Landbouwdag 1975/2011

Op jacht naar puike spullen / Twintig slachtdieren meer dan vorig jaar / Boe / Grasduinen in de kleding bij een van de vele marktkramen / “Morgen krijgt-ie een nieuw beroep” “Dan wordt-ie een onsje rookvlees” / Laus Klaver slaakt vreugdekreet: ‘ Gewonnen van de groten’ / Bokaal voor Spikkel komt in de hooiberg / Dik zestig jaar met koeien naar Alkmaar / ‘Mooie pluizen aan de oren’, aldus de konijnenkeurmeester / Grutten tussen de schoenen bij de markt op de Laat
“Je kunt je niet alles veroorloven.”
Alkmaar viert woensdag zijn 75e Landbouwdag. Een historisch ogenblik voor een unieke gebeurtenis, die alle stormlopen van Overloop, Urbanisering (verstedelijking) en dat soort planologische kreten en realiteiten doorstond en nog altijd duizenden mensen trekt naar de Kaasstad. Een dag, waarop de Noordhollandse veefokker nog eens zijn vakmanschap laat zien en viert. Een dag bovendien waarop de vrouw van de boer weer eens een gezellig dagje uit is en de lappenmarkt op de Paardemarkt en Canadaplein met liefde en gretigheid bezoekt.


iGer.nl
Het NHD sprak met enkele nauw betrokkenen over de vaktechnische “n de organisatorische aspecten van deze happening, die wel een ontwikkeling doormaakt maar zijn oorspronkelijke karakter niet verliest.
ALKMAAR ” Op de kop af 25 jaar is W. Pijper betrokken bij de organisatie van de Landbouwdag in Alkmaar. Als secretaris en als de man die de zaakjes technisch voor elkaar maakt. Na die 25 jaar gelooft hij nog steeds onvoorwaardelijk in de landbouwdag. Al krijgt-ie wel een wat benauwd gevoel bij de gedachten aan schuttingen rond het Canadaplein voor een cultureel Centrum en directieketen op de Paardemarkt. “Want waar moeten we dan heen met de lappenmarkt” Dat moet toch in de binnenstad geconcentreerd blijven” De lappenmarkt en de landbouwdag horen onverbrekelijk bij elkaar. Juist die combinatie geeft de sfeer en gezelligheid in de binenstad die we nodig hebben. Zonder lappenmarkt zal de landbouwdag veel aan betekenis verliezen. Nu nemen mensen vrij omdat ze met de vrouw een dag gezellig uit zijn. Als je dat hele spul niet meer bij elkaar hebt in de binnenstad valt veel van de aantrekkelijkheid weg.”


iGer.nl


iGer.nl


iGer.nl
De binnenstad mag dan gezellig zijn, het is geen locatie die uitmunt door simpelheid en eenvoud. De aan- en afvoer van de dieren is ieder jaar weer een ontzettend probleem. De smalle straten rond de Waag zijn nu eenmaal aangelegd op paard en wagen en niet op kolossale vrachtwagens. “Alleen door de geweldige medewerking van het gemeentebestuur en de politie krijgen we het iedere keer weer voor elkaar. Maar je kunt dan ook lang niet alles veroorloven. We hadden graag meer paarden gehad, maar waar moet je ermee heen” En wat kost het allemaal niet om die dieren naar een tentoonstelling te krijgen” En kippen en konijnen, dat zouden we graag wee trug zien, maar waar” Alles wat je onderneemt is zo ontzettend kostbaar dat e je wel drie keer bedenkt. Je kunt wel een tent huren voor kleinvee, maar dan moeten daar ook wat middenstanders in exposeren om de kosten te drukken. Dat si allemaal niet interessant meer voor een dag. En een meerdaags evenement, daar krijg je geen publiek voor.”
AAC. Stond ooit voor Alkmaar Agrarisch Centrum. In 1960 stond het Canadaplein en de Paardemarkt vol met tenten van De Boer. Rivella werd ge”ntroduceerd. En het bijzonder daaraan was dat Landelijke bekendheden traden ’s avonds op alleen kwam er geen hond. Het veronderstelde publiek let het aan alle kanten afweten en de veronderstelde inkomsten duikelden onder nul. Ruim onder nul. Jaren later was de Stichting nog steeds bezig met de terugbetaling. Een kater en een geru”neerde kas was het uiteindelijk resultaat. Een klap die, in 1975, de landbouwdag maar nauwelijks te boven is. “Vergeet niet”, zegt Wim Pijper, “dat we het helemaal moeten hebben van giften en donaties. Het publiek loopt overal vrij rond. Je ontvangt geen cent. Alles moet komen van de medewerking die Alkmaar geeft, de ereprijzen van de middenstand en donaties.”


iGer.nl
Zelfs aan het vuurwerk op de Kanaalkade ” jarenlang het hoogtepunt van de landbouwdag ” waagt men zich niet. Oor een beetje vuurwerk ben je immers zo 2500 gulden achteruit. Toch waren dat, geeft Pjper ruiterlijk toe, mooie tijden. “Leve de Landbouw” was de in vuurwerk getekende slotkreet van de manifestatie. En leven deed het. Niet alleen door de inzendingen van varkens, schapen, geiten, vetvee en paarden. Ook door de tentoonstelling van al wat leeft en bloeit op de Noordhollandse akkers
Voor Nederland, zo eindigt mijn vader in dit interview, is de geitenfokkerij eigenlijk hobby. De bonte verzameling van inzenders wijst al in die richting. Er zijn boeren bij (sommigen verkopen nog wat melk voor verwerking tot geitenkaas) maar ook chirurgen, fabrieksarbeiders en kunstenaars. Pijper herinnert zich bijvoorbeeld nog levendig dat hij geiten moest keuren bij de beroemde graficus Anton Heyboer…


iGer.nl
De merkwaardigste inzending is die van het slachtvee. Nog altijd komen er zo’n goeie 100 dieren naar de tentoonstelling. Kennelijk een traditie die de mensen in het bloed zit want al honderden jaren lang werd met respect opgekeken tegen de slager die in staat was het slachtdier op z’n juiste waarde te schatten. En die dus het beste vlees leverde. De manier waarop slagerijen aan hun vlees komen is nauwelijks meer te vergelijken met de tijden waarin de slager persoonlijk zijn koe ging halen op de markt. Maar de traditie blijft. Net als de rozetten voor de kampioenen.
Interview zaterdag 20 september 1975, Noord-Hollandsch Dagblad.