truttenschudder

Je hoeft geen schriftgeleerde te zijn om te geloven dat” en met dat geloven gaat het vaak fout. Tenminste in die zin dat wanneer naar een uitleg dan wel een verklaring wordt gezocht, de meest waardevolle fantasie”n met de geest aan de loop kunnen gaan. Een overtuiging waar ik je, vandaag, deelgenoot van zou willen maken. Want het kwam spontaan op. En direct daarna was er die verwarring. Omtrent de uitvoerders. Maar de woorden kwamen vanzelf.


iGer.nl
‘Oh, liefje, wat kan ik doen” Baby is in zwart en ik voel me bleu, vertel mij, liefje, wat kan ik doen”‘ op toon gezet. Door een aantal gozers uit Engeland. En de verwarring omtrent de zangers. John, Paul, George, Ringo misschien” Of Brian, Bill, Charlie, Keith dan wel Mick” Het liedje herinnert mij aan die bepaalde periode in mijn leven. Het is dan ook 1964. Ik ben 17. En nog meer een fan van de Stones. Ruiger. Minder gepolijst. Omdat het na twee liefjes helemaal over was. Want er was toen ook een Marianne in mijn leven. Zij was Katholiek. Ik niets. En Bergen bestond ook al. Alleen was ik daar nog niet zo bekend. Want die Mobylette moest ik nog winnen. Door tot mijn 18e niet te roken. Wel 500,00 gulden was de pot. En nog 200,00 erbij indien ik dit tot mijn 21e weet vol te houden. Roken. Toch heel anders dan bier. Want waar bier ging vloeien, was roken er niet bij. De worst die mij wordt voorgehangen, steeds meer in mijn bereik. Ik het ook bepaald geen straf vond. Toen.


iGer.nl
Beatles for sale. ‘Baby’s in black.’ ‘It’s alls over now.’ The Rolling Stones. Met Ian Stewart op piano. Backing vocals: Brian Jones, Keith Richards en Bill Wyman. Ook daar is niet veel meer van over. Ja, Charlie Watts, Keith Richards en Mick Jagger. Toch nog 60 procent. Ron Wood. Ooit Jeff Beck Group en Faces. Waar Rod Stewart zich niet veel later als zanger opwierp. Voor de groep weer uiteenviel en, Wood, naast een blijvend lid van de Stones, ook nog solo albums opneemt. Dan wel deel uitmaakt van allerlei gelegenheidsoptredens met andere coryfee”n.


iGer.nl
Terug dus in de tijd. Een tijd die zich nu niet meer laat vergelijken met nu. Een nummer over het algemeen niet veel langer duurde dan een tweetal minuten, er vele nummers op die grote vinylplaat werden geperst en het schuifelen niet de hele kant duurde. De variaties die zich voordeden in de muziek. De last van hoe daarop te dansen. Althans, wanneer stijldansen als uitgangspunt werd genomen. De naam van Kempen in mijn herinnering tevoorschijn schiet. Op de eerste etage in de Breedstraat. Piet van Kempen, een forse man in een pak met een buik, die prima in staat was ons de beginselen van de verschillende dansstijlen aan te leren. De Foxtrot. De Engelse wals, de jive. Hetgeen voor toen wel als vooruitstrevend kan worden gezien. Rumba en Cha, Cha, Cha. En vraag mij niet waarom, maar ook het volgende.
Rock, heen en weer, achter zij sluit. E”n, twee, grondpas. E”n, twee, linkse draai.
De Tango misschien” Op zaterdagmiddag. 1968. Een schrikkeljaar. Piet van Kempen stelt voor dat de dames de heren vragen. De heren. Want in zekere zin waren wij wel heren. In pak. Dat wil zeggen in ieder geval met een colbert aan en een stropdas om. Het jasje dat wordt dichtgeknoopt. De hoofdknik waarmee de geliefde dame ten dans wordt gevraagd. En haar hand nemen om haar naar de dansvloer te leiden. Geheel in stijl. Volgens de etiquette. Of de etikette die toen opgang deed. Het begin van de verloedering. Niet alleen van de taal. De bloempotmodellen die het meest gangbaar waren bij de toenmalige Figaro’s. Barbiers in de volksmond. Kappers als het wat deftiger moest klinken. En de laatste barbier dan wel kapper kortgeleden het licht uit liet gaan. Wouter Fielmich. Wonen boven de salon. Aan de Bergerweg. Momenteel rustend op de Algemene Begraafplaats. Een man die woord wist te houden. Zich nooit, via welk medium dan ook, over de geheimen van zijn klanten versprak. Een biechtvader in de oude stijl. Mogelijk zijn ‘wees gegroetjes’ afkocht door middel van de fooienpot. Tot op zeer hoge leeftijd kam en schaar bleef hanteren. En mogelijk het bloempotmodel nog lang in ere wist te houden. Last had van een uitstervende klantenkring. Want hij zat daar wat verscholen. Was wel herkenbaar. Aan dat rood/wit draaiend element. Zichtbaar aan de gevel. En de Vergulde Hand waarmee reclame werd gemaakt. De geur van Old Spice. En het is of het ‘knippen en scheren’ nog vaag’lijk klinkt.


iGer.nl
Bergerweg. Bergertunnel. Fielnich de kapper. Ik fietste erlangs. Wel zes jaar lang. De tijd die ik spendeerde om de Mulo in de Krelagestraat af te ronden. Met George Busman aan het hoofd. Als directeur. En waar het eerste legendarische sokkenbal zich in de gymzaal in de Snaarmanslaan afspeelde. Waar geschuiveld kon worden. Onder de toeziend ogen van de verschillende leerkrachten. Want er was toen nog sprake van leerkrachten. Martin Uittenbosch, dunne en dikke Pijning, Vethaak, mejuffrouw Tops, mejuffrouw van de Meulen, bijgenaamd ‘kontje’, die zich een ’truttenschudder met jarretelaandrijving’ permitteerde. Een variomatic van DAF. Daffodil. Hetgeen op dit moment een gevoel van lente teweeg kan gaan brengen.
Wij schuivelden. Zij keken. En hielden de frisdrank bij. Wij dronken en verdronken in de muziek. Van toen. En de wijze lessen van Piet van Kempen werden daar teniet gedaan…