Nut en ongenoegen

Tegen de klippen op, tussen de kliffen door vaak heeft de maalstroom van het leven veel weg van een wildwater rivier. Nu weet ik niet in hoeverre het wilde water een rol kan spelen tussen klippen, kliffen en wat mogelijke riffen, maar een vergelijk als deze, een metafoor omtrent het leven, lijkt bij deze tijd te horen. Zinderend en sidderend hedonisme in optima forma. Alleen, dat laatste met de nodige aanhalingstekens…
Het is nu eenmaal niet aan mij om de schokgolven die zich de afgelopen dagen hebben voorgedaan in een bepaald jasje te hijsen. Nu weet ik wel dat mijn zijdelinkse commentaren niet altijd de handen op elkaar laat slaan, maar dat terzijde. Het is nu eenmaal een genoegen om, met een zekere vooringenomenheid, mijn blik over de wereld te laten gaan. Neem nu bijvoorbeeld Eb en Vloed. Slaan met een vooraf berekende snelheid en een vooraf gestelde plek te pletter op de maan. De vooronderstelling dat daarmee de lach uit het gezicht van het mannetje verdwijnt, is een hypothese die aan alle kanten mank gaat. Want als het zo zou zijn dat Moon, het mannetje, hier enig gerucht van had opgevangen, had hij dit direct via twitter dan wel facebook wereldkundig gemaakt. Niets is namelijk in zo’n geval nog relevenant. In die zin dat, bij het vergaan van de wereld aanstaande vrijdag, dit nog wel ven kan worden gememoreerd, maar, omdat alles dan stomweg is afgelopen, dit ook niet meer is dan die hypothese. En hypoyheses hebben de neiging nog weleens groter af te wijken dan onderzoek laat blijken. Lekker bezig, Wik”!
In zekere zin wel. Waar ik gisteren de chaos op mijn beloop heb gelaten, moet het mij vandaag weer van het hart dat ik deze regels als het ware weet vol te pennen. Nu valt het met dat pennen uiteindelijk wel weer mee, dan toch wel enigszins tegen, maar ook dat doet er niet toe. Ik ben weer eens lekker bezig. En mijn vormen van bezigheidstherapie liegen er nu eenmaal niet om. Ik rommel wat tussen de klippen, klim eens op een inspirerende klif en weet mij, tussen alle druppels door, wel degelijk te vermaken. Nietsdoen kan een zegen zijn: niets meer te moeten doen een verademing. Tenminste, in mijn perceptie gerelateerd aan het moment nu. Een gegeven waar ik niet om heen kan en ook niet wil. Voor zover ik in deze iets te willen heb.
Gisteren heb ik een andere keus gemaakt: ook dat getuigt van enig bewustzijn. De commentaren die verschillende zijden bereiken, hebben veel weg van het niet kunnen rijmen van mijn chaos. En daar voel ik me dan weer prettig onder. De chaos is, tijdens mijn werkzame leven, nu eenmaal nooit ver weg geweest. In die chaos kon ik zijn, kon ik werken. Delen van die chaos steken, met een zekere onregelmatigheid nog wel eens de kop op. En juist daardoor weet ik nog steeds te existeren.
Gisteren. Artiance. Op uitnodiging van Jessica. Had een hele verzameling mensen rond zich heen weten te scharen die, aan de hand van een model, hun kwaliteiten mochten botvieren. Onder het genot van een hapje en een drankje. Hetgeen heel genoeglijk aandeed. De ijsbaan. Hordes kinderen die hun kunsten konden vertonen. Ouders die langs de kant niet veel meer konden doen dan trots de rondes in de gaten te houden. De chocolademelk die niet aan te slepen was en een enkel biertje wat naar binnen ging. De Kerstmarkt rond de Grote Kerk. Toezichthouders die bonnen aan het uitdelen waren. Een discussie met een kraamhouder. De stad waar weer van alles werd uitgesleept. De noemer sale op de diverse etalageruiten. De expositie van Rick akkerman onder de noemer ‘Bloody Mary’ en een winkel die, voor een maand, even is omgetoverd in een ruimte waar sfeer en beleving genoeglijk samen gaan. Ik me, op die manier, me bezighield met weer een rondje vastleggen. Tot nut en geenszins vermaak. Om mogelijk toch wel tot enig genoegen. Van mezelf. En dit keer hooguit. Een verantwoording. Omtrent gisteren. Wat weer eens nergens op slaat. Want wie bereid ik daardoor schade…”!