Te berde brengen.

Zijn het de platgetreden paden, die mij nog steeds weten te verleiden” Is het nog steeds het lood om het oude ijzer dat garant staat voor mijn veelheid van woorden” Woorden die er, over het algemeen, weinig toe doen. Woorden die net zo goed achterweg kunnen blijven. Maar gelijktijdig de uitdaging zijn. In ieder geval voor mij. En op zich ben ik een geval op zich. Daar verandert de omstandigheid nu eenmaal weinig aan. En gelijktijdig is het zo dat ik weinig aan die omstandigheid wil veranderen. Want stel je nu eens voor dat dit een lawine van reacties tot gevolg zou kunnen hebben. Dat sluizen opengaan en ik mijn huidige gemoedstoestand in een orkaan van veranderingen teloor laat gaan. Daar moet ik niet aan denken, dus denk ik niet daaraan. Waardoor ik een goed volgeling van die bekende struisvogel ben. Of neem mijn buurman. Hij is van Indiaanse afkomst en is in staat,om met zijn bar-b-que kwaliteiten een compleet bericht met behulp van rook onze kant heen te sturen. Het is maar goed dat ik een beetje Engels versta, anders had ik hem niet kunnen volgen. Het kost hem alle moeite om een enkele Nederlandse zin te berde te brengen. Hetgeen dan ook tot een beperkt gesprek leidt. Hij doet het er echter mee en ik kan het hier ook mee doen. Waardoor, naar mijn idee, de eenzaamheid die hij geregeld uitstraalt, steeds weer van zijn gezicht valt af te lezen.
Natuurlijk zijn het platgetreden paden waarop ik mij voortbeweeg. Niet eens zoveel verschillend van de jaren die ik hiervoor her en der mocht slijten. De maandag die, terloops, in de vrijdag overging. Het weekend met die voorspelbare gemeenplaatsen. Een beetje dit, een beetje dat en uiteindelijk een beetje van alles wat. Een beetje zus en een beetje zo, en af en toe een verrassing, een onverwacht cadeau. Dat staat er nu een beetje simpel, maar zo simpel was het veelal niet. Ik mocht graag werken; geniet momenteel van mijn huidige status maar ontdek dat het juist in mijn huidige status ook weer wat ontbreekt aan de uitdaging. Niet dat ik daar verlegen om zit, vrijwilligers werk trekt me nu eenmaal totaal niet, maar de uitdaging om zaken te doen die ons huishouden betreft, ach, ook daar ben ik me niet altijd even van bewust. Ik blijf nu eenmaal nog steeds zaken het huis binnen sjouwen; een enkele keer verlaat ‘iets’ dit huis. En dan meestal ook nog met een wat lichte pijn. Afstand nemen dan wel loslaten blijft een heet hangijzer. Niet onoverkomelijk, maar geenszins mijn bewuste keuze. Ik marchandeer in zekere zin. En ook dat is niet altijd even bekoorlijk. Of misschien wel lastig voor degeen met wie ik al die afgelopen jaren weet te delen. Ik knik wat, ik slik wat en denk vaak…
Het hoort erbij. Het hoort bij mij en alles wat bij mij hoort zijn als uitstulpingen van mijn zijn. Iets wat ik ervaar, iets waar ik mijn gedachten aan heb verbonden, iets waar vage herinneringen weer levend door worden. Prikkels als het ware. Prikkels ook die iets van mijn zijn tijdens mijn leven richting hebben gegeven. Niet altijd de juiste richting; soms vloog ik knallend uit de bocht. Mocht ik de scherven naderhand weer bij elkaar zoeken, de stukken aan elkaar lijmen en de littekens tellen. Nog steeds ben ik niet uitgeteld. Nog steeds weet ik wel een enkel ding op mijn voorspelbare pad te koesteren. Een blik, een pose, een plekje van herinnering, een gedachte, een vlucht vogels, een wolk met die constante verandering, een windvlaag die zich onaangekondigd van een struik meester weet te maken, een tekening van stoepkrijt, een wezen aan een galg…
Een mijmering, een overdenking, een gedachte die er zomaar weer vandoor gaat, verdwijnt in het grote niets. Ach, neem het mij niet kwalijk, duidt het mij niet euvel. Alsof ik, op dit moment, niet beter weet te doen.