgesproken smaak! Is dat nu even smullen”

Geschoten op het land. Een ver land. Friesland. Waar het gras toen nog wat groener was.
Waar moddersporen de jacht verhelen. Waar niemand meer een oog op laat vallen: de jagers die verdwenen.
De honden die apporteerden. Drijvers die zich de J”germeister goed lieten smaken. Of een plaatselijke
Beerenburg pakten. Die kruidenborrel vol venijn. Zoet in de mond, brandend in de slokdarm en de
rozigheid die zich niet veel later voordeed. De verhalen. Lang niet zo groot als het visserslatijn,
maar toch. De onverstaanbaarheid wanneer de dialecten botsen. En het zonder woorden begrijpen
van de gemeenschappelijkheid: die ongekende voertaal. Tussen jagers. Tussen doders.
En niet in de laatste plaats de overgang naar de afnemers, die de dubbelheid van het feit weten
te trotseren. Nieuwsgierigheid wat parten speelt, het voor het eerst gaan uitproberen.
En het milieu wat een rol zou kunnen spelen: het zorg dragen dat er nog een groen, groen
knollenland bestaat. Waar hazen buiten het seizoen sliep uit kunnen spelen. Daar gaat het om in:
JACHT

Op een zwoele, zotte
zomeravond,
midden
in de winter,
kwamen
twee haasjes
heel parmant
en gingen samen
op jacht

van hier
naar
ginder.

20091215-1260918767N2811kunststelling267

De twee die het overleefden: want zij gingen, net als die jongens naar Parijs, niet!