De tweede dag (van de derde daagse koorts)

De tweede dag.
Syfilis, Grieks, betekent: het zwijn beminnend. De meer wetenschappelijke naam Lues, Latijn, betekent: besmettelijke ziekte. Syfillis is een geheel andere ziekte dan gonnorrhoe. Gonnorrhoe is een acute infectieziekte, een plaatselijke infectie, te vergelijken met een zwerende vinger. Er kunnen wel complicaties ontstaan, zelfs chronische, toch is gonnorrhoe geen chronische infectieziekte.
Bij een chronische infectieziekte, zoals bijvoorbeeld tuberculose, bestaat een pact tussen lichaam en ziekteverwekker; geen van beide gaat snel ten onder. De ziekteverwekker is in de regel moeilijk te verdrijven. Ook syfillis is een chronische infectieziekte. De ziekte wordt veroorzaakt door een weefselparasiet, die er (microscopisch) uitziet als een slangetje met acht windingen. De naam daarvan is een bleke spirochaet of Spirochaeta pallida. De spirochaet werd in 1905 ontdekt door Schaudinn en Hoffmann. Infectie vindt plaats door: geslachtsverkeer, kus, aanraking met een besmet voorwerp, handdruk, medisch onderzoek (met name gynaecologisch onderzoek), door de sigaret als deze van mond tot mond gaat, en door het onmiddellijk gebruik van lepel en vork van de aan de mond geinfecteerde.
Wanneer de infectie heeft plaatsgevonden, ontstaat na drie weken op de plaats van de besmetting een zweer (ulcus durum). De zweer is:
Hard van bodem, kan met duim en wijsvinger in de huid worden opgelicht (vandaar de naam ulcus durum, dat is: harde zweer). Pijnloos. Helder rood of beslagen. In de regel enkelvoudig. Kent een diameter van een tot twee centimeter.
Op rond van deze kenmerken is het ulcus durum goed van andere zweren te onderscheiden. De zweer geneest spontaan, maar laat een litteken achter. De infectie is daarmee geenszins verdwenen. De spirochaet vermenigvuldigt zich, en bezet het hele lichaam. De betrokken merkt hier weinig van, hij heeft af en toe een huiduitslag, die wat lijkt op mazelen. (In de volksmond heet syfillis ‘mazelen’.
Op den duur laat de huiduitslag littekens achter. Op de nog langere duur wordt de betrokkene ziek aan een bepaald orgaan. De spirochaeten hebben zich dan in dat orgaan, bijvoorbeeld de lever, de nier, het oog, een gewricht, een bot genesteld. Het orgaan wordt (ten dele) vernietigd. De fase van de gelokaliseerde orgaanziekte is daarmee bereikt.
Soms wordt het hart of de grote lichaamsslagader getroffen. De betrokkene kan dan in deze fase gemakkelijk sterven…
Dit lijkt mij, voor een tweede dag, voldoende. Als ik zo deze teksten tot mij door laat dringen en mij realiseer dat geslachtsziekten zich nog steeds in de taboesfeer voordoen, is het eigenlijk een wonder, dat…
maar dat bewaar ik tot morgen, De derde dag in dit epos. Voorzover er van een epos sprake kan zijn. Genoegen!