D Vest

Een kerk. Ontvolkt. Niet door de week maar juist op zondag. De dag des Heren laat zich lezen. Het liefst op zaterdag. Als de rust van het dagelijks bestaan zijn beslag krijgt. Het plein een meer dan desolate indruk maakt. De wereld uitgestorven. Een stem tegen een muur doodslaat.
Een theater. Bevolkt. Een uitvoering. Voorjaarsconcert Stedelijk Harmonieorkest Soil Deo Gloria. Jos Jansen, bastrombone en Frans Limburg, acteur/verteller. AHAB. De bezeten kapitein van een walvisvaarder die zijn hele leven al op jacht is naar de fameuze witte walvis Moby Dick. De muzikale illusie die je meevoert op deze gruwelijke tocht en getuige laat zijn van een drama. Met harpoeniers, donkerrood bloed en een einde wat gepaard gaat met donder van pauken en bliksem van licht. Verwarring alom en het orkest dat de onderste steen naar boven weet te brengen. In een theater wat, als het goed is, aan de vooravond staat van…


iGer.nl
Een boek. Laat zich lezen. Het Boek wat zich lezen liet. Voorlezen en de kansel die verscholen gaat. De galerijen waarin de ruggen staan te wachten. Op blikken, mogelijke handen die deze ruggen zullen gaan beroeren, een vluchtige aanraking, een snelle blik en de afweging wel dan wel niet. De keuze die gemaakt wordt. Als in het onderstaande.
Theater De Vest meurt
‘Wat een heerlijk kleinburgerlijk politiek geneuzel lees ik in de krant over de verbouwing van jullie theater dat in mijn ogen dringend aan verbouwing en vernieuwing toe is. Dus het gaat niet door” Kan het haast niet geloven. Jullie weten hoe graag ik (als parttime buurtgenoot uit Bergen) bij jullie speel. Mooie stad, mooi volk. Maar jullie weten ook wat ik de laatste keer heb gezegd: het theater is op, de zaal is te klein, de mogelijkheden zijn beperkt, gedateerd, tegen het oubollige aan. Toe aan een uitbreiding, een stevige renovatie. Dat vind ik, maar dat vinden mijn technici zeker… hebben het altijd over die ouwe meuk op jullie toneel, rottige stoelen met te weinig beenruimte en slecht zicht. Zelf weet ik daar niet zo veel van. Weet wel dat ik laatst in de zaal zat bij een collega en dat ik dacht: wat een tuttige tent is het toch en wat zit ik beroerd. De geur van de zeventiger jaren meurt uit de stoelen.
Begrijp dat er zomaar drie miljoen of meer wordt weg geflikkerd als de verbouwing niet door gaat. En dan” Over tien jaar een theater buiten het centrum” Donder toch op! Een theater hoort toch midden in de stad” Dat je naar buiten komt en nog even de kroeg in kan! Vooraf een hapje eten in een van de gezellige restaurantjes” Dat maakt een avond theater mooi. Dat de kinderen weten waar het gebouw voor dient! Daar maken ze toneel! Daar wordt gelachen! Gedanst en gehuild!
De Vest mag niet verbannen worden naar de koude nieuwbouw op Overstad. Een theater is een hart dat moet kloppen! En dat weten politici ook. Allemaal. Links en rechts! Dus moeten ze niet zeuren. Verbouwen die tent, aanpassen aan 2011, en midden in Alkmaar laten, daar waar het hoort! Wens jullie wijsheid en succes. Of ik gauw weer kom spelen” Wat mij betreft grager dan graag. Maar dan wel in een nieuwe toko en hartje stad! Succes!’
 


iGer.nl
Stelt Youp van ’t Hek in een open brief. Komt in opstand tegen het besluit van het Alkmaarse college van be en w. Een stadscollege wat doet denken aan voormalige stadsregenten. Een college wat plannen van links op voorhand afwijst. En wat, naast behoudend zijn een groot deel van de huidige problematiek op de toekomst afwentelt. Een college wat, naast Trots op Nederland, OPA koestert. En waar de vos van het CDA de passie preekt. De veren in het rond dwarrelen. Het pluche rood kleurt. Maar dit laatste bij wijze van spreken nu Groen Links en de PVDA in de oppositie terecht zijn gekomen.  
Een afscheidsbijeenkomst van wethouders zal gaan plaatsvinden. Rian van Dam (ingevlogen), Wim van Veen, Nico Alsemgeest en Gert Jan Leerink hun ontslag hebben ingediend. Momenteel de status van ambteloos burger bezitten. En ik van harte ben uitgenodigd hierbij aanwezig te zijn. Dan heeft het veel van het volgende.
‘En zij kijken. Zij keken al toen ik niet was. En nu ik ben, kijken zij. Zoals zij ook straks zullen kijken. Wanneer ik er weer niet ben. Zij blijven terwijl wij gaan. Wij, de voorbijgangers, zij de kijkers. Al zien zij niet. Al horen zij niet. Zij zwijgen. Het laat hen koud. En als het duister eenmaal valt, zal ook dat geen zorg zijn.’
‘Zij kregen. Wij gaven. Het waren goede gaven wat zij kregen. Al kregen zij het niet. Het waren juist de ritualen die zorgden voor hen. Er werd wel gebeden. In het bidden was er dat gehoor.  Aanbeden. Een wees gegroet. Een onze Vader. Geen gebed. Meer een betoog. Een liturgie desnoods.’


iGer.nl
Een college wat de zak heeft gekregen. Een ander college wat is geïnstalleerd. Het goede bewaren en het minder goede veranderen niet in het vaandel heeft staan. ‘Rücksichtlos’ aan het strepen is gegaan. Tot onder de fundamenten de bodem probeert te bewerken. Waar geen kop meer boven het maaiveld uitsteekt. Want stel je nu eens voor, dat…