cbri i.t.t. abri

Ik houd wel van knutselen. Priegelen vind ik wat minder. Een beetje broddelen spreekt me ook wel aan. Naast het feit dat ik ook regelmatig weet te vertreden. Nu valt dat vertreden over het geheel genomen wel mee, maar feit blijft dat ik me meteen zekere voldoening weet te verpozen. In de regel dient dat verpozen dan weer met een grote korrel zout genomen te worden, gezien het feit dat ik ook een geregistreerd hartpatient ben. Dat maakt, in diezelfde regel, de zaak weer rond en had ik ook kunnen besluiten om deze ongein te laten voor wat deze is: ongein. Of een liederlijke manier om nuttig met aangenaam te verenigen. Ach wat doelloos zinnen zetten om de zinnen te verzetten, ook dat geeft wel wat bekoring, hoewel…
Neen, het valt verdomd niet mee om mijn spraakwaterval te beteugelen. En waar anderen mogelijk de wenkbrauwen gaan fronsen, haal ik mijn schouders op terwijl de woorden in regels worden gevat. Zo blijf ik bij de les en weet mezelf nog steeds te verbazen.
J. Walter Thompson was ooit een gerenommeerd reclamebureau gevestigd in Amsterdam in de buurt van de Ruyschstraat, alwaar ik mijn bezigheden vond in een kroeg van een voormalig patient die ik in Santpoort had ontmoet: Ben. Op dat moment verkeerde ik in een crisis in die zin dat ik, voor een korte periode, helemaal klaar was met de psychiatrie. Een periode waarin ik mezelf probeerde te herontdekken en mijn positie in het totaal der dingen trachtte te plaatsen. Wie ik was en waar ik mij in de waanzin van alledag probeerde te positioneren. Ik was een deel van de draad kwijt, had geen idee op welk pad ik mij bevond, laat staan dat ik de voorspelbare orde en regelmaat  liet welgevallen. En in die kroeg hield ik me bezig met de glazen te vullen, de uitsmijters te behangen, de erwtensoep te bewerken en de opvallende verhalen van de diverse ‘art-directors’ aan te horen. De copy-writers die zich beriepen op hun geniale invallen en links proclameerden en rechts niet wisten hoe de zakken te vullen.
Links lullen en rechts vullen, een vorm van inkomsten genereren onder het genot van verschillende alcoholische versnaperingen. Van die versnaperingen moesten wij het dan weer hebben, moest ik het dan weer hebben want mijn verdiensten in die tijd waren zeer bekrompen: 100 gulden netto in de week. Mijn ouwe, trouwe Gazelle voerde mij van Amsterdam Noord naar de Ruyschstraat, de Gazelle die mij ook had vergezeld in Parijs. Ik verkeerde in die tijd bij Nicolien en heb haar schandalig gebruikt. In die zin dat ik bij haar familie onderdak vond en voor de rest ieder contact met anderen op zijn beloop liet. Als het ware ondergedoken tot het moment waarop ik me weer in Alkmaar meldde. In het bezit van een Ford Transit met dubbellucht achter, waarmee ik mijn karige spullen uiteindelijk mee heb verhuisd.
Hoe of ik op dit moment deze inval kreeg”! Heel eenvoudig! Er is geen abri of er doet zich wel een vorm van reclame voor. Ik ben in blijde afwachting van bbri’s waarop anti-reclame te lezen valt. En mocht het zo zijn dat er geen plek is voor bbri’s waag ik het gerust om cbri’s in het leven te roepen. Was het allen maar om de colibri een plek te gunnen in dit ondermaanse!