Wat een strot!
Wat een strot! Zo’n strot uit zo’n relatief klein wijffie. Ook haar voorgangers hadden strotten. Deden qua grootte niet voor haar onder, haalden uit dat het merg het been deed keren. Als voorverwarmers. Maar zelfs dat was vandaag niet geheel nodig. Waar het de afgelopen keren danig uit de lucht viel, paraplu’s voor een bepaalde intimiteit zorgdroegen, was het nu de zon die zich tegoed deed. Aan het blanke vlees wat nietsvermoedend schuilging onder die spaghettibandjes. Simpelweg op een rij. Lekker in het zonnetje en de oortjes gespitst. Op de woorden die vergezeld gingen van de klanken van een simpele gitaar. Een bluesharp. En een schraper. Althans dat is het geluid wat mijn oor trof. Het raspen wat ouderwets aandoet. Waarvan ik vermoed dat het in de Middeleeuwen een gangbaar geluid was in de buurt van het Rasphuis. Waar mensen werden getuchtigd. Of misschien wel werden opgevoed. Gereïntegreerd. Geen gangbaar woord voor die tijd. En zelfs nu een woord dat enigszins misplaatst gebruikt kan gaan worden. Waar integreren heeft plaatsgevonden, het pogen jammerlijk is mislukt, kan er sprake zijn van een opnieuw proberen. Herpogen als het ware. Maar daar heeft dit apparaat zelfs moeite mee, laat staan de maatschappij waarin dit plaatsvindt. Terzijde echter!

Alkmaar op zondag. Zomer op het plein. En een meer dan duizendkoppig publiek dat zijn opwachting maakt. Wacht op de ommekeer. Een vrije noot van deze zijde. Mijn zijde in dit geval. Want wat tot die ommekeer heeft kunnen leiden, is een vraag die zich niet direct laat beantwoorden. Hoewel ook deze vlieger niet geheel opgaat.

Die andere keer waren wij op een ander plein. Het Waagplein. En ook toen was er sprake van een zomer. Een typisch Hollandse zomer. Benauwd was het. En paraplu’s leken raadzaam. De kans dat het over zou trekken, was ook nog aanwezig. Dus waagden we het erop. Tenslotte gingen we naar het Waagplein! Zonder paraplu’s en zonder regenkleding.

We hebben het geweten. Met bakken kwam het uit de lucht. De echte ‘die-hards’ lieten zich echter niet weerhouden. Kropen op het laatst onder die grote ‘moeder-paraplu’s’ hetgeen de sfeer ten gode kwam. En ook toen schalde haar strot door de ether. Vibraties van daarginder naar hier. Waar wij stonden. En de regen het geheel van een andere dimensie voorzag. Zij toen vrijwel uitsluitend Franse chansons te berde bracht. Dit deed met en passie die dicht in de buurt van een orgasme kwam. Althans, een aantal mensen geheel in vervoering bracht. Dit ook duidelijk lieten merken door de woorden mee te chansonneren. Weer een woord wat geen herkenning oproept.

Vanmiddag was het Engels wat de klok sloeg. Een zwarte vleugel waar een klein koppie achter schuilgaat. De toetsen die worden gerammeid. De microfoon die erbij wordt gehaald. En de woorden die, in eerste instantie niet alleen melodieus worden uitgesproken, maar ook lieflijk worden gezongen tot… die uithaal. Dat merg en dat been welke beginnen te sidderen. En de golven die zich van het publiek meester maken. Het applaus dat klatert. En de bravo’s die dra verstommen.

Zomer op het Plein. Zomer op het plein en de uitsmijter van al die sessies. Het ‘mede mogelijk gemaakt door…’ voor kennisgeving aanneemt. De presentatrice niet veel beter weet te doen dan de namen van een papiertje af voor te lezen. Haar aankondigt. WENDE. Geen nadere toelichting nodig heeft. En waar tussen de opbouw van de een, de stem van Amy door de luidsprekers klinkt. Mensen met een biertje van de zon genieten. De zon schijnt op diverse bruine bolletjes. En wij niet veel meer doen dan te blijven staan waar wij stonden. Samen met al die duizenden anderen op dat niet nader genoemde plein. Alkmaar: dit keer echt Zomer op het Plein.
Laatste 15 Reacties