3 x ramsj

Alleen.
Ze vallen niet op, die gebouwen waarin psychiatrische patiënten worden opgesloten. Geen verhelderende bordjes op de poort met teksten als ‘Wie hier binnentreedt, laat alle verstand varen’. Hun namen zijn nietszeggend: Vijverdal, Altrecht, De Gelderse Roos, Zwolse Poort. Een roos herinnert aan een geur, een vijver aan een prettig park – niet aan geschreeuw en getier, injectiespuiten, verwondingen en deuren die op slot blijven. Aan de buitenkant geen teken van het voortdurende gevecht om de macht daarbinnen.
Vroeger lagen die gebouwen verstopt in de bossen, tegenwoordig meer in de steden onder de mensen. Maar ook daar blijft het hart van de inrichting voor niet-ingewijden verborgen als het koningsgraf in de piramide. En de naam van dit hart der duisternis is: isoleercel. Dit boek gaat over die cel van pakweg twee bij drie meter, een minimale ruimte waar de waanzin op z’n top is. In deze ruimte zitten mensen dagen-, soms weken- of zelfs maandenlang tegen de muren aan te staren terwijl hun brein op volle toeren draait. Ze zitten daar omdat ze te gek zijn voor het ‘normale’ gekkenhuis. Pas als ze weer een beetje te handhaven zijn, mogen ze eruit. Daarna wordt het verblijf in de isoleercel het liefst verzwegen en vergeten.
Schrijft Wouter Kusters in zijn voorwoord omtrent Alleen. Berichten uit de isoleercel. Hij en Sam Gerrits doorbreken het zwijgen in dit boek over het ultieme alleen-zijn. Zij hebben hun eigen ervaringen in de isoleercel omgevormd tot verhalen van extraordinary madness. Daarmee doen zij het schier onmogelijke: van binnenuit geven ze de waanzin een stem zoals dat in de Nederlandse literatuur zelden is gedaan. De gek in het diepst van zijn gedachten wordt hier getoond als spiegel, als nar en als verontrustend verdwijnpunt voor ieder menselijk houvast.
Schrijvers die zich een voorstelling maken omtrent een totaal op jezelf teruggeworpen zijn. Met alle zin en waanzin die er maar te bedenken valt. Een uitgave van Lemniscaat. En Lemniscaat staat voor  de oneindigheid van de acht. En dat die acht door drie mensen in dit boek van een inhoud wordt voorzien,laat zich raden. De een is filosoof en taalwetenschapper, Sam Gerrits is geochemicus, schrijver en journalist, terwijl Jannemiek Tukker beeldend kunstenaar is. Daarnaast wordt haar werk sterk beïnvloed doordat ze psychotische periodes heeft doorgemaakt en opgenomen is geweest in de psychiatrie.


iGer.nl
Voor het oog van Job.
Volendammer verhalen over leven met een overleden kind.
De verteller en de luisteraar staan samen tegenover het vertelde, zij moeten elkaar goed vasthouden, want zij zijn even kwetsbaar. De verteller schept het vertelde zo-min als de luisteraar dat doet, maar het vertelde schept aan de ene kant de verteller en aan de andere kant de luisteraar: zoals het kind pas de moeder en de vader doet ontstaan. De verteller is de moeder, de luisteraar is de vader – en wat is het ouderschap anders dan een onafgebroken staat van gemeenschappelijke doodsangst”
Woorden van Harry Mulisch, in de Hoogste Tijd. Als voorwoord in dit document. Waarbij Koos Breukel zich boog over het fotografische gedeelte en Pieter van den Blink de interviews voor zijn rekening heeft genomen. Het geheel maakt een bijzonder ingetogen indruk. Ouders vertellen onbevangen over het kind dat zij kregen en weer verloren, over hun andere kinderen, over elkaar, over Volendam. Over niet slapen. Over dromen. Over hoop. Over verdriet.
De dood van een kind is een ultiem schrikbeeld. Waar het gebeurt, worden de nabestaanden getroffen door een dubbele ramp: die van het verlies, en vervolgens die van een zeker isolement. Voor het oog van Job beoogt dat isolement te doorbreken.
Dan doen Thomas Ross en Iona Hogendoorn nog een duit in het zakje. In ‘Schuldige Plaatsen in Nederland.’ De titel Schuldige plaatsen is ontleend aan wat de Nederlandse Armando ‘schuldig landschap’ noemde (onder meer in de dichtbundel Aantekeningen over de Vijand). Hij, geboren in 1929, doelde op de ruimte waar schuldige handelingen plaatsvonden, bij hem vooral gekleurd door de Tweede Wereldoorlog, waarin hij als jongen opgroeide naast het concentratie- en doorgangskamp Amersfoort. Oorlogen, opstanden, brandstapels, plunderingen, roof en moord, onze historie is voor een onuitwisbaar deel in bloed geschreven. Ross legt de vinger op een uiterst zere plek. Fotografe Iona Hogendoorn bezocht alle locaties en geeft met haar indringende foto’s een nieuwe dimensie aan het begrip ‘de gevoelige plaat.’
Drie boeken in de uitverkoop. Ramsj in zekere zin. Soms gaat het om de samenloop waaronder keuzes tot stand komen. Als er dan sprake is van een isolement wat zich in verschillende vormen voordoet, wordt het gegeven op zich steeds interessanter. De verschillen die niet zo zeer de overeenkomsten weten te verbloemen. Want in alle gevallen is sprake van een verdriet. Een intens verdriet. Simpelweg vanwege het menselijke aspect wat de diepte van datzelfde menselijk bestaan die herkenbare dimensie geeft. De bodem die onder de voeten dreigt te verdwijnen. Het graf, waarvan de diepte slechts te vermoeden valt. Letterlijk als figuurlijk. Zonder aanzien des persoons.


iGer.nl
Daar wilde ik vandaag melding van maken. Past goed in het kader van de afgelopen dagen. Tenslotte is het mij niet iedere dag gegeven om het verleden naar het heden te brengen. Maar ik denk dat ik geslaagd ben in die poging…