leegte
Want als je zo door stad en ommeland je bezigheden probeert te voorzien van een inhoud, ontkom je er niet aan dat je oog op zaken valt die een vorm van weemoed doen vermoeden.
Neem de trein. Dit keer als voorbeeld. Of de bus. Als alternatief. De fiets met die beperkte snelheid. Of loop. Zie de tegels onder je voeten verdwijnen. Realiseer je dat iedere stap dichter naar je toekomst gaat. Een toekomst waarin het verleden steeds grotere vormen aanneemt. Bijkans groteske vormen aan kan nemen. Tenminste, als je daar te lang bij stilstaat.
Dus sta je niet stil. Loop je door. En leidt de weg voorspelbaar naar een einde.
Dacht ik en zag een trein zich een weg door het landschap banen. Stond niet stil bij de voorspelbaarheid. De rails die niet veel verder reiken, dan dat zich ergens een wissel voordeed. Een wissel deed vermoeden. Het station wat tussentijds wacht. De mensen niet zichtbaar. De rails. Geen uitzicht, waardoor de wereld slechts een vaag vermoeden is. Het wachten op een volgend station. De mededeling dat alleen het voorste treinstel doorgaat. En dan weer in gezwinde pas…

En mensen. Je mist ze geregeld op mijn foto’s. Ik vind het ook wat lastig. De vaart waarmee de mens onderweg kan zijn. De omstandigheden. Zon. Regen. Wind. Grijze luchten. Bewolking. Een vleugje voorjaar. Een vleugje herfst. Gelijk een winkel vol met luchtjes. Benauwend. Op de luchtwegen slaand. Rijk aan geuren. Rijk aan kleuren. Schakeringen in veelvoud. Sentimenteel”! Ach, in zekere zin.
Maar ook dat hoort bij mijn leven. Mijn leven nu. Mijn leven in dat verleden. Een verleden wat me past. En tegelijkertijd ook weer niet. Aan ander leven dan” Ach, ook dat in zekere zin.
En dan” Die andere momenten. Alsof ik in huis onderweg ben. Zoals mijn fantasie geregeld onderweg is. Alsof het onderweg zijn een nieuw tijdperk in gaat luiden. Of alreeds heeft ingeluid. Niet wachten op het feit dat met iedere seconde het steeds maar weer wat later wordt. Of vroeger. Niet afwachten maar het initiatief in handen nemen en in handen houden, niet de hoek opzoeken maar, waar mogelijk, mijn licht laten schijnen. Op jou! Op mij! Op anderen!
Op bekenden! Op onbekenden! Op voorbijgangers! Op mensen in de straat, mensen op een plein, mensen in een wijk, mensen in een plaats, een stad, een dorp desnoods…
Mensen op de hoek, mensen in de rij, mensen in een keurslijf en mensen, zomaar, vrij…

en leegte. Leegte die ik trof op Duin & Bosch. Een paar verdwaalde mensen. Een zon die schijnt en niemand noodt. Om buiten te gaan zitten. Om te bewegen. Om even de voorspelbaarheid te verlaten. In te ruilen voor het nakend voorjaar. Een boerderij. Voormalig. Een huidig theehuis. Nu. Met mensen die wat drinken, eten desnoods. En praktisch geen geluid maken. Genieten. Mogelijk. De tijd laten verstrijken. In een bepaalde mate. En diensters gedienstig zich tussen de tafeltjes verplaatsen. Een bestelling opnemen. De bestelling brengen. Een hapje. Een drankje. Een frisje. Een biertje. Appelgebak met een klodder slagroom. Uit de spuitbus. Iets om het niets te doorbreken. Misschien. Misschien ook niet. En ik laat na dit te vragen. Vervolg mijn eigen weg.

Twee meisjes te paard. Amazones op een asfaltweg. Verdwaald” ‘Staan wij er goed op”‘
En ik zeg ‘ja!’ Betwijfel dit als ik de foto zie. Want het beeld is niet compleet.
Aan hen draag ik vandaag deze bijdrage op! Ik ben het kwijt!
Laatste 15 Reacties