AL licht

Altijd wel prettig om op tijd tijd in te ruimen. Aan het begin van een dag van een ‘pensionado’ heb je nog geen idee hoe de dag verder verloopt. In het verleden was dit wel anders. De agenda gaf duidelijkheid. De klok bleef bepalend. Pauzes werden vaak voor andere dingen gebruikt. De computer gaf gehoor aan de wensen van anderen. Bleef er nog tijd over, was een sigaret op zijn plaats. Hield ik het liever bij een sjekkie. En koffie! Veel en bijzonder geregeld koffie! Tijd voor een boterham gunde ik me niet. En als ik me die tijd wel gunde, was het veelal een eind in de middag. Knabbelde ik die laatste boterham onderweg naar de metro uit het vuistje op. Deed een week met het boterhamzakje. Mogelijk vanuit een vooronderstelde zuinigheid. Dat met vlijt, bouwde vroeger huizen als kastelen. Kom daar nog eens om! Nu kan het haast niet veelmeer zijn dan bordkarton met wat gipsplaat elementen. Een enkele schroef. En opgeschroefde prijzen. Teleurstellend dus.
Zo dacht ik ook over mijn pensioen. Een geregeld inkomen waarbij de afgedragen premie zich substantieel mee omhoog bewoog en de muntjes die in een grote, gemeenschappelijke pot maandelijks dan wel jaarlijks verdwenen. Waar anderen, met doordachte wiskundeknobbels, zich bezig zouden houden met verdubbelingen en de termijn. Waar werd gesproken over miljarden. Over diverse zaken verdeeld: onroerend goed, roerende goederen, obligaties, beleggingen en het stallen van spaargelden. Met navenante rendementen. Tot het moment waarop het schip, op de woelige baren, te maken kreeg met tegenwind. Bleek dat de lading minder goed gestuwd was. Er slagzij valt te constateren. Berichten uit de ether de kust bereiken. En dat verontrustend nieuws begint door te sijpelen. Mensen hun hart vast gaan houden. Zich altijd gerust hebben gevoeld. Omdat de jaarlijkse berichten en grafieken hen in slap wist te sussen. De DNB met achteraf conclusies naar voren kwam. Zoals ook die koe zich nog steeds laat bekijken.
‘Het zal allemaal niet met zo’n vaart gaan lopen…’, dacht men elders. ‘Het zal allemaal wel weer meevallen…’ zeiden mensen tegen elkaar. Tot het moment waarop immense bolwerken begonnen te wankelen. Naar voren kwam dat het niet alleen mensenwerk is, maar vaak ook een kwestie van vertrouwen. Dat onzekerheid zich nog altijd door verzekeren laat afdekken. Maar dat het moment waarop een beroep wordt gedaan, niet altijd overeenkomt met de belangen van de andere partij. Dat die partij gebruik weet te maken van de mazen die er zijn. Door daar een juridische afdeling op te zetten. Een groep mensen die ervoor gestudeerd heeft om de juiste interpretatie onder jurisprudentie te ontleden. Juist daar is sprake van het onderscheid. Op dat moment gaan wegen veelal scheiden.
Haakt vertrouwen af. Komt berusting daarvoor in de plaats. Valt er niet veel meer te doen dan de schouders op te halen. Waar voorheen de schouders werden gebruikt om die er juist onder te zetten. De moed der wanhoop een rol kon spelen. Waar bij een positief resultaat dat gemeenschappelijke gevoel nar voren kwam. Als een gewonnen wedstrijd. Er sprake was van kameraadschap. En ieder tevreden huiswaarts ging. Men tevreden was. TEVREDEN!
Ik verkeer de laatste tijd in een doemscenario. Nu weet ik niet of dit terecht is maar bespeur bij mezelf een aantal zorgen. Ben nog een vertegenwoordiger van de generatie die een veertigjarig jubileum mocht ervaren. Weliswaar bij diverse werkgevers, maar dan nog. Mocht, voor een belangrijk deel mijn pensioen bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds opbouwen. Een fonds dat zich in het recente verleden nog wel eens door de overheid liet overvallen. De greep in andermans kas kan soms bijzonder lucratief zijn. Was dit ook. Op die manier konden tekorten aangezuiverd worden. De noemer was heel simpel: economie. Welvaart. Een algemeen welzijn. Desnoods iets van welbehagen. Juist dat welbehagen kan ik de laatste tijd niet direct vinden. Ondanks berichten die uitgaan van een tegendeel. Het zijn niet alleen de donkere dagen. Het zijn juist de dagen van het licht. Kaarslicht. In tegenstelling tot het blauwe Xenonlicht. De halogeenlampen.
Mogelijk til ik wat zwaar. Misschien valt het toch wel weer mee. Valt het ook mij wel licht…