losmaken
Als ik om mij heen keek. En dat deed ik toentertijd.
Omdat ik probeerde vat te krijgen en te houden op mijn omgeving. Om die omgeving als het ware naar mijn hand te zetten.
Of omdat ik het soms ook niet meer wist.
Mijn omgevingen mij overvielen. Door andersoortige stemmingen.
Of simpelweg omdat relaties ook toen een zekere toon ten toon spreiden. In lessen. Voor levenden.
Of juist in lessen voor hen die anders leefden. Anders tegen zijn aankeken. Langs elkaar heen leefden.
Gedwongen door omstandigheden die zich deels in hen en deels buiten hen voordeden.
De grip kwijt raakten.
Op zijn. Op haar zijn. Op zijn zijn. Op elkaars zijn.
De vervreemding. De achterdocht. De angst.
En ik mocht daarover praten. En denken. En gedachten delen. Naast de feiten. Een scheiding die werd aangebracht.
Somatische verpleegkunde. Psychiatrische verpleegkunde.
Pathologie of ziekteleer. Psychiatrie…
Ook deze verhielden zich als vreemden ten opzichte van elkaar.
Alsof ook zij last hadden van een zekere kunstmatigheid.
Er geen sprake was van de een of ander vorm van eenheid.
E”n gekunsteld onderscheid. Ontstaan vanuit de oudheid.
Toen opleiden nog in de kinderschoenen stond.
Zeker in de gestichten. Oppassers en oppasseressen en af en toe een verdwaald mens.
‘veel meer leidde hen menschlievendheid en gevoel voor menschenwaarde.’
Komt waarschijnlijk door die vermaledijde schoolbank.
Kwam weer een berichtje tegen en ja, ik ben nu eenmaal op leeftijd.
In het kader van loslaten mag ik sommige dingen losmaken.
Alsof mijn verleden toekomst heeft.
De dagelijkse dingen dus. De 4 D’s. Doe er nog een fragmentje Deo bij en je zit helemaal gebeiteld.
En dan heb ik het niet over oksels, waar het klamme zweet uitbreekt.
Want in Santpoort staat/stond dit beeld. Voor de ingang van het gesticht.
Met juist die eerder genoemde tekst erop.
In het kader van geschiedenis van de psychiatrie mocht ik ook dit onderdeel verzorgen.
Deed dit veelal op mijn manier. Probeerde ook hier weer de eigen draai.
Liet me verleiden om met grote sprongen heden en verleden aan elkaar te koppelen, opdat een beeld van de toekomst zich voor zou kunnen doen. Was een tikkeltje anders dan van Rob Stam. Hoeveel leerlingen heeft hij niet beziggehouden”
De man van de verdieping. Uit heel anders dan thuis.
Maar wie is dat niet” Ook ik bezondig mij daaraan.
Of liever gezegd bezondigde mij daaraan want momenteel ben ik alle dagen thuis. Door omstandigheden. Genoeg daarover!
Ben vandaag ook nog aan de wandel gegaan.
En mocht de tuin gaan onderhouden, nadat Ria mij hieromtrent had onderhouden.
Want anders was ik zomaar weer gevlogen. Met het cameraatje in mijn hand leg ik alle dingen vast. De dingen die mij raken. Of fascineren. Of waarvan ik denk dat het iedere keer weer unieke beelden zijn die ik probeer vast te leggen. Haaks staan op dat loslaten. Vasthouden. Loslaten. Losmaken. Iets los gaan maken.
En dat lees ik dan weer terug. In de zinnen van anderen. Neen! De namen kun JU lezen. Ik verklap niet meer dan die namen. Omdat zij daar zelf mee tekenen. Omdat de verhalen zich op een ander moment mogelijk zullen voordoen. Indien de tijd daar rijp voor is. Of de omstandigheid een rol gaat spelen. De samenloop.
Want toeval…
Zij zijn vreemden
van elkaar
geworden, de vlam
der lendenen
gedoofd, gedogen
zij elkaar
en zitten naast elkaar
ieder
op de ander te wachten;
geen gebaar
dat iets van liefde,
tederheid uitstraalt,
zijn zij
tot elkaar
veroordeeld,
wachten,
lange, kille
nachten
tot op een dag….
Over het aanwezig zijn en toch afwezig. De mobiele telefoon.
De iPod. De laptop die pontificaal op tafel wordt gezet…
En de mens die keuzes maakt.
De pratende mens. De tikkende mens. De denkende mens. De doende mens. De afgesloten mens.
De cocoonende mens. De gecapsuleerde mens. De afhankelijke mens.
Afhankelijk van anderen. De mens met hyves. De mens met hypes.
De mens van de vooruitgang. En de conclusie die Diekstra trekt:
vooruitgang is een merkwaardig verschijnsel.
Want blijkbaar hoe meer techniek, hoe minder beschaving.
Bracht dat mij op dit gedachtespoor. Ge”nt op mijn verleden”
Genoeg gewauwel. Zie maar wat JU doet vandaag! Ga ervoor!
Ik houd JU niet tegen!
Wat brengt ons het verleden. Het verleden heeft onze werkelijkheid van vandaag gemaakt. Wat wij hebben uitgestraald krijgen we terug in onze huidige wereld om ons heen. Dat moeten we accepteren.
