Bij de val
IK BEN VOOR NIEMAND IEMAND MEER
Mijn gerimpelde, gekneusde lichaam
Mijn krakkemikkige geschuifel
Mijn beven, onophoudelijk
Mijn druppelende, nutteloze onderstel
Mijn sjofele verschijnen
Mijn kromgetrokken bast
Mijn uitgebluste ogen
Mijn afhankelijk’ wezen
Mijn gevoel, een beschimmelde gatenkaas
door
Mijn minimale zijn.
Ben ik voor iemand niemand meer
Ben ik, die ooit eens was
Ben ik voor niemand iemand meer”
Tekst. En de uitleg daaromtrent blijft achterwege. Tenslotte is niet voor niets het Kabinet gisteren gevallen. En met een beetje fantasie gaat achter dit verhaal een ander bankroet schuil: het bankroet van een trio veredelde musketiers waarbij vlagen van opportunisme gepaard gingen met regelrecht kiezersbedrog. En dan denk ik dat ik me nog gematigd uitdruk. Waar in het verleden werd afgerekend met de puinhopen van paars laat ik momenteel in het midden wat dit grijs/grauw/zwart van de kousenkerkgedachten voor vleugellamme stadswijken” als erfenis aan de verschillende steden nalaat. Alsof het oude adagium ‘drie geloven op één kussen dat is zelfs de duivel teveel’ geen rechten meer zou hebben behouden. En wat deze minicrisis nu weer teweeg kan gaan brengen” Dat het dak gerepareerd wordt zonder dat de zon schijnt” Dat de onbestaanbaarheid van het met miljarden overeind houden van banken gelijktijdig gepaard gaat met miljarden winsten die zij weten te boeken” En dat zelfs een voormalige Nederlandse Regering niet veel meer weet te doen dan de norm van zijn naamgever te laten voor wat deze is: een simpel getrokken streep ergens op een weg waar het verkeer de regels aan de laars lapt en er sprake is van dat andere spreekwoord: ‘ieder voor zich en God staat zelfs niet meer op de rand van een Nederlandse Euro.’

Gatenkaas. En minimalen. Die niet alleen een worst wordt voorgehouden maar ook een uitermate klein doekje wordt aangeboden. Waarbij het bloeden ervoor zorgt dat de situatie de schijn heeft van ‘er zit nog een beetje leven in’, maar het ‘op sterven na dood’ praktisch de voorkeur verdient. Zoals die dokter, het geklaag van zijn patiënt zat, inging op de opmerking van deze: ‘voor mij hoeft het allemaal niet meer.’ ‘Nou, dan ga je toch voor een trein staan!’
Zoals ook die antropoloog heeft nagedacht. Dr. Hans Feddema. ‘Recht op dood’ een fout signaal. Probeert zijn visie op de volgende vraag te verwoorden: ‘is het acceptabel dat de overheid regelt dat ouderen boven de 70 ongestraft een einde kunnen maken aan hun leven” Is levensmoeheid een goed criterium en wat doet deze vrijheid met de samenleving”
Dit burgerinitiatief plaatst de politiek voor een dilemma. Het komt sympathiek over. Wie wil niet graag zelf beschikken over zijn leven en dus ook over zijn fysieke dood”” Deze discussie speelde ook bij de totstandkoming van de euthanasiewet en rond het idee van oud-rechter Drion om een ‘zelfmoordpil’ te introduceren. Nieuw is dat niet ondraaglijk uitzichtloos lijden, maar levensmoeheid het criterium moet kunnen zijn. Dat geeft de kwestie ook een zingevingsdimensie. De vraag of voorkomen niet evenveel recht doet aan het gegeven dat iets niet meer te genezen valt, doemt zelfs in de verte op. Want het individu heeft natuurlijk recht op levensmoeheid.” Een ieder mag denken en voelen wat hij wil. Maar dat ‘honoreren’ met het ‘recht op dood’ heeft geen positief effect op de levenskracht van de samenleving, ook al lijkt het humanitair.
