4 mei.
4 mei. Levenden herdenken doden. Staan even stil bij het gegeven dat het zeventig jaar geleden is dat Nederland aan de vooravond stond van de bevrijding. En dat er in die zeventig jaar het nodige is veranderd. Dat vrijheid niet een vanzelfsprekendheid is. Dat onderdrukking nog steeds plaatsvindt en dat de mens er zijn handen niet voor omdraait om juist die handen te gebruiken om andere mensen om het leven te brengen. Door repressie, door geweld, door hersenen te gaan spoelen dan wel een ideologie aan te hangen waarbij de afwijkende mening er zorg voor draagt dat die, soms letterlijk, de nek om wordt gedraaid. Om over het figuurlijke maar te zwijgen. De vlag die halfstok komt te hangen, en het Wilhelmus dat na die twee minuten wordt aangevangen. Aan gevangen. Gevangenen. Martelpartijen met de toestemming van een zekere God. Stenigingen. Waarbij Godslastering de reden kan zijn. Welk schild en welke getrouwen spelen hierbij een rol” Het zesde couplet van dat eerde genoemde Wilhelmus kan een wezenlijke rol gaan spelen. Maar dat alle mensen elkaars broeder zullen zijn, elkaars houders zouden kunnen wezen heeft veel weg van een sprookje. Waarbij ‘er was eens’ meer aangeeft dan dat er een ‘is eens’ voor in de plaats komt. Het goed zich nog duidelijker van het kwaad weet te onderscheiden. Want wat is kwaad” En wat blijkt, vaak achteraf, goed te zijn geweest. Geen idee, voordat het kwaad reeds is geschied. En de treurnis van de herhaling zich levensgroot manifesteert. De vraag in welke wereld wij leven, de vraag in hoeverre wij het leed van de ander kunnen verzachten, het leed wat die ander wordt aangedaan. Het sluiten van de ogen, het die andere kant opkijken, het niet te zien noch het te horen. Je druk maken omtrent je eigen besognes, het geld en goed dat jou aangaat, je familie, je vrienden en mogelijk de buren in jouw straat. Daar even stil te bij gaan staan, slechts twee minuten op een totaal van het aantal minuten dat jouw leven bepaalt. De uren en dagen, maanden en jaren die achter je liggen en het onbepaalde van het leven dat je nog hebt te gaan. Je tegoed hebt, als het ware, in het besef dat de klok in jou steeds verder tikt. En met die tik je ook steeds verder wordt verwijderd van het moment dat je kennis gaf van jouw bestaan. Je huilde en liet je stem krijsen en mensen waren blij. Jouw eerste levensteken. Voor anderen kwam toen de doodsteek. De martelaren, de overtuigden, de mensen die zich tegen de bezetter verzetten. De leden van het verzet, de ondergrondse, de onderduikers. De verraders die naderhand hun Judasloon ontvingen. De keerzij van het menszijn. 4 mei 2015. Ik ben een kind van na die oorlog, was dienstplichtig in een andere tijd, oefende in Duitsland en wist niet beter dan dat de vijand zich in het Oosten bevond. Oost en West welke zich verhielden als slecht en goed. Want wij waren dankbaar, werden niet meer onderdrukt met dank aan onze bevrijders. Maar stonden wij stil bij die andere bevrijders, stonden wij stil bij het juk dat zij op hun schouders kregen en is er wel sprake van een bevrijding wanneer anderen voor ons bepalen wat goed voor ons kan zijn” Regels en wetgeving, het algemeen belang en het individu dat teloor gaat. De vrijheid van vanzelfsprekendheid” Ik vraag het me geregeld af. En wanneer ik dat vandaag doe, kijk ik met diezelfde vanzelfsprekendheid uit naar morgen. Bevrijdingsdag. Met bevrijdingsfestivals. Na afloop van die vooravond. De dag dat wij herdenken. 4 mei. Opdat wij even stilstaan!

Laatste 15 Reacties