Zinnen
Omdat de dingen vaak anders lopen dan ik weet te bedenken, is het soms raadzaam om een op de toekomst gerichte actie te ondernemen. Nu ben ik van mezelf niet zo ondernemend, echter wanneer de situatie het toelaat laat ik me graag door de omstandigheid leiden. Waardoor het heft uit mijn handen verdwijnt, ik weinig meer om handen heb en als zodanig, mijn onhandigheid naar voren breng. Over handigheid gesproken…
Soms valt dat mee, geregeld valt dit tegen. Dan heb ik over de zaken nagedacht en blijkt het bij de uitvoering anders te lopen dan ik had kunnen voorzien. Dat klinkt dramatisch, maar uiteindelijk valt dit reuze mee. Zolang ik de knop nog kan bedienen, het handvat kan vatten, de hand kan vatten van een mij totaal onbekende, is er niets aan de hand. Sterker nog, is er bijzonder weinig om mij druk over te maken. En dan komt de tegenstelling: er zijn genoeg andere zaken waar ik mij wel degelijk druk over maak. Waarbij ik de grilligheid van mijn gedachten ternauwernood kan volgen en waar de eerlijkheid mij gebied om wel te denken maar absoluut niet te doen. Dat is die verwarring; dat is ook het moment waarbij inzicht een rol kan gaan spelen. Het doen door iets te laten. Inzicht. Met de mogelijkheid dat een volgend uitzicht vergezeld gaat van een wijsheid die, als het ware, de vrucht is van een rationeel zijn. Waarbij niet zozeer emoties een rol hebben gespeeld maar meer de wijsheid die, en dat is dan ook weer een veronderstelling, met de jaren schijnt te komen.
Het klimmen der jaren, de gebroken schakels die zich niet meer aaneen laten rijgen, de herinneringen die verdwijnen en de momenten waarop geluk werd ingeruild voor ongeluk. Want ook die gang speelt in de loop der jaren. Gangen. Je gang gaan. Een doodlopende gang inslaan. De ingang die de uitgang bleek te zijn en een uitgang die een ingang blijkt te wezen. Een draaideur van gevoelens, die verdwijnen in een draaikolk van belevenissen. Een poort waarbij je je dient te legitimeren, een ruimte waarin je verzuipt, een holte die doet denken aan de tijd der Neanderthalers, grotten waar de stalagtieten de stalagmieten hebben verdrongen, ijspegels kristallen weten te vangen, een pleidooi houden omtrent de dooi.
Stel ik me voor voor vandaag. Het zijn nu eenmaal niet veel meer dan indrukken waar ik me vandaag aan heb blootgesteld. Indrukken die een vorm van afleiding doen vermoeden. Omdat op dit moment het achterste van mijn tong wat dichtgesnoerd lijkt. De achterkant van een omstandigheid zich heel duidelijk weet te manifesteren. En dat ik, op dit moment, dat manifest onder woorden probeer te brengen. Waardoor de chaos voor de ander hooguit toeneemt, er weer eens geen onderbroek van kan gaan breien, laat staan dat er nog sprake van kan zijn dat dit schrijfsel nog een ander leven tegemoet gaat. Dat hoeft ook niet: ik ben er even van verlost, heb er woorden aan gewijd en maak mij op om toch nog kapucijners te gaan halen. Al is het alleen maar in een vooruitzicht van die zinnen: te gaan verzetten!
Laatste 15 Reacties