Zegeningen in een conticostuum

Ik tel dit keer niet zozeer mijn zegeningen! Ik ben ervan overtuigd, dat ik ze heb. Die overtuiging komt dit keer niet zomaar uit de lucht vallen. Wat uit de lucht valt zijn, over het algemeen, droppels. En eerlijk gezegd zit ik daar niet op te wachten. Vooral als ik heb nagelaten een regenscherm onder mijn hoede te nemen. Op dat moment verlaat ik ook de vaart der dingen…

Geen enkele reactie! En dat verbaast mij. Alsof de weerklank van mijn huidig bestaan in nevelen gehuld is. De klank der dingen ontbreekt, opdat er geen sprake kan zijn van enige galm. Het wederom de ontdekking is dat het sappelen omtrent het dagelijks bestaan, de tol is van dat dagelijks bestaan. Toch zag ik hen. Gekleed in een vierknopen pak, de stropdas als een halsstrik om de nek geknoopt, even een praatje makend alvorens de doorzichtigheid van glas transparant achter zich latend. Waarna de draaideur zich in een onbeweeglijke stand manoeuvreert. Op geleide bediend, en op geleide gestopt. Sensoren die een signaal oppikken, dit weten om te zetten en een bedieningssysteem in werking treedt. Waarna de manoeuvre zich op een ander moment herhaalt.


De onbegrijpelijkheid van de lichtheid van een bestaan. Want ook licht speel tin deze een rol. Milieubewustzijn een andere. En Leds daarnaast. De vaart der mobiliteit als het ware. De mobiliteit die slechts tot stilstand komt wanneer de energie het af laat weten. Als bij menigeen. Zowel bij jong als oud, man of vrouw, hoog- dan wel laagbegaafd. Over dergelijke zegeningen heb ik het dit keer. Lardeer dit met de kunst van anderen. Waardoor ik mij enigszins als een parasiet, een profiteur beschouw. Maar ook nu weer doordrenkt ben van de zegeningen waaronder ik gepaard ga.

Keek buiten en even later binnen. Keek mijn ogen uit. En liet mijn metgezel ook dit keer het werk doen. Ga weer eens tegengesteld aan de opdracht van Ton aan het werk. Dit keer met weinig kleur. Want het kleurrijke van de ochtend verdween in de loop van de dag. Waardoor mijn werk als alfahulp buiten dienst in het teken van die dienst alsnog aan kleur inboette. Een boetedoening voor het feit dat ik niet altijd bij mijn zegeningen stilsta. Gelijk een willekeurig ander, gehaast door de omstandigheid dan wel gejaagd door de tijd. Mijn tijd staat nu eenmaal regelmatig stil. Hooguit door een afspraak die ik heb, een keuze die ik nog steeds zelf kan maken. Hetgeen dan weer een voorrecht is. De mate van onafhankelijkheid. De dankbaarheid die ik weleens achterwege laat. En de voorzienigheid die, op de achtergrond, wel degelijk een rol speelt.

Ook nu weer beelden. Waarin een bescheiden rol voor Pauline Bakker is weggelegd. Waarbij haar denkraam, dit keer in opdracht, werd geprikkeld. En zij die opdracht met glans heeft weten om te zetten in een futuristische realiteit. Althans, in mijn ogen. Ook dit keer speelt haar ‘stilistisch realisme’ een glansrol. Een omschrijving waarin ik haar werk van harte erken. Vaak draait het juist om die erkenning. Heb ook ik de neiging dit niet uitte spreken. Dan wel, in een bepaalde mate, de criticaster uitte gaan hangen. Hetgeen dan weer gepaard gaat met enige pedanterie, hetgeen mij ook niet onbekend is…

Een zevental foto’s geenszins in een kader. Ogenklikken van ogenblikken. Maar ogen ontbreken dit keer. Hooguit dat mogelijk een ogenklik mijnerzijds\tot een ogenblik van stilstand leidt. In een moment voor jezelf voorziet. Gelijk deze woorden in mijn zegeningen voorzien…
Laatste 15 Reacties