AVe
A ls een eiland. Losgeslagen. Overgeleverd aan de elementen. Razend. Verwilderd. Tollend. Draaiend. Wervelend. Dollend. Alleen de vraag met wie. Waarom”
Het middelpunt in een onmetelijke plas. Alles bovengronds. Vloedgolven die elkaar proberen te verdringen. Woest struikelend over een voorganger, een achterblijver in zijn vaart vernietigend. Krachtig veerkrachtig en dan weer lui en onaandoenlijk. Bijkans verongelijkt.

Je wakker wordt door de ziltheid van dat water. Je je ogen niet kunt geloven. Duister wat door een lichte kamer schemert. Een geluid wat zich niet laat bepalen. Onherkenbaar. Ongenaakbaar. Onzichtbaar voor wie er geen oog voor heeft. Onbenoembaar. Ongenietbaar. En niet in de laatste plaats onaantastbaar. Een orgie van mystieke klanken zwelt aan. De storm loeit aan, rukt aan mijn kleren, probeert deze van mijn lijf te rukken. Ik wapen mij door de wind mijn rug toe te keren. Probeer de luwte te bereiken. Mijn ogen tranen en ik ga schuil. Geen wolk die de lucht weet te bewolken. Geen schaduw waar de zon mee aan de loop kan gaan. Het blauw oogt steeds grimmigere. En de wind blijft rukken.
Ameland. Wat is er met mij aan de hand” Eigenlijk niet veel meer dan dat wij de wind trotseerden. Wij, Corry, Marry, Ria, Rob en ik. Twee tandems en een solo fiets. Een wind van minimaal 6 Beaufort. En kaal. De dijk, het weiland, de zee, de wadden. Een vaargeul die steeds kleiner wordt. Betonning wat steeds minder te raden laat. Een weg zowel aan de ene als aan de andere kant van de dijk. De wind die zich niet in de luren laat leggen, laat staan voor enige luwte zorgdraagt. Want de luwte hebben wij slechts in ons hoofd. De wind blijft aan de kleren rukken. De versnelling laat ons sneller trappen en de vooruitgang is iets meer dan stilstand. We blijven trappen in de 1. laten Rob en Marry lachen, als deze ons snoevend en zoevend passeren. Het moet dan ook voor de buitenstaander wel komisch zijn als een gros aan leeftijd zich langs de glooiing van de weg op de dijk zich het lazarus trapt.


Vaals. Voorheen een vierlanden punt. Momenteel een drietal landen wat zich vanuit de Boudewijntoren laat aanschouwen. De lift die ons, binnen een poep en een scheet, zo’n vijftig meter boven de grond brengt. Vanaf die hoogte laat geen grens zich zien. We raken, voor even, onbegrensd en alles zal gelijk gaan vloeien. Water wat zich een weg naar beneden baant, een weg welke leidt naar België, Duitsland in het ongewisse. Vlaggen die als een drietand elk land vertegenwoordigt. Het is zo simpel. Alsof er nooit iets aan de hand is geweest. Vredig. Zonder enige vorm van rancune. De vlaggen hangen, de wind laat het vandaag afweten. Tenslotte loopt het weer naar de vierde mei. Krijgt mogelijk de oudste zoon van Meinoud Rost van Tonneren de mogelijkheid om zijn kant van het NSB verhaal te kunnen vertellen. Zijn vader die zelfmoord pleegde toen hij 3 en een half jaar oud was. En zijn moeder die als de ‘Zwarte Weduwe’ altijd het fascisme heeft beleden. Een handreiking dan wel een vingerreiking om dat deel van de geschiedenis in elkaar over te laten vloeien. Maar direct ook weer oude littekens openrijt. De wonden die weer gaan bloeden. De keuzes die worden gemaakt. Want ergens staan ook regels gegrift: ‘opdat wij niet vergeten…’
Ik ben mijn eigen almacht voorbij; dien als slaaf van het onbestemde.
Ik ben ontheemd; mijn plaats laat zich niet bepalen.
Ik ben onkwetsbaar; ik besta en besta ook niet.
Ik drijf weg; blijf op mijn plaats.
Ik ga en ga ook niet.
Ik zie en weet niet meer te verklaren.
Het zijn dan ook uitersten wat ik vandaag naar voren wil gaan brengen. Aan de ene kant de symboliek van een eiland, de andere kant een drielandenpunt ver in het zuiden. Ameland en Vaals. Avé. Dan roept dat ook die andere spreuk op: ‘Ave Ceasar, il morituri te salutant.’
En daar heeft het wel wat van. In een bepaald opzicht. Maar gelijktijdig ook het volgende! Waan. Waanzin. De absolute waanzin en de zinnigheid in top. Maar waar de waanzin begint en waar de zinnigheid zegeviert…
De V staat voor dat andere symbool.
Vrijheid wordt ook in alle vormen beleden. Door alle anderen. Waar ook ter wereld. Tot in de eeuwigheid. En in die eeuwigheid verpoos ik. Op dat eiland. Mijn eigen eiland in een wirwar van andere eilanden. En op dat benoembare drielandenpunt…

Laatste 15 Reacties