Rome, vrijdag een week her…

Eens flink uitpakken. En ook nog het een en ander inpakken. De archieven als zodanig raadplegen. En een afronding van de week die een week geleden in het teken van Rome stond. Roma, ik kan er eigenlijk nog steeds niet over uit. De kleuren, de geuren, de mensen, de straten, de pleinen, reclames, de temperamenten die zich voordoen wanneer een mogelijke presidentskandidaat zich mag verheugen, wanneer aanhangers dan wel volgelingen zijn naam scanderen. De etalages, winkels waarbij namen als DiDi, C & A, Hema dan wel V & D ontbreken. Wel weer een H & M… Juist dat zorgt ervoor dat de Nederlandse voorspelbaarheid zich dit keer niet voordoet. Geen Blokker, Bart Smit dan wel Intertoys. We wandelen geregeld over de Via del Corso. Naast kerken en een enkel basiliek zijn het opvallend veel kledingzaken die zich hier voordoen. Met prijskaartjes dit keer. In tegenstelling met de Via Borgognona. Want daar bevinden zich de NAMEN. Een variant op het laatste boek van Tommy Wieringa. Geen (Joe) Speedboot op de Tiber te bekennen, hooguit een enkele roeier in een skiff. Wat verdwaasde dan wel verdwaalde hengelaars…







Rome in een relatieve notendop. Rome, waarbij de indrukken en de opdrukken geregeld nog nadrukkelijk naar voren zullen gaan komen. Rome leeft. En als je leeft geeft Rome je het optimum aan beleving. Rome roert zich, en Rome beroert de mens. Simpelweg omdat illustere voorgangers ons zijn voorgegaan.

Neem Julius. Noem Brutus. Nero dan wel Galigula. Fellini. Caravaggio. Michelangelo. En waarschijnlijk ook nog wel Leonardo. Wij waren in Rome. En zagen. En aten. En wisten ons uitstekend te vermaken. Genoten. Onverdroten, maar…



Ook Rome kent een jonge geschiedenis. Neem bijvoorbeeld het fascisme. Met A. Hitler en B. Mussolini. En deze namen zullen oude wonden openrijten. Die drankenzaak die juist leiders van een verdorven tijdperk als etiketten op wijnflessen aan de vergetelheid proberen te ontrukken. En het wordt dan helemaal dramatisch wanneer zich in een willekeurige straat, op een willekeurig moment, mijn oog valt op een vijftal koperen keitjes. Waarop namen te lezen zijn. Bijvoorbeeld Mario Levi. Ermordert in Auschwitz. Een gedenkmonument.
Even. Want ook dit maakt deel uit van de geschiedenis. Zoals onze voetstappen zijn gezet en verloren zijn gegaan. Verloren in de tijd. Met de herinnering als blijvend bewijs in de geest. En waarschijnlijk zorgt die onzichtbaarheid in mijn geest ervoor, dat ik juist die momenten probeer vast te houden. Simpelweg door beelden vast te leggen. Dat ik dit voor een belangrijk deel in de overtreffende trap doe, komt mogelijk door de Spaanse trappen waarop wij ons begaven. Of dit excuus van een voldoende verantwoording getuigt, een heel andere kwestie. Maar dat wij vorige week vrijdag, omstreeks deze tijd nog in Rome vertoefden, ons opmaakten om afscheid te nemen, riep bij mij een heel oude herinnering op.




Ooit mocht ik bij mijn grootouders regelmatig verblijven. Soms in een vakantie, soms na een ziekbed. Oma Valkhoff mocht me dan verwennen. Met eten. Eten om aan te sterken. En het leidt geen twijfel dat vis, met grote regelmaat, op het menu verscheen. Oma bakte en braadde, stoofde uitsluitend in Roomboter. Van CZ Lutjewinkel, in een kartonnen verpakking. Als dan het moment kwam waarop ik weer naar Alkmaar zou gaan, trok ik me wat in mezelf terug. Niet alleen figuurlijk, maar veelal ook letterlijk. Tussen haar crapaud en het dienstbodenkastje, waarin haar hoeden schuil gingen, was voldoende ruimte om me te verschuilen. Een licht gevoel van neerslachtigheid maakte zich vaak van mij meester, tot… het onvermijdelijke tijdstip van weggaan aanbrak.
Juist dat oude gevoel bespeurde ik even in Rome op die laatste dag. Even. De zon was ’s ochtends vroeg reeds doorgebroken en deed er alles aan om de zaken in een schijnbaar helder daglicht te zetten. En juist van die gelegenheid heb ik op de valreep nog gebruik weten te maken.
Een bankje. Drie mensen. Niet zomaar deelgenoten: Leo, Ria en Ans. Ria, met haar armen over de leuning, Leo met zijn onafscheidelijke leesbril en Ans die naar het park blikt. Het Piazza Vittorio Emanuelle II. Een kat die zich koestert in de warmte van de zon. Mensen die zich reeds gestrekt hebben op het gras. En geen ‘lunatic on the grass’ te bekennen, om met woorden van Roger Waters te besluiten. Rome, ik kan er haast niet over uit! UIT!

Laatste 15 Reacties