De ontmoeting: Ernst.

Laten de tijden van weleer in sommige gevallen goede tijden zijn geweest, houd ik tegenwoordig geregeld mijn hart vast. Veranderingen zijn nu eenmaal aan de orde van de dag, ontwikkelingen in het digitale tijdperk van groot belang en de flexibele werkplek draagt er zorg voor dat naarmate de verantwoordelijkheid toeneemt, er steeds meer sprake is van een persoonlijke eigenheid die er dan weer voor zorgt dat persoonlijke onmisbaarheid naar de achtergrond verdwijnt. De leraar als coach van de werkbegeleider die dan weer de stagiaire tijdens zijn werkzaamheden begeleid met een oog gericht op de toekomst en met een ander schuin oog gericht op dat niet definieerbare verleden. Toen alles simpelweg anders was. Toen de vraag was afgestemd op het aanbod en het aanbod de vraag geregeld in diskrediet bracht. De schoonheid van de momenten, de alters gepaard gaande met persoonlijkheidsstoornissen, de vraag naar DSM nog in de kinderschoenen stond en een schizofreen geen mens was. Een depressie zich nog duidelijker wist te onderscheiden en de maniakale gek nog uitzinnig van vreugde, zijn beleving aan de wereld kond deed. Natuurlijk is de invloed van bepaalde medicijnen een niet geringe aanvulling op de behandelingen die tegenwoordig gangbaar zijn, de snelheid waarmee menigeen weer op eigen benen dient te staan naar mijn idee een twijfelachtig gegeven. Maar wie ben ik, om daar een mening over te ventileren. Welnu heel simpel Wik Pijper, met een achterhaalde interpretatie van de huidige psychiatrische tijd. 
Niet dat mijn indruk en daaraan gekoppelde mening er iets toe doet, maar soms bekruipt mij het gevoel dat door de hoger opgeleide verpleegkundige en dan doel ik met name op een HBOV-opgeleid persoon, een deel van het ouderwetse ‘handwerk’ verloren dreigt te gaan. Waar mogelijk de huidige MBO-verpleegkundige deze titel nog draagt, kan het in de toekomst zo zijn dat dit een ‘zorgkundige’ gaat worden en de HBO-verpleegkundige zich verpleegkundige gaat noemen. Want hoe hoger de opleiding, hoe hoger de graad van behandeling, hoe verder weg de zorgverlener van de patient kan komen staan. Want geef nu toe, niet iedere klant van de Geestelijke Gezondheids Zorg voldoet aan het criterium Hoger Opgeleid om behandeld te kunnen worden. Geregeld kun je te maken hebben met de ‘simpelen van geest’, mensen die op grond van doorzetting ooit een diploma hebben behaald (in de huidige maatschappij een vereiste, naast de voorwaarde om op die manier op de arbeidsmarkt je entree te kunnen maken), naast het feit dat een stratenmaker met net zulke psychische problemen kan worden geconfronteerd,  als de hoogleraar die op een beroerde dag wartaal uitslaat.
Mensen die de last van hun leven niet meer kunnen dragen, de draagkracht schromelijk uit het oog verliezen en daardoor niet alleen de weg kwijtraken, maar ook nog zichzelf. Mensen waarbij de vernietigingsdrang zo hoog oploopt, de hulpverlening wel op de hoogte, maar beperkt wordt om in te grijpen de man, met behulp van brandweerlieden, de mast uit probeert te praten. Niet veel later het bericht door de ether gaat dat de man zal worden vervolgd door drievoudige moord dan wel doodslag…
Inschattingsfouten zullen zich altijd blijven voordoen, zolang er sprake is van mensenwerk. Waar ooit het credo gold: ‘voor mensen die van mensen houden, is de psychiatrie zo gek nog niet’ om mensen te enthousiasmeren om een opleiding in die oude B-opleiding te gaan volgen, een duidelijk standpunt. Het gekkenwerk wat toen nog werd verwacht, vroeg toen de nodige inspanning van de betrokken leerling. Dat je jezelf tegenkwam een gegeven. Dat je met mensen in hun naakte zijn, in hun naakte bestaan, in de kern van de ander mocht verkeren, bleek uiteindelijk een zeker voorrecht, een naakte puurheid te behelzen. En dat daar als zodanig mee werd omgegaan, het meest belangrijke criterium. De zuiverheid, puurheid en reinheid van dat naakte bestaan, deed mij beseffen dat ik, uiteindelijk het totaal overziend, een bevoorrecht mens ben. En ik spreek bewust over ben. Laat het woord  geweest duidelijk achterwege.
Maar hoe het er tegenwoordig aan toegaat… ben ik het meest bevreesd. Hoe geleerder, hoe groter de kans dat basale zaken over het hoofd worden gezien. Want als alles volgens DSM en protocollen dient plaats te vinden, wordt voor mij de volgende vraag weer actueel.
Zien wij een behandelgeval of is er nog steeds sprake van een mens, met al zijn nukken en grillen, zijn plussen en minnen, die wij willen leren kennen om hem een hand te reiken op zijn levenspad”
Met hoofd, hart en handen kwamen wij in het verleden ver. Niet voor iedereen, helaas. Het dubbele gevoel van een geslaagde suicide staat mij nog regelrecht voor de geest. Het lijden waar, door eigen ingreep, een einde was gekomen en het machteloze dat wij die betrokkene niet konden helpen bij zijn herhaaldelijk verzoek. Een einde van het ene lijden, hetgeen de omgeving en nabestaanden uiteindelijk trof. Lijden. Maar dan op die totaal andere manier…