Rechtaardig

Niet dat ik geregeld de weg kwijt ben, in zeven sloten tegelijk vertoef, dan wel versteld sta van mijn eigenzinnige strapatsen, dat ongelukjes zich niet altijd in kleine hoekjes verscholen houden dan wel dat ik goed bedoelde suggesties in de wind sla, wel eens tegendraadse opvattingen heb waardoor mijn mening kan verschillen, laat staan dat mijn eigengereidheid ook mij nog geregeld tegenstaat, doe ik er alles aan om mogelijk leed zoveel mogelijk te voorkomen. Zo! Laat dat gezegd zijn! Op zich geef ik hierbij blijk van enig zelfinzicht, waarbij een vorm van bescheidenheid geenszins een hoofdrol speelt. Hetgeen dan weer haaks staat op de zwaarmoedigheid, die mij ook wel eens kan overvallen. En ik besef dat ik daardoor een toon heb gezet. Zwaarmoedigheid niet te verwarren met de alom bekende melancholie. Waarbij de melancholicus gebukt gaat onder de zwaarte van het leven, dan wel die bekende ondraaglijk lichtheid van een gemiddeld bestaan. Waarbij ik net zo vrolijk parafraseer op Milan Kundera een, in mijn ogen, overtuigend schrijver. Dat is mij niet gegund, maar wat mij wel gegund is… Ik kijk uit naar vandaag, wanneer gisteren een nacht heeft doorgebracht terwijl ik… de droom en slaap der rechtvaardigen mocht ondergaan!
Heerlijk als humor tegen het wrange aan schurkt. Nu valt daar wel het een en ander op af te dingen wanneer Hans Dorresteijn ons op zijn ontboezemingen trakteert, mar dan nog blijft het geheel alleszins vermakelijk. Zijn traktaat valt dit keer onder de categorie van het ultieme ‘potje met vet’, maar de wijze waarop hij het geheel ten tonele voert is veelal de lach die de traan weet te voeden. En ook dat is een kracht die menig cabaretier aanschouwelijk weet te maken. Van potsierlijkheid is geen sprake en dat hij zijn kracht put uit de papieren die hij tot zijn beschikking heeft, ook dat doet geen afbreuk aan het geheel. Hij is een gezellige, vertellerige droogkloot die niet schroomt zijn rol in het geheel van zijn aardse bestaan met de zaal te delen, hetgeen hem dan ook regelmatig op een open doekje komt te staan. Met 73 jaar kan hij de humor van zijn eigen falen nog steeds overzien. En dar valt best in hem te prijzen. Zijn jeugd, zijn liefdes, zijn zijn in de natuur, zijn vakanties en het ultieme van de ouderdom, niets gat hij uit de weg, waarbij de drank en sigaretten een wezenlijk onderdeel van het geheel uit maken. De man of vrouw met de rollator, de rimpelkneuzen die op dit moment zijn leven voor een deel bepalen, een man op leeftijd die nog weet te boeien en dat gepaard ziet gaan met een uitverkochte kleine zaal, een man die op moet boksen tegen een stuk dat Sarah heet en ten tonele wordt gevoerd na boek en film, ga er maar aan staan. Hij stond er aan en mocht van een dankbaar publiek naast de nodige open doekjes een klaterend applaus in ontvangst nemen.
Het sprak mij aan, zeker gezien in het licht van mijn strapatsen. Het loodje leggen is een gegeven waar ieder mens mee komt te worstelen. Het huis waarin wij wonen, hebben wij slechts te huur. Met botten die kunnen breken, krimpen en systemen die het af laten weten, ook dat is een gegeven. Niet voor allen klinkt het ‘lang zal hij of zij leven’; en wanneer dat potje met vet op tafel wordt gezet is het de vraag waar dat vet uit bestaat: reuzel, ossewit, of het spekvet dat aan ouderwetse kaantjes doet denken. Buikvet desnoods. Om daar echter van af te komen heb je andere attributen nodig. En juist die attributen hield Dorresteijn vanavond voor zich…