En dan vervolgt Feddema met de vraag of de initiatiefgroep “wel goed op de effecten voor de samenleving heeft doordacht. Er bestaat nu eenmaal veel levensangst en gebrek aan zelfliefde. En ook vaak een wankel evenwicht tussen negativisme en positivisme, wat bij het geringste kan omslaan ten gunste van het eerste. Dit voorstel speelt daar op ongewenste wijze op in.
Angst heeft een zichzelf versterkend effect. ‘De mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest.’ Als je je steeds fixeert op de ellende van aftakeling later, kun je de angst en ellende ook naar je toe trekken. Angst en liefde zijn tegenpolen. Je richten op liefde en vertrouwen is bevrijdend. Dat geldt ook voor het omringen van ouderen met liefde. Als dat voor degenen die levensmoe zijn de situatie niet verandert, moeten we dat uiteraard respecteren. Maar hun doodswens van het moment helpen honoreren en dit bij wet vastleggen, brengt een voor de samenleving schadelijke energie teweeg.

Hoe zouden lemmingen in deze denken” Of is dit slechts een instinct dat hen over de kant heen drijft”
Kennen zij noch negativisme, – positivisme maar slechts realisme”
Genoeglijke zondag!
“Als je ouderen het recht op zelfdoding geeft, kunnen sociale druk en economische motieven van dat recht een plicht maken.” Schreef de Volkskrant op 31 maart 2008.
Op 19 maart 2008 bepleitte Femke Halsema van GroenLinks een uitbreiding van de wet te onderzoeken. Voor haar is doorslaggevend dat “als ouderen hun waardigheid onomkeerbaar verliezen, zij moeten kunnen kiezen voor een humane dood”.
Waardoor we bij dat woordje humaan in WIK”s stuk terugkeren” Twee jaar later.. Nog volop in discussie.
Wat is Humaan”
Is dat Liefde geven, waar duidelijk een tekort aan is.
Niet alleen bij ouderen, maar in onze hele gestreste maatschappij.. Al lijkt het bij ouderen meer bespreekbaar, daar hun levens moe zijn, door een psychologische leeftijdsgrens, acceptabeler lijkt.
Angst wegnemen, kan door veiligheid en zekerheid bieden.
Hoe gaan we dat regelen”
Wat juist Dat lijkt niet meer te bestaan.
Het groot moreel goed van zelfbeschikking ligt al heel lang ten grondslag aan steeds wisselende motieven.
“Het besef gewenst te zijn, geeft zin aan ons bestaan”. Dat is een uitspraak die me na aan het hart ligt.
Het geld voor elke leeftijd. Ook voor mensen die levensmoe zijn. Zijn ze het leven moe, of voelt men zich meer last dan iets anders..
Is de mens die zegt levensmoe te zijn, voor Niemand Iemand meer.
Nutteloos”
En is het Recht op de laatste pil dan niet nog schrijnender”
Want wat is die keus dan eigenlijk meer, dan het ingaan op afwijzing
Op ons aller- onvermogen Liefde te geven
Een klein bedankje
Een complimentje
Een waarde toekennen
Gewoon door te benoemen wat er Is
We Zien alleen nog Zwarte Zaken
Niet meer het stralende licht
De geur van warme chocolademelk
In een prachtig bosrijk gebied…
Vandaag op bezoek bij (oud-)tante Wil. Voor mijn vrouw “gewoon” oma.
Een lieve schat van 92 jaar die sinds haar laatste val noodgedwongen haar aanleunwoning heeft moeten inruilen voor wat men tegenwoordig een verpleeghuis noemt.
Ik zeg hier bij voorbaat, die naam mag het als het aan mij ligt, niet hebben. Wat een zooi! Van buiten (want dat oogt natuurlijk beter) een modern gebouw en je zou er welhaast een goed gevoel bij krijgen. Zo van: “ziet er keurig uit”.
