Stof

Out of order. Dat dingen niet doen waarvan kan worden verondersteld dat ze juist bedoeld zijn om dingen te doen. Dan heeft het er veel van dat je dingen beter kunt laten. Door de dingen te laten bestaat de kans dat dingen anders uitpakken doordat de dingen ertoe doen. Hoewel, dat gaat ook niet altijd op. Stel dat er dingen zijn die je liever zou willen uitstellen, dan is het beter om de dingen niet te doen. Door dingen niet te doen, hoef je je later ook niet schuldig te gaan voelen. Maar door dingen te laten heb je grote kans dat jouw rol slechts die van een voorbijganger is. Zoiets van: ík stond erbij en keek ernaar. Neen, stort je dan liever in het ongewisse! Loop het gevaar eens wanhopig op je bek te gaan. Neem de duivel als uitgangspunt en laat het goede eens een andere koers varen! Neem een Duvel erbij en staar je blind op het ongenaakbare. Het onmaakbare. Het ondeelbare. Desnoods. En doe dit met overgave. Geef je over aan de totale ontremming! Sta niet direct stil bij de gevolgen. Voor zover er gevolgen kunnen zijn. Als er al sprake kan zijn van gevolgen. Want wie op voorhand stilstaat bij de gevolgen, doet er beter aan nergens mee te beginnen. Wordt het nodig tijd om dat hennepen venster op te gaan zoeken. Zal wel ergens in een verscholen hoek liggen. Als je daar dan kijkt… blijkt het touw totaal vergaan. En wat er rest zijn slechts wat in elkaar gedraaide knopen. Niet zozeer Gordiaanse, maar alla, ook dat doet er weinig toe. Gelijk de rest van dit epos.
Zo’n verhaal wat een beetje het afgelopen jaar voor mij symboliseert. Ik nam me wel voor, maar was gelijk bezig me hartstochtelijk te drukken. Met als excuus de meest banale die ik wist te bedenken. Lopen. Drie maal daags levenslang. Waar ik me ook nog weleens van weet te drukken. Met als excuus: de weersomstandigheden. Regent het dat het giet laat ik zelfs de hond niet uit. Hooguit kijk ik naar de lucht in de verwachting dat het honden en katten gaat regenen. Trek me terug in mijn ‘hol’ en probeer de dekens tot ver over mijn oren te trekken. Duik als het ware weg in mijn onderwereld. Een duistere onderwereld weliswaar, maar toch een andere wereld. Meer mijn wereld. Ongekend. Waar ik me stort in het onbekende. Dromen die er niet toe doen en dromen die onverklaarbaar zijn. Met namen van bekenden: mensen die eens mijn pad hebben gekruist.
Waar dat allemaal vandaan komt” Ergens uit de geborchten van mijn grijze cellen komen beelden naar voren die zich voorbeeldig laten plaatsen. Bevind ik mij in een postkoets waarbij levensgrote wielen niet veel meer weten te doen dan de heuvel te beklimmen. Geen paard te bekennen en geen posthoorn te horen. Toch heeft het er veel van dat het omringende landschap zich schuilhoudt in veronderstelde beregen en dalen. Een grondmist laat het geheel in het ongewisse. Tussendoor worden kaarten gelegd. Het is niet zonder reden dat de Joker zich op de knieën slaat van de dikke pret. En dat op de slag van tienen een gong gepaard gaat met een donderslag…
Hordes wezens gaan schuil in de labyrinten van mijn geest. Achter keien verscholen, in spleten verborgen, hangend aan geknakte takken werpen armen netten op mijn pad. Ik haak in een maas en laat me met een ongekende kracht meesleuren. Waar ik pijn ervaar is er totaal geen sprake van pijn. Een tegenstrijdigheid die zich niet laat verklaren. Een zachte deken die mij als het ware voortbeweegt. Een beweging waar ik part noch deel van uitmaak. Alles draait om mij. Ik ben de as van mijn bestaan. Zelfs in mijn dromen. Denk ik even. Niet veel later ben ik de draad weer kwijt. Als Ariadne probeer ik de uitgang vast te houden. Ik trek slechts een los eindje met me mee. Waar ik weerstand verwacht, gaat het vlekkeloos. Waar ik vlekken verwacht is er slechts stof. In die stof kruip ik rond. Even laten ga ik op: ‘stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren’.

Ik draai me om en val uiteindelijk in een diepe slaap.
Laatste 15 Reacties