kiezen
Een keuze maken. Maar waar wordt de keuze op gebaseerd” De omstandigheid” De verplichting” De samenloop” De deelbaarheid” De nietigheid” De rijkdom” De zinloosheid” Een samenzijn” Verscheidenheid misschien” Overweging, afweging of waging misschien” Vrijheid” Mogelijkheden” Overtuiging” Ik weet het niet… Ik worstel.
Maar worstelde al eerder. Het blijft dan ook een partij die regelmatig hoofdbrekens weet te bezorgen. Waarbij de afweging links dan wel rechts af te slaan, het dubio weet te bestendigen. Wie kent dit niet” Wie heeft bij zichzelf niet regelmatig dit dilemma onder ogen gezien” De mogelijkheid de ogen daarbij te sluiten en de mogelijke greep te zegenen. In sommige gevallen zelfs te laten zegenen. En daarbij het religieuze accent niet te schuwen. Of juist bewust te schuwen. Opdat geen inbreuk kan worden gepleegd in de keuze die de mens altijd wel tot zijn of haar beschikking heeft. Pas veel later met de mogelijke gevolgen kan worden geconfronteerd. De grote opluchting zodra er sprake is van een goede afloop. En de ongelukkige omstandigheden indien niet. De mogelijke verwijten. Of het laten vallen wat zich dan voordoet. Een ieder die niet meer aan jou herinnerd wenst te worden. Of de personen die het altijd al hebben gedacht. Maar het niet altijd hebben gezegd. De koe die nooit zo bont is. En dat vlekje wat zich, ergens, verscholen houdt. En waar de opmerking over geplaatst kan worden. Of het bewuste verwijt. Het ‘zie je wel!’

Geregeld houd ik mij vast aan wat gisteren was en probeer vandaag daarin te plaatsen. Ik houd me vast aan dat bewuste zijn, maar heb soms het idee dat de bodem onder mijn bestaan wat heen en weer beweegt. Alsof ik mij door ongekende stromen laat leiden. Op vleugels van papier, met kartonnen steunen. Kleurrijk soms en dan in zwart en wit. Contrastrijk en contrastvol in een lege ruimte. Angstaanjagend geruststellend. Mij beweeg in andere uitersten, die zich niet laten benoemen. Wederom een poging waag. Ik bewust ben die poging te wagen. Me minder druk maak omtrent de mogelijke gevolgen. Juist van die keuze. Mijn keuze!
Maar geregeld ben ik stomweg bang! Niet dat ik me daar op voor laat staan. Het ook niet altijd beaam. Maar wel degelijke bewust ben van dit fenomeen. Ik laconiek reageer. Me dan met alles wat in mij zit over de drempel heen help. Achteraf realiseer dat ik, juist door dit te doen, mijn angst weer onder controle heb weten te houden. Mijn eigen vluchtigheid niet geheel onder ogen wenste te zien. En mij in mijzelf verschool. De illusie bestendig dat de ander dit niet opmerkt. Omdat die mogelijke ook de handen vol heeft aan de eigen sores. De keuzes die bij die ander op het bordje ligt. En het verschil weet te bestendigen. Tussen hem en jou. Tussen haar en ik.
Ooit schreef ik in een oogopslag het bestaansrecht op. De volgorde van de woorden liet ik, met een zekere willekeur, naar voren komen. En voelde mij daar toen, waarschijnlijk, tevreden over. Want ik dacht wat ik dacht en pende dit neer. En las dit niet meer over. Tot vandaag. Tot dit moment. Waar ik je nu mee lastig val. Omdat het kennelijk een manier is van kijken. De manier is om te doen. Voor mij toen. En ik de dingen terughaal in mijn huidig nu. Als een monument.
BESTAANSRECHT
Het is liefde voor ’t leed
waar ik mijn bestaan op fundeer,
geconcentreerd leed ruimtelijk
verdeeld in bos en lommering
verkrampte wezens, de starre blik
verstijfde bewegingen, schouders
waarop hun leed en dat van de
wereld wordt geplaatst
ondraaglijk leed
hoor je hen niet klagen
gevangenen van zichzelf
in zichzelf gevangen
waar ik, berustend,
deelgenoot in ben.
Ik zoek de waarheid, denk dit soms, voor even, te weten en ben het een volgend moment weer kwijt. Juist in de waarheid gaat de paradox schuil. De tegenpool van alles wat is en niet is. Het volmaakte onbenoembare. Het ziedende hart van de rust. Het vacuüm van de tornado. De niet te stuiten ramp. Een tsunami. Waarbij de realiteit overgaat in de actualiteit van dat moment. E zich elders wat schermutselingen voordoen. Tezelfdertijd. Op een geheel andere plaats. Op een geheel ander continent. En misschien wel in een heel andere wereld. Mogelijk op een uiterst randje. Het gevaar van kantje boord. Wie zal het zeggen” Want zij die erbij waren kunnen dit niet na vertellen. Gegrepen als zij zijn. Juist door de omstandigheid. Juist dan is een rust in vrede op zijn plaats. Bij deze. En komt die spreuk weer tot zijn recht…

Het ‘Mors ultima linea rerum’ ofwel ‘de dood als uiterste grens der dingen.’ Niet dat ik deze overweging alle ruimte bied maar toch… Hoe schoon te zeggen en te stellen, hoe anders kan denken zijn. Gedachten zijn en blijven vrij. Als dit geen waarheid is… en ook een keuze!
Laatste 15 Reacties