Wij cre”ren onze eigen wereld. Daarom geloof ik niet in een re”nie. Daar valt niets meer te zoeken. Vandaag ligt open. Maak met de middelen en mensen die nu in je leef wereld zijn, een liefde volle dag en cre”er zo je nieuwe geschiedenis
Hoe meer techniek hoe minder beschaving”
Het maakt juist zoveel meer contacten mogelijk!
Heb door die nieuwe mogelijkheden juist zoveel teruggevonden.
En ben daar blij en dankbaar voor!!!
Want de leeftijd brengt met zich mee, soms zomaar weer wat in het verleden te hangen…
En is het niet geweldig wat het allemaal losmaakt”
En zeker, dat dat toekomst is.
Toekomst maakt..
Omdat je anders gaat denken
En dat leeft.
Want door terug te gaan, proberen we het mysterie van ons bestaan te doorgronden.
Ervaren we hoe vrij we zijn…
Of juist niet.
Zoals de scheiding in de zorg werd aangebracht, zit de paradox daarvan in de mens zelf.
We bouwen onze eigen grenzen, muren, gevangenissen.
We zoeken naar geestelijk, emotioneel en lichamelijk bewust-zijn en ondervinden in het zoeken naar evenwicht daarin…weerstand.
Maar loslaten moeten we…en vasthouden willen we ook.
Loslaten is verbonden met een angstige emotie, maar maakt dat je weer vanuit jezelf kunt zien; geeft ruimte vanuit een groter perspectief te kunnen kijken
(Zoals jij je foto’s maakt Wik.. Anders..)
Met jezelf in het reine komen over wat je moet doen, niet wat je kennen moet. De waarheid vinden, het idee vinden waarvoor je leven en sterven wil.. Wat is de zin en wat de zin-loosheid in het bestaan.. in mijn bestaan”
De context wordt steeds terug gevoerd naar de relatie van de mens tot zichzelf.
Als de herinnering blijft, dat mensen zich verhielden als vreemden ten opzichte van elkaar en last hadden van een zekere kunstmatigheid of dat er geen sprake was van de een of ander vorm van eenheid, dan is dat als een groot gat… Het grootste gat dat er bestaat…
Het gat der eenzaamheid.
Rob….waarom ben je dan toch op zoek”
Wat zoek je in het verleden”
Wie bezoek je”
Wat houd je vast”
Verleden is een deel van het heden
Het heden dient gevierd
Het verleden niet”
"All””n kunnen we onze groei niet vinden.
De liefdevolle transformerende relatie is een leidraad
voor onze potentie.
Ze bevrijdt, vervult, maakt wakker en geeft kracht.
Je hoeft er niet aan te werken.
Met haar eigenaardige mengeling van intensiteit,
ongedwongenheid en geestelijk contact staat de
transformerende relatie in schril contrast met alle
minder bevredigende contacten in ons leven
en wordt ze even onmisbaar als zuurstof."
Geschiedenis
Hier en daar een dorpsgek
vecht nog zijn eigen oorlog,
leunt nog tegen zijn leeggeruimd
toneel van de wereld en wacht nog
op volgende week betere komedianten.
Hans Andreus
… want zijn wij allen niet, in meer of mindere mate, komedianten…”!
Wat deden zij”
Trokken voorbij!
wat een heerlijkheid
zoveel meningen
die tellen
die inspireren.
sinds ik met u en u en u schrijf
maakt zich een diepere wereld van mij meester.
voert het me terug naar het belang
mijzelf te verhouden met jou zonder obstructie.
zoek ik dieper naar teksten als ik zelf even geen worden ken. en vind en vind en vind nog meer.
iets anders wat nog niet was bedacht.
thx
Ik besta
dit betekent
ik leef, ik adem
ik heb pijn.
Ik besta
dit betekent
ik lees, ik schrijf,
ik eet
wanneer ik iets te eten heb.
Ik besta
dit betekent
ik denk na,
ik vraag mij af
of ik besta.
Willem M. Roggeman,
Nu
Ik adem niet, ik zing.
zelfs als ik zucht, klinkt het
per ongeluk alsof ik
een paar noten neurie
die me vannacht, terwijl
ik sliep, zijn voorgezongen.
Het is alsof de lucht
mijn deken is en ik
mijn hoofd het liefst
te rusten leg op het kussen
van mijn longen, de plek
waar ik mijn hartslag hoor
in vierkwartsmaat:
dat ik besta, dat ik besta.
Bart Moeyaert,
Hoe meer zielen
Ik heb een ziel
die precies in mij past-
ik doe alles met mijn ziel
klop op mijn ziel en stof hem af
schaaf aan mijn ziel en blaas de krullen weg
boor gaten in mijn ziel en vul ze weer op
met nuchtere gedachten.
Ik wou dat ik meer zielen had
en van een andere soort
oneffen zielen kromme zielen
zielen als spartelende zilvervisjes
als meisjes in een winterjas
zwarte zielen.
Maar mijn ene ziel-
een tamelijk vierkante effen en solide ziel-
vult reeds alle beschikbare ruimte
en krimpt geen milimeter
zolang ik leef.
Toon Tellegen