Veranderen


iGer.nl
Nog steeds kijk ik niet verder dan de lens lang is. Loop ik wat gebogen alsof ik nog ergens wat dubbeltjes en kwartjes vermoed. Kom ik zo af en toe een roodkoperen cent tegen dan wel staat er een twee op. Of een vijf. Maar lang zo puik niet meer als van een tijdje geleden. Was het alleen al om reden van de glinstering. Dat nikkel. Eerder voorafgegaan door zilver. Zilver mogelijk nog afkomstig van die zilvervloot. En dan heb ik het niet over die spaaractie van ooit de Postbank. Of die zilvervloot die ik in Amsterdam ten onder heb laten gaan. In de Sherrycan nota bene. Ergens aan het Spui. Waar ooit Robert Jasper Grootveld zijn magische shows weggaf. Bij het lieverdje. In die andere tijden. Van protesten. Van demonstraties. De tijd dat de maatschappij zich aan de vooravond van de inspraak bevond. Wat ook al uit de hand gelopen is. Simpelweg doordat de menselijke maatstaf achterhaald is door het tijdperk van het ego. Het ik wat nog steeds een rol speelt. Ook al heeft het er veel van dat we mogelijk weer aan een vooravond staan. Terug naar de saamhorigheid. Mondiale saamhorigheid. Door het bezetten van die pleinen. Het kamperen in tenten. Het doen leven van teksten die zich in de geheugens van mensen kunnen gaan griffen. En waarvan her en der voorbeelden zijn te vinden. Niet meer in de grootte van ooit die kernwapendemonstraties. Toen ruim vierhonderdduizend mensen hun verontrusting lieten blijken. Verzameld op het Museumplein. Daarna een vreedzame tocht door Amsterdam. Zonder escalatie. Geen rellen. De gemeenschappelijkheid van die verontrusting. Dan is het 1981. en trekt de politiek daar nog lering uit. Niet dat die kernwapens er niet kwamen. Want ook toen werd wel naar de stem geluisterd, maar niet geheel gehoord. Tot op 9 november 1989 de val van de muur werd ingeluid. Dan verandert er wat in de wereld. De Koude Oorlog achter de rug. En daardoor ontstaat er ook een verandert klimaat. In dat veranderde klimaat bevinden we ons, naar mijn idee, nog steeds. Ondanks de media die ons ter beschikking staan, lukt het nog steeds niet dat verontrustende onderbuikgevoel wat zich van beperkte aantallen mensen maakt, tot groei te laten komen. Dat er sprake kan zijn groei neem ik voor mijn rekening. Misschien heb ik het wel helemaal mis. Laat ik die hoop ook maar uitspreken, hoewel ik grotelijk twijfel.


iGer.nl
Geen vlagen dit keer. Geen harde wind en regen die nalaat het glas te striemen, noch bomen die volharden in het vasthouden van hun bladeren. Geen takken die kraken, nalaten te scheuren. Ook al liggen her en der wel degelijk wat takken. Die de kracht van niet lang geleden hebben overleefd. Toch zoeken bladeren elkaar op. Alsof ook zij zich willen wapenen voor de ontluikende herfst. Staat de kachel aan. Een vleug droge lucht probeert mijn aandacht te trekken. Gordijnen dicht en het naderen van de geur van speculaas vindt allerwegen aftrek. Terwijl het nog zo kortelings in de winkel staat. Maar wel met bontgekleurde Pietjes erop. Een schimmel en de man met die tabbert aan. Het grote feest van de verleiding vindt een aanvang. En het zijn niet alleen de kleintjes die bezwijken voor de verleiding. Groten doen net zo hard mee. Want sparen is één ding, opmaken heel wat anders. Maar toch zit een zekere zuinigheid in ons bloed. Gebakken, als ooit bloedworst. Want ook dat was niet alleen een lekkernij toen, maar werd ook door de omstandigheid ingegeven. Speculaas, chocolade, kleuren en de geur: niet alleen de herfst laat zich in alle bochten zien en in alle bochten wringen, ook dat toekomstbeeld doet allerhande pogingen de aandacht te trekken. De helft van oktober ligt achter ons. November doet over twee weken zijn intrede. Een andere maand. Misschien ook veranderde tijden…”!