vaar jaar dag

Lekker een beetje relaxen. Juist op een dag als vandaag. Waarop Jet aandacht aan haar jarig zijn besteed. Hetzelfde bouwjaar als ik kent. En de dag van ooit mijn vader. En die Oostenrijker die nooit als schilder is doorgebroken. Wel als leider. Hele volksstammen op hun knieën dwong. Juist in deze en de toekomende tijd weer de momenten van herdenking naar voren brengt. Rotterdam. En het hart wat hij eruit wist te snijden. Zadkine. De Grebbelinie als Rijksmonument een eeuwigheidswaarde tegemoet gaat. Terecht! Na 71 jaar de laatste gesneuvelde soldaat is geïdentificeerd. De 21-jarige soldaat W.F. Brummelhuis. En ik daar simpelweg melding van maak. Simpelweg door wat letters in te toetsen. Alsof ik niet veel beters te doen heb.
 


iGer.nl
Dus een beetje lopen lanterfanten. Ook wel lekker. Een beetje naar de bibliotheek. Voor zover je van een beetje kunt gaan spreken. Een beetje fotograferen. Voor zover je van vastleggen kunt praten. Een beetje lopen in zoomen. Voor zover zaken zich scherp laten stellen. En als deze zich niet scherp laten stellen, me lopen verwonderen. Omtrent de wijze waarop kleuren in elkaar over kunnen vloeien. De scherpte ontbreekt waardoor een zachte irritatie kan ontstaan. Door een omgekeerde vaas die mijn oog wist te vangen. De wind die wat speels door de prunus woei. Of beter waaide, tere blaadjes die, voor even, het luchtruim kozen. Zich terneder vleiden op de harde steen, die van geen wijken weet. En de zon die probeert de ware kleuren te verdoezelen.
Zodat alles door een lichte waas gevangen wordt. En ik die waas weer tegenkom. Bij tegenlicht. In zonlicht. En me verbaas. Me nog steeds kan verbazen. Door mijn derde oog, de lens en het knopje. Het geluid wat digitaal aangeeft dat het is vastgelegd. In kleur. Ik mij naar de HEMA spoed om daar mijn meesterwerken af te laten drukken. Of eigenlijk liever gezegd mijn werken.
 


iGer.nl
Doorlopende kleuren. Een kleurenpracht door dat zonlicht. Bloesem wat zich aan takken laat schilderen. Een wind die het nalaat de bloesem van de takken te rukken. En de snelheid waarmee de lente om zich heen grijpt. Narcissen over het hoogtepunt heen. Tulpen die verwaaien. Door een heel klein windje. Of stomweg over het hoogtepunt heen.
Tulpen die tot op de tafel reiken. Zwaar door hun zwaarbloemigheid. Meermaals gevouwen tulpen. Verknopte tulpen. Zoals de tulpen die ik ergens tegenkwam. Zo paars als het paars maar zijn kan. Zo zwart als zij ooit vroeger waren. De handel die zich toen voordeed. De windhandel waarin zij kwamen te verkeren. De tulpen die nu, de een na de ander, door coryfeeën worden gedoopt. De kwekers die iedere keer een nieuwe variant weten te creëren. De ongekendheid van de natuur. Een kunstmatige natuur. Geschilderd door weer een meesterhand.
 


iGer.nl
Eigenlijk doet het er niet toe. Zoals deze woorden er ook niet altijd toe doen. Ik was wat bezig. En pakte een boek. Verslingerde aan de gedachten van een ander. Omdat ik ook die andere woorden las. Zoals Hesse ze ooit neerzette. Zoals Bernlef dat nog steeds weet et doen. Als de woorden die nu volgen. Een doorloop op stemmen van gisteren.
‘Mensen die alleen zijn beginnen in zichzelf te praten. Dat is onvermijdelijk. Zoals een gevangen in een kale cel al vrij snel begint te hallucineren. De hersens vragen om prikkels van buitenaf. Als die niet komen produceren zij ze zelf. Iemand die alleen is begint eerst in zichzelf te praten. Later splitst hij zich op in personen die hij gekend heeft. Hij begint rollen te spelen. Inderdaad, net als in een toneelstuk.’
 Uit:  Bernlef, Verloren zoon, Eerste en tweede druk, 1997, Em. Querido’s Uitgeverij b.v., Amsterdam
Ik geniet. Wat is het fijn om zo af en toe gedachtevol te zijn. Om te beseffen dat er anderen zijn die op een vergelijkbare manier een toetsenbord hebben weten te beroeren. Waardoor het er veel van heeft dat een dialoog zich blijft ontrollen. Waarbij de rollen zich verdiepen. Er sprake kan zijn van een ongekende ontwikkeling, omdat de één… en de ander zich uitgenodigd voelt om… er dan mogelijk een derde is die mede een duit in dit zakje doet!
Wie is de persoon die dit geheel weet vast te leggen” Ben ik dat” Ben jij dat” Of was het de schrijver die ik citeerde” Waren het mijn gedachten” De jouwe misschien” Of waren het onze gezamenlijke gedachten” Waarom schrijf ik” Mogelijk ook dit keer opdat dit niet verloren gaat. Zoals die andere gedachten. Die andere momenten. Juweeltjes die het kaf en koren wisten te doorstaan. Plaatjes die voor zich konden spreken.
Dat gesprek dat zich niet laat horen maar wel laat zien. De vooronderstelde dialoog. Dia loog! Vrij dwingend. Juist vanwege het feit dat het niet gesproken taal kan zijn. Het leesbaar zou kunnen zijn. Het over van alles gaat en over niets. De vraag omtrent een kip dan wel een ei geheel uit de weg wordt gegaan. En dat aan de vooravond van Pasen.
Wat doet het ertoe wat ik memoreer” Wat ik citeer” Waar ik mijn blik op werp” Of juist mijn blik laat afglijden” Hebben mijn schrijfsels een kosmopolitische inslag of zijn zij verhalend” Neem ik waar of kan ik met woorden schilderen” Evocatief misschien of ben ik een poëet die mijn poëmen in glas graveert”
 


iGer.nl
Of simpelweg een boer. Een boer die regelmatig van het pad afdwaalt. Met zijn klompen door de klei loopt te soppen. En zodra hij thuis is met zijn klompsokken aan de haard opzoekt. Dat veilige van ’t huis. De haard die dan voor zich zal spreken…