verBETERen

Er valt nu eenmaal nog een wereld te verbeteren, maar ook die vraag ga ik stelselmatig veelal uit de weg. Niet zozeer vanwege het idee dat niemand daarop zit te wachten, meer vanuit de gedachten die ik daaromtrent koester. Namelijk geen enkele. Voor ik mij daar schuldig aan maakte, kwam dit idee niet bij mij op. Een belangrijk moment in mijn leven was het lezen van een boek: Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp. Geenszins he ik me toen schuldig gemaakt aan een enkele illusie. Laat staan een meervoud van illusies. Dat was nu eenmaal geenszins voor mij weggelegd. Liever hield ik mij bezig met de feiten, zoals mij die door anderen werden voorgeschoteld. Mensen die daar hun werk van hadden gemaakt. Mensen die daar voor hadden gestudeerd. Dan wel mensen die, door leefomstandigheden gedwongen, van de tering naar de nering waren overgestapt. Levenslessen als het ware. Het zijn juist die lessen welke mij weten te beroeren. Het fenomeen waarbij de afkomst zich niet loochent. Wijsheden die door de eeuwen heen, het bewijs hebben geleverd. Dat zaken zijn zoals ze zijn. Dat bij gelegenheden gegevenheden als vaststaand feit een rol gaan spelen. Waarbij mijn zijn zich slechts in de kantlijn voordoet. Waardoor de wereld om die eigen as blijft draaien. Waarbij wij mensen ons gedragen als marionetten. En niemand meer weet waar en door wie aan de touwtjes wordt getrokken. Vandaar ook dit begin. Hooguit dat valt te bedenken waar dit alles ophoudt. Als dat nog van enig belang zou kunnen zijn. Zelfs dat valt te betwijfelen…
Vanwaar deze zwartgalligheid” Ach, wie het weet mag het zeggen. Op dit moment ben ik voor alles in. Gelijktijdig ook voor alles uit. Gelijk een licht wat dooft. Een klank die verdwijnt. Een geur die oplost. Een smaak die wegkwijnt. Een blik op oneindig. En het verstand op nul. Dat alles aan de vooravond van weer een ander moment. Het moment om te denken. Of juist het denken even achterwege te laten. Je schuchter te gaan bewegen op een pad dat dit keer niet geplaveid is. Waarbij voornemens verdwijnen. Waardoor die ondraaglijke lichtheid furore kan gaan maken. Ik ademloos toekijk en niet veel meer doe dan dit geheel te aanschouwen. Stel ik mij voor. Laat daardoor de dingen passeren. Zo op het oog een schijnbare voorbijganger. Van al wat passeert. Of pogingen daaromtrent onderneemt. Melancholisch als het ware…
De kunst van het doen welke overgaat in de kunst van het laten. Het doen van het weten en het weten wat je doet. Als ooit in mijn blonde verleden. Toen ik zelf aan het spinnen was. Het weven van de draden. Het ontwarren van de kluwen en het bestendigen van die Gordiaanse knopen. Het lood wat ik om het ijzer heen drapeerde. De schijnbewegingen waar dit alles mee gepaard ging. Het voortouw wat ik nam. Voor het gemak vergat dat dit een voorspelbare touwtrekkerij impliceerde. De verkeerde dingen koesterde en mij daar niet eens van bewust was. Gelijk zoveel anderen met mij. De vragen die dit dan weer opriep. De antwoorden die ik schuldig bleef. En de verwarring bij die toenmalige anderen. Waar ik mij niet altijd van bewust was. Omdat ik niet in die wereld verkeerde. Of stomweg omdat ik met andere dingen bezig was. Of mij bezig hield met niets…
Verbeter de wereld! Probeer dit in ieder geval! Voor vandaag even niet! Gewoon omdat ik daar, op dit moment, even geen zin in heb. Gewoon geen trek! Misschien morgen wel weer een poging onderneem. Of het er gewoon bij laat zitten. Want die keuze heb ik! Gelijk een ander een andere keuze maakt. Ik dit keer niet die ander ben. En dat ook in mijn toekomst niet zal zijn. Zoals ik waarschijnlijk ook in mijn verleden niet was. Dit eigenlijk nooit geweest ben. Ik doe door dingen te laten. En mij daar geenszins schuldig onder voel. Laat staan dat ik mij daarvoor excuseer. Want ook dit wordt door de meesten niet als belangrijk gezien.
Of zou ik dat juist wel moeten doen” Is dat mogelijk een begin van de verbetering”