lassmalloelleh

Lassmalloelluh!
Stond er ooit. En ik dacht weer even terug in toen. Nu weet ik niet of ik wel even in toen kon denken, gezien het veranderde tijdstip waarop deze woorden over het scherm heenknallen, maar toch staat het er wel leuk. Want wat gebeurde ooit”
‘De laatste keer dat ik zelfgemaakte kippensoep at kreeg ik, tot twee maal toe, vrij heftige spierpijn. De eerste keer zo erg dat ik niet goed wist waar ik het zoeken moest… De volgende dag, rond de klok van zes uur, had ik alleen nog wat spierpijn van een door mij, van zijn plaats gedrukte spier. Het werk wachtte.
De dinsdag daarop van hetzelfde laken een pak. Ook nu weer was de pijn beperkt tot mijn nekgebonden spiermassa en opnieuw was het kippensoep die mij de das omdeed. Tenminste…’


iGer.nl
Het werk wachtte. En net zo vrolijk zette ik mijn werkzaamheden voort. Met een mate van nonchalance, die ik nu wel uit mijn kop zou halen. Hoewel…
Ik vond mezelf in zekere zin ook wel stoer. Doorstond de pijn en trok me niets aan van de signaalfunctie die pijn veelal heeft. Vond het ook niet zo dramatisch om daar, in welke vorm dan ook, geneeskundige acties op te laten volgen. Want de klachten waren a-typisch. Althans voor de leek die in eenieder verscholen gaat. Of misschien in het bijzonder bij mij verscholen gaat. Alsof de buitenkant niet veel met de binnenkant te maken heeft. En dat klopt niet helemaal. Dat klopt al een tijdje niet helemaal. Het heeft er dan ook veel van dat ik me verschuil. Achter die pose. Het verhaal om niet. Het kleuren van de plaatjes om de afleiding te versterken. Want ik kom feitelijk tot niets. Ja, ik wandel op mijn tijd. Doe een boodschap vanwege een doel. Oriënteer me omtrent de bladen op fotografie gebied. Beschouw en aanschouw mijn andere interesses. Treintjes. Boeken. Werp mijn blik op de maandelijkse rondzending. En zoek op postzegelgebied het een dan wel het ander uit. Deel mijn interesse veelal met mezelf. En laat de dagen tussen mijn handen heen glippen.


iGer.nl
Maar dan komt de fotografie. En kom ik terug op mijn verleden. Als die zaterdag, de tweede in april. En sta ik weer even stil dat ik daar 22 jaar activiteiten heb vertoond. Activiteiten die momenteel een rol spelen in mijn bestaan. De vooronderstelde pensioenopbouw. En het rusten. Op niet zichtbare lauweren. De krijtjes die aan de wilgen hangen. De borden die voor mijn ogen gevallen zijn. Als het al geen schellen waren. En dat bijzondere gevoel. Wat zich laat omschrijven als het bijten van een slang. Veelal in mijn eigen staart. Misschien om die oude huid te doen verdwijnen” Om te ontdekken welk een eenvoud onder die huid verborgen gaat” Welke kleurenpracht zich zou kunnen voordoen. Dan wel de vraag beantwoord zien of er nog wel sprake is van een kleurenpracht. Het grijze wat mogelijk overheerst. En dat wee gevoel wat ergens in de bovenbuik speelt. Wat zich zo moeilijk laat omschrijven. Maar wat er wel degelijk is.


iGer.nl
Neen, het is geen angst voor het mogelijk er tussentijds uitknijpen. Want dat dit ieder moment kan gebeuren, geldt niet alleen voor mij. Het is ook niet de dood die mij regelmatig lastig valt. Althans, de gedachten. Het is meer het komen tot een bevredigende invulling van de zaken die er toedoen. Met in mijn achterhoofd hoeveel tijd ik heb verloren door mijn voormalige werkzaamheden te verrichten. De vergaderingen, waarbij ik me op het laatst maar vasthield aan het gegeven dat ik voor die tijd werd betaald. De herhaling van voorafgaande zetten. En de afspraak dat daar een volgende keer op teruggekomen zou gaan worden. Want dan veelal in de tijd verdween. Achterhaald door de omstandigheden. De relevantie die uit beeld verdween. De vooronderstelde actualiteit. Of simpelweg er geen idee van te hebben wat het antwoord ‘überhaupt’ zou kunnen zijn. Een Germanisme wat in de Nederlandse taal sloop. Gelijk het woord ‘middels.’ Waarbij ‘door middel van’ door nanoseconden de mond wordt gesnoerd. Bij wijze van spreken dan. En dit, te allen tijde, voor de nodige discussie kan gaan zorgen. In ‘Onze Taal.’ Wat ook al een kwijnend bestaan lijkt te leiden. Of is het nu lijden met een lange”
Ik bazel wat. Ik bazel vandaag maar wat. En draai vrolijk om de aprilboom heen. Zou wel graag een boom hieromtrent op willen zetten. Want de meiboom is zo voorspelbaar. De Pasen volgens de middenstand hard onderweg. De eieren in de meest veelkleurige verpakkingen te koop. En de aanbiedingen liegen niet. Voor slechts 4,99 een kilo felgekleurd. Of twee ons voor slechts 1,99. Als ik me dan realiseer dat ooit de gulden het pad moest effenen voor die vanzelfsprekende euro.


iGer.nl
Een scene uit de film Cabaret. Duitsland viert zijn herrijzenis. De jaren 1930. Twee mannen, blond haar, blauwe ogen en een zeer Arische uitstraling, geüniformeerd zetten een lied in. Mannen gaan staan. Vrouwen gaan staan. Kinderen gaan staan. ‘Want de morgen zal aan ons zijn.’ Woorden die de nieuwe wind uit die bepaalde hoek laat waaien. Het oosten. Een oude man. Een gerimpelde kop. Een rond, metalen brilletje. Een pet. Een hand die zijn kin ondersteunt. En zijn hoofd gaat heen en weer. Hij schudt neen. En blijft dit herhalen. Hij kent dan ook de gevolgen. Voor hem zijn de jaren 1914 – 1918 geen getallen. Hij zag ze vallen. Hij zag het bloed, het zweet en verborg zijn tranen. Hij huilt nu weer. Alleen zijn zijn tranen nu verdroogd. Ach…