Bergen op Sint Maarten

Heeft Bergen wel wat”! Nou, dat valt te zeggen. Het ene moment wel, het andere moment viert de decadentie hoogtij… Tenminste, indien ik afga op de mobielen die Bergen kunnen frequenteren. Dan heb ik het dit keer over de mobielen te voet, dan wel de mobielen op het ijzeren paard. Geen zicht dit keer op de automobielen, laat staan de immobielen. De blik niet gericht op de weg, doch op de straat. Het straatleven als het ware. En dan ook nog eens vanuit het kikvorsperspectief. Waarbij de rode golfjes zich weer eens roeren. Ach, zelfs dat doet er dit keer geenszins toe! ’t Is tenslotte zondag. Sint Maarten nota bene. En de lichtjes mogen branden. En de tandarts mag morgen boren…


Ik kocht een tweetal boekwerkjes. Bij KCB. LINKS! Wat rechts aandoet. Gezien het voorwoord van de scribenten. Meester Zus en Meester Zo. Beide voorzitters. De een van Stichting Museum Kranenburgh, de ander van Kunstenaars Centrum Bergen. Gewaardeerde leden der Maatschappij. En in zekere zin vertegenwoordigers van een andersoortige Maatschappij voor het Algemeen Nut.
Ter bevordering daarvan. Links! gaat dan ook de ‘brug’ tussen hedendaagse kunst en Bergense School. Waarbij namen als Filarski, Wiegman direct in mijn geest tevoorschijn springen.

En nog een tweede boek: Collectie Plomper. Uitgegeven ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van het KCB. Opmerkelijk zijn de woorden in dit voorwoord: het KCB wil een brugfunctie vervullen tussen kunstenaars en samenleving. Met een olijke noot zou deze uitspraak ook als volgt kunnen luiden: Rutte twee wil een brugfunctie vervullen tussen politici en samenleving. Misschien is er dit keer echter geen sprake van een olijke noot, maar van een harde die gekraakt dient te worden. Mogelijk kunnen woorden van wijlen Corneille zorgdragen dat het vandaag toch nog een wat feestelijke dag gaat worden. Ik stel me voor dat ik wat namen niet invul: mogelijk dat juist die ongekende lezer een plezier kan worden gedaan deze tekst te dupliceren en voor een voor hem dan wel haar bekende voor te gaan dragen.
Jatten is de kunst. De kunst van het jatten zit in ieder mens verscholen. Ik ben me bewust dat ik die eerste steen werp: nodig van harte de ander uit mij hierin te volgen!
VRIENDEN!
Ik ken _____________________ al jaren en ik ben blij hier te getuigen van zijn/haar grote moed , doorzettingsvermogen en enorm enthousiasme om deze bijzondere verzameling (vrienden, kunst, werken, en zo verder en zo voort) bijeen te brengen – en dan – en dit moet gezegd worden, met zo weinig middelen. Maar wat het meest typerend is voor ______________________ dat is zijn/haar fijne neus om iets goeds te ontdekken in deze nieuwe (vriendenkring, kunstrichting, doorwerken etc.) die zo belangrijk zou blijken voor onze hedendaagse (richting als eerder.) Zijn/haar rotsvast vertrouwen in deze (bijvoorbeeld kunstzinnige) uitingen, hetgeen mij (ons) warm aandoet dan wel aandeed. (Afhankelijk van de omstandigheid waaronder deze woorden kunnen worden uitgesproken.) Hij/zij gelooft (geloofde) er vast in.
Ik dank ____________________ hier van harte voor!

Dit heeft Bergen mij vandaag aangeboden! Spontaan! Omdat ik weer eens onderweg was. Omdat wij onderweg waren. Van het weer mochten genieten, van de wind, van de zon die zich dit keer uitbundig liet zien, het blauw waarin de witte wolken dreven en het gras dat bijkans groener was dan groen. Het wit van de schapen en het krijten van een meerkoet. Hoewel, krijt een meerkoet” Of is dit meer een schreeuw” Ook dit kan ik dit keer niet beantwoorden: zoals er zo veel meer is, waar ik het antwoord op schuldig blijf!

Laatste 15 Reacties