En tante Wil, wil niet meer, “het is genoeg zo” zegt ze.
Sinds haar val ligt zij op bed, ook nog eens zwaar hartpatiënte en al dat liggen doet een mens niet veel goed.
Vocht, vooral veel last van vocht en natuurlijk omdat haar hart nog maar met moeite de taak doet. Zij heeft er vree mee, het mag vandaag nog afgelopen zijn, er is geen kwaliteit meer en kwantiteit alleen in de minuten of langer wanneer zij wacht op degene die haar wil komen helpen met de sanitaire stop.
De plaspillen doen hun werk dus dan maar zelf het bed uit, want anders plas je in je broek en een mens heeft toch ook nog eergevoel, ook al hoeft het niet meer.
Wederom gevallen, “maar twee keer deze week” zegt zij. Ze is bont en blauw, meer nog dan de eerste keer toen wij er waren. De arts heeft al aangegeven dat het toch wel ieder moment…
Tja en als je vanwege de vochtophoping dan amper adem kan halen en baat hebt bij extra zuurstof, moet je tijdig bellen als dat ding leeg is, anders lig je een half uur naar adem te snakken.
De vloer is er smerig, ik waarschuw de jochies meerder keren vooral rechtop te blijven zitten en nergens aan te komen. De toiletten stinken en zijn ook al dagen niet schoongemaakt. Nu ben ik er ook al even uit, maar een dergelijke stank kan ik mij toch niet herinneren.
Het treeplankje van de personenlift, de hulp voor de helpenden is grijs uitgeslagen van de pis, vermengd met talkpoeder, de voetafdrukken staan erin, dit is van weken zo niet maanden.
En onze kleintjes, onze heerlijke ventjes willen spelen. Het is maar goed dat zij ingeent zijn. Want wat er op de vloer ligt is niet alleen stof.
De planten op de vensterbank, stille getuigen van de voorgangers, allemaal kurkdroog, en hier of daar een groen blaadje. Je kunt je naam in de vensterbank schrijven met je vingers.
Ik duik maar even met de jochies de gang op, een rondje maken. Zij schieten de eerste gezamenlijke ruimte in, op het aquarium af.
Zelfs het water in het aquarium is bruin en ruikt zuur, “Nadat meneer ….. naar huis is gegaan, is er niemand die zich meer bekommert om de vissen” zegt een statige dame die even vriendelijk naar onze zoons lacht. De naam van de man is mij ontschoten.
Konijnen zijn er ook, in twee kooien die met wat tape aan elkaar zijn geknutseld, de bakken zijn nat.
Zo nu en dan zie je een jongedame resoluut langs stappen. Dat moet het verplegend personeel zijn, te zien aan de pieper op de broekriem. Zelfs de verplegers kledij lijkt te zijn wegbezuinigd.
Er is een kwartier geleden al gebeld door tante Wil, zij moet plassen…
92 jaar, de zin er niet meer van inzien, geen kwaliteit meer en dan toch nog door moeten!
Jeetje… wat een pijnlijk verdriet..
Schandalig!
Maar hoeft het voor haar niet meer vanwege het ontbreken van hulp, liefde en voldoende zorg (ook wb het ademen), dus dat het Op Deze Manier niet meer van haar hoeft..
Of heeft haar levensmoeheid een andere reden”
Bij het eerste..
We moeten ons toch allemaal Kapot Schamen!
Dat het Bestaat!
Jawel, het bestaat… en dit is dan -toevallig!”- een voorbeeld waar ik mijzelf (en meerderen met mij) voor schaam. Louter om het feit dat je zo omgaat met mensen die zich jaren lang hebben ingezet voor hun gezin, onze maatschappij en nog vriendelijk blijven ook…
Kan mij best voorstellen dat sommigen het maar accepteren en dan bedoel ik ook de familieleden, die soms lijdzaam toezien hoe het er in de zorg aan toegaat, veelal met heel andere dingen bezig zijn, zoals afscheid…
Nog niet eens zo lang geleden, van heel dichtbij ervaren dat het ook anders kan. In het geval van mijn moeder, alzheimer, opname in een verpleeghuis omdat dat gewoonweg het beste was. Nu wil graag zeggen dat mijn zus heel veel tijd heeft gespendeerd de juiste plek uit te kiezen, te vinden. Vooral mijn moeder erg veel geluk heeft gehad om op een -toch nog- prima plekje terecht te komen.
