Betovering & loslaten
Lekker bezig” Lekker bezig! Lekker! Bezig” Ben ik lekker bezig, is daar sprake van een storing. Een storing” Terwijl ik juist zo lekker bezig was! Nu valt dat lekker bezig zijn, geheel en al in het niet. Daar zit ik natuurlijk niet op te wachten! Nee, daar sta ik liever bij. En als ik daar eenmaal bij sta, impliceert dit niet dat ik ook lekker bezig ben. Het heeft dan veel weg van een situatie die neigt naar: ‘ik stond erbij en keek ernaar.’ En dan komt de vraag: ‘waar stond ik dan en waar keek ik naar”‘ Het antwoord blijf ik dit keer schuldig. Hooguit dat er sprake kan zijn van een betovering. En die betovering…

De kunst6daagse van Heiloo kenmerkt zich voor een deel doordat stichting ‘De Buitenkans’ weer een oproep doet om foto’s in te sturen. Dit keer onder het thema ‘Betovering.’ Vorig jaar was dit droombeeld en ook toen heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om mijn droombeelden aan die stichting te doen toekomen. Voor dit jaar heb ik me voorgenomen om ook nu weer van die gelegenheid gebruik te gaan maken. Want het blijft me toch wel boeien: fotografie. Heb ik echter geen flauw idee wat mijn plaatjes bij anderen oproepen. Het blijft wat dat betreft voor een belangrijk deel gissen. Het ene plaatje valt nu een keer anders uit dan het andere. En mijn keuzes blijven, over het geheel genomen, triviaal. Of kom ik met beelden die niet in een logisch kader zijn te plaatsen. Waarbij ik nalaat om nadere informatie aan het geheel toe te voegen. Gelijk gisteren dat beeldje van mijn grootmoeder. Oma Pijper, ergens in de jaren vijftig door mij geboetseerd en op een ander moment in een oven gebakken. Haar helder blauwe ogen die wat konden steken en het grijze haar dat in een knotje op haar achterhoofd zit, maken het beeld van die tijd in mijn beleven compleet. Een huis in de Lindenlaan. Nummer 97. Mijn grootmoeder die in de bedstee in de achterkamer sliep en mijn opa die ’s nachts een steile trap naar boven beklom en ergens onder het pannendak in zijn bedstee vertoefde. Zij sliepen nu eenmaal al jaren gescheiden…
Mijn grootmoeder overleed aan een gasvergiftiging. Zij kookte nog op stadsgas en de gasslang was zo poreus dat het gas in de keuken en het achterkamertje terecht kwam. Wij kwamen terug van een zonnige dag op het strand van Egmond en brachten, met bijna de gehele familie, even een bezoekje. Niet veel later arriveerde de politie en werden mijn oudste zus en ik bij de buren opgevangen. Oma was dood. En het is nog steeds een wonder dat er zich geen ontploffing heeft voorgedaan. Mijn vader werd, in datzelfde moment, wees. En ik zie hem nog zitten in zijn teakhouten stoel bij het raam in de Jacob van Heemskerkstraat. Verdwaasd en verdoofd. Een sigaret in zijn hand: Arsenal. Dat andere moment. Waarop mijn zus en ik uit bed werden gehaald. Eind jaren vijftig. We kwamen aan tafel te zitten en pa liet ons heel grote bankbiljetten zien. 8 van 1000 gulden en de rest aan honderdjes. 9000 gulden in totaal. De opbrengst van de verkoop van twee huizen in diezelfde Lindenlaan. En zijn woorden: ‘dit zie je maar een keer in je leven, dus kijk hier goed naar!’ Wij mochten die knisperende banknoten door onze vingers laten gaan. Ruim vijftien jaar later reed ik op mijn fiets met in mijn achterzak 15.000 gulden. Om voor dat geld een auto te gaan komen: een Citroen 2CV bestel. Een eend bestel met een viertal ruiten in de bagageruimte. Gekocht bij A.C. Boots. Op de Vondelstraat.
Als ik nu nog in de Lindenlaan kom, ontkom ik er niet aan dat ik een blik werp in dat nog steeds bestaande huis. En denk ik daar nog geregeld aan. Hoe dat vroeger was: de plee die buiten op het plaatsje te vinden was. Geen riolering. Een poepton. En de tonnenman die met een handkar de ton door het gangetje in dat huis naar buiten droeg. De nacht dat mijn vader op de plee doorbracht. Als straf dat hij veel later dan de 22.00 uur die was afgesproken huiswaarts keerde. Of het verhaal dat hij ooit vertelde: het was in de oorlog dat iemand bij hen langs kwam voor onderdak. Kaarsen waren in die tijd de mogelijkheid om geld te besparen. Alleen wanneer de kaarsen op waren en de penningen idem, werd het improviseren. De vraag of de gast honger had, werd bevestigend beantwoord. Mijn grootmoeder vertelde dat onder de bedstee nog een pot met havermout moest staan. De mogelijkheid om dit te verwarmen deed zich niet voor. De gast nam genoegen met die koude havermout, kreeg een lepel en zette zich aan de maaltijd. Geregeld kwam uit zijn mond geluid. En tussendoor kon niet gezien worden waar hij zijn tanden inzette. Hij at smakelijk: honger maakt nu eenmaal rauwe bonen zoet. Tot… de volgende dag. Hij had de pot niet geheel leeg gegeten. Toen kwam ook de verklaring van dat geluid naar voren. Bij daglicht bleek dat slakken zich voor een belangrijk deel meester hadden gemaakt van de havermout en in die omgeving het leven hadden gelaten…

Loslaten. Een woord met een bepaalde betekenis. Een betekenis die ik niet altijd weet te plaatsen. Nu weet ik wel dat waar wij heengaan niet alles is mee te nemen. En toch betrap ik me erop…
Laatste 15 Reacties