je voelt'm wel
Op een dag verscheen er een man in een dorp. Hij verklaarde eikels te willen kopen en wilde daar één Euro per stuk voor betalen. Omdat er veel eikenbomen in het dorp stonden, begonnen de dorpsgenoten snel eikels te verzamelen. De man kocht een week later duizenden eikels voor een Euro per stuk.
De man verklaarde dat hij een week later zou terugkomen en twee Euro per stuk zou betalen per eikel. Opnieuw begonnen de dorpsgenoten eikels te verzamelen, alhoewel er veel minder eikels over waren. De man verscheen een week later, betaalde twee Euro per stuk en verklaarde een week later opnieuw te verschijnen en vijf Euro per eikel te betalen.
De voorraad eikels was vrijwel opgeraakt en de dorpsbewoners zetten alles op alles om maar nieuwe eikels te vinden. Ze vonden er toch nog een paar. De man verscheen precies op tijd een week later, betaalde vijf Euro per eikel en verklaarde een week later terug te komen en twintig Euro per eikel te betalen.
De dorpsbewoners konden echter geen eikels meer vinden. Toen verscheen er een dag later een tweede man met een grote zak eikels op zijn rug. De dorpsbewoners vroegen of ze de eikels van de man konden kopen, maar de man vroeg er 15 Euro per stuk voor. De dorpsbewoners verzamelden al het geld wat ze konden vinden. Al het spaargeld wat ze hadden legden ze bij elkaar en ze kochten de grote zak eikels. Een week later verscheen de man echter niet meer. Ze zagen de man nooit meer. Ze waren al hun geld kwijt en het enige wat er achter bleef was een grote hoeveelheid eikels.
En zo…

1 april. Terwijl dit verhaal al eerder de revue passeerde. En het er alle schijn van heeft dat ook nu de mensheid zich weet te herhalen. Simpelweg door hebzucht. Of door het achterna jagen van veronderstelde illusies. Het belang van als dit, dan dat. De appeltjes die bedoeld zijn voor de dorst, echter verschrompelen door de tijd. Als ooit op zolder. Er misschien nog iets van tutti frutti van viel te maken. Waar wormstekigheid en schimmel met de appel aan de haal konden gaan. En er niet veel meer restte dan ze aan de varkens te geven. Om nog veel later de speklapjes te gaan verorberen. Met die ietwat zoetige appelsmaak. Appeltjes. Met stroop desnoods. Appelstroop. Om rond monden te smeren. Of de geur van diezelfde appeltjes. Met mensen die van de wereld dwaalden. Een hyperglycaemisch coma tegemoet konden zien. Met in het verleden geregeld met dodelijke afloop. Waar tegenwoordig wederom sprake van kan zijn. Door veranderde voedingsomstandigheden. De overvoed. En het gemak. Van de fastfood ketens. Van de voorgekookte en voorgekauwde maaltijden. Even oppiepen en klaar. De schoonheid van de magnetron. En dan nog steeds dat feit. Van Den Briel. En de gaten die gepaard gaan aan de sokken. De grap die zich tot in het oneindige zal weten te herhalen. De variant op het Droste effect. Rutte die aftreedt. Hillen die optreedt. En Geert die afwacht. Op een nog veel betere kans. Hoewel, wachten op kansen…”! Het proces dat hij weet te winnen. Dreigt te verliezen. En vriend Moszkowicz die zijn opwachting maakt. In toga. Waarbij minuten in euro’s passeren. Hij vriend en vijand aan zijn lippen weet te kluisteren. Opdat hij met recht en reden verantwoorde waarheden kan vertolken. Waarbij de grap wordt geschuwd. Want zelfs de grap kan oneerbaar uitgelegd worden.

’t Is weer 1 april. Wat heeft het voor zin om lang bij deze dag stil te blijven staan. Wat heeft het voor zin om in het verleden te vertoeven. Hooguit met de volgende woorden:
‘Voetstappen klinken even hol op, om daarna dood te slaan tegen de wit gepleisterde muren. Het is een terugkeer in de moederschoot. Uit schijnbaar naar niets leidende zijgangen klinkt dof gerammel van gamellen, een zoetige etenslucht walmt me tegemoet. Het is het enige teken van leven wat te ontdekken valt.
Er komt een eind aan dit voorgeborchte. Het duister maakt plaats voor helder zonlicht dat zich meester maakt van een groep wezens op het achterplein. Hoewel de kruiwagens ieder individu een eigen plaats in de rij geven, vormt dit “”n geheel in deze gespleten omgeving.
Een figuur maakt zich los uit dit tableau, geeft een teken en de stoet zet zich woordloos in beweging.
Ik sta perplex, voel me een indringer en laat dit beeld op mijn netvlies inbranden. Het is maandag 1 april 1969, een bijzonder gewone dag in de inrichting.

Uit: Afscheid, een persoonlijk relaas over grenzen, waarden en andere onduidelijkheden.
ISBN 90 802740 11
NUR 300
Alkmaar: Wikken & Wegen
Laatste 15 Reacties