Want er zijn heus nog zorg-mensen die wel de inzet tonen. Waar men met de krappe budgetten en onderbezetting er toch nog wat moois van hebben weten te maken, tot haar laatste dag.
Daar liep het verplegende en het verzorgende personeel ook weliswaar in de dagelijkse kleding. Het verschil was echter de houding en hoe druk ook met de taken, het stukje aandacht voor detail.
Het was er schoon (op de ongelukjes na natuurlijk), gezellig, er waren activiteiten en er hing vooral een warme sfeer. Wel lange, moderne, maar geen kale gangen -zoals ik vandaag ondanks de kleurige muren en een paar geschilderde vogels, heb mogen ervaren- maar meubelstukken uit het leven van de bewoners die de ruimten en kale plekken bevolkten.
Een beetje zoals thuis en niet zoals een tEhuis.
Ook zoiets dat mensen in die leeftijdsgroep (in welke leeftijdsgroep niet bedenk ik me nu) vroeger als verschrikkelijk hebben ervaren en nu weer mee geconfronteerd worden. Voorbeelden als ondergebracht worden bij de Nonnen, tEhuizen enzovoorts.
En tante Wil, zij vindt het “cht genoeg, natuurlijk -en dat kan ook niet anders- versterkt door deze ervaring.
In haar aanleunwoning was zij ook al die mening toegedaan, omdat zij ondanks de georganiseerde kaartavondjes en andere activiteiten nog maar weinig van haar stekkie kon komen. Steeds slechter ter been, het sociale contact tussen vrienden en vriendinnen moeizaam, want ook zij uiteraard zelf slecht ter been en sommigen al weer lang overleden. Dan wordt je wereldje kleiner.
Ik kan mij wezenlijk voorstellen dat je dan letterlijk weg zit te kwijnen tussen de herinneringen, dagelijks de gang van de bank naar bed en andersom. En dan maakt het ook niet uit of er nog genoeg familieleden zijn die zich werkelijk om haar bekommeren, iedere dag eten langs brengen, zorgen en nog wat gezelligheid proberen te brengen. Chapeau voor mijn schoonouders bij dezen!
Wat ik eigenlijk bedoel is dat tante Wil het zeker niet ontbreekt aan liefdevolle familieleden om haar heen en ook niet aan de mogelijkheid om kwalitatief hogere zorg te kunnen krijgen. Het gemis aan de mogelijkheid om een betere plek voor haar te vinden, tijd, geen plaats, vooral tijd die zij niet heeft.
Moet je dan zo iemand nog weerhouden van de mening om dood te willen” Dat het erop zit” Ik vind van niet, hoe zeer je ook zo iemand zou missen, het gebeurt veel vroeger dan later toch wel, het verschil in respect denk ik en dat dankzij de liefde voor de mens.
Het bestaat! En ook dit bestaan bestaat al jaren.
Waar zorg huist is niet altijd sprake van een verzorgingshuis, laat staan waar een verpleeg huist…
P.s.: Richard, ik blijf me steeds meer verwonderen!
Geen tekort aan liefde van hen die er nog Zijn, in de familiekring..
Maar wel eenzaam
En Verdrietig
Niet de beste zorg
Een kleinere wereld
Die niet wordt her-vuld
Dan is de beker leeggedronken
Rich, je stukje klinkt vol liefde
Frustratie ook
Er gaat veel mis
Het wordt steeds moeilijker elkaars hand vast te houden
Maar jullie zijn er WEL bewust van!
waar velen zich neerleggen