De derde dag: koorts!
De derde dag.
Koorts. Dat wil zeggen: de malariakuur slaat aan. De bedoeling is om de eerder genoemde spirochaet, van het leven te beroven. Dat dit gepaard gaat met alle koortsverschijnselen vandien spreekt, als het ware, voor zich. Het kan haast niet anders dan dat het middel minder ernstig dan de kwaal. Althans, dat was toen de heersende gedachte. Het was dan ook een andere tijd. Anti-biotica was reeds op de markt en het behoeft dan ook geen betoog, dat ook deze werden ingezet. Met niet altijd het beoogde resultaat. Hetgeen de lijder dan ook weer niet ten goede kwam…
Ik eindigde gisteren met de woorden dat: ‘de betrokkene in deze fase gemakkelijk kan sterven.’
Zo niet, het getroffen orgaan is dan toch ten dele vernietigd, waardoor volledige genezing ook bij de beste behandeling niet mogelijk is. Wel kan de ziekte tot stilstand worden gebracht. Na tien tot vijftien jaar kan de zieke (soms zonder van de ziekte noemenswaard last te hebben gehad) belanden in het metaluetische stadium. Metalues betekent letterlijk ‘wat aan gene zijde van de lues ligt.’
De betiteling werd gekozen, omdat men lange tijd niet zeker was of de afwijkingen wel met lues verband hielden. (Kan de spirochaet tijdens de fase van de geisoleerde orgaanziekten in het getroffen weefsel microscopisch gemakkelijk worden aangetoond, in de aandoeningen van de metalues is het uitermate moeilijk de spirochaet te ontdekken).
Opmerking:
Wanneer de Wassermannreactie van hersenvocht (liquor cerebrospinalis, door lumbale punctie verkregen) of bloed positief is, lijdt de betrokkene zo goed als zeker aan syfillis.
Men onderscheidt twee metaluetische of metasifilitische ziekten:
Tabes dorsalis of ruggemergsverweking. De betrokkene heeft loopstoornissen, evenwichtsstoornissen, schietende pijnen in de ledematen en pijn in de maag. Onbehandeld volgt de dood na enkele jaren. Deze ziekte wordt hier verder niet besproken.
Dementia paralytica of hersenverweking. Ongeveer 5 % der met syfillis geinfecteerden belandt in de dementia paralytica. Waarom niet meer, of minder, is niet bekend.
Schreef van den Berg in de periode 1966 – 1984. En wij leerden zijn woorden trouw. Want ook wij werden, op een ander moment, met een examen geconfronteerd. In de praktijk kwamen wij deze mensen ook tegen. Veelal op langdurig verblijfsafdelingen, waar de behandeling veelal bestond uit vormen van ‘pappen en nathouden.’
Geen verwijt aan toen. Ook de technieken van onderzoek en uitsluiting stonden, met name in de psychiatrie, nog in hun kinderschoenen. Over de vormen van behandeling was geregeld wel wat te doen. Voorstanders en tegenstanders konden het klimaat op de afdeling dan wel de behandeling ten gunste dan wel ten kwade wenden. En de psychiatrie had ook nog het een en ander met de veranderingen te verhapstukken…
Wij leerden datgene wat toen voorhanden was. Waarvan was gebleken dat het een dan wel het ander tot resultaten had geleid. Niet in alle gevallen: juist die gevallen waren gevallen. Als offers voor juist die tijd. De derde daagse koorts; nooit in mijn loopbaan mee mogen maken. Ik had het van de wijsheid van een boek: dit boek. Kleine psychiatrie, van Dr. Jan Hendrik van den Berg. Zenuwarts. Die zijn bevindingen en die van vele van zijn collega’s weergaf in een boek waar ik rijkelijk uit citeer. Al was het alleen maar om die drie dagen te kunnen verantwoorden…
Tot morgen met:
waarschijnlijk een andere openbaring!
Laatste 15 Reacties