Kwaai(e)taal
‘… dus daar zit ik dan op mijn eiland in de veronderstelling dat niemand daar hinder van ondervindt, laat staan aanstoot aan neemt. Hoe deerlijk kan ik mij vergissen!’ Het zou de entree kunnen zijn van een boek, ware het niet dat dit boek nog geschreven dient te worden. En daar gaat deze beginregel mank. Het is eenvoudigweg weer eens iets dat door mijn hersenpan naar voren wordt gebracht en waar ik niet anders kan doen dan daar beduusd naar te gaan kijken. Neen, ik kijk in de regel niet van mijn zinnen op. Hooguit wanneer ik mijn zinnen op iets heb gezet, komen er geen wijsheden uit mijn mond. Laat staan dat ik ergens voor ga. Waar komt deze zin dan vandaan” Niet zomaar van nergens, maar wel degelijk uit ergens. Neen, er bestaat geen vakbond voor ouderen. Neen, er bestaat geen Collectieve Niet Arbeids Overeenkomst voor Senioren, in het verleden ondergebracht onder de noemer van bejaarden. Zelfs de vijfenzestigjarige leeftijdsgrens is door de tijd achterhaald. Geen lintje bij een veertigjarig ambtsjubileum wordt meer uitgereikt. De leden van verdienste die Koninklijk worden onderscheiden zijn niet meer te tellen. Zilver en goud hooguit. Het maatschappelijk engagement wordt de hemel in geprezen en personen die zich voor een vereniging verdienstelijk hebben gemaakt kunnen door anderen worden voorgedragen. Hetgeen de vraag actualiseert in welke mate ik mij verdienstelijk heb gemaakt. Ik deed in ht verleden mijn werk met een bepaalde ziel en zaligheid. Werd ter verantwoording geroepen wanneer ik ietwat buiten de norm bezig was, mij niet altijd conformeerde aan wat gebruikelijk was en mijn verantwoordelijkheid in grote mate op mijn eigen bordje deponeerde. En momenteel heb ik niet veel meer te doen dan mezelf bezig te houden, vriendschappen te bestendigen en met welk een gemak ik me nog steeds kan verbazen. En juist door die verbazing kom ik geregeld tot de ontdekking dat dat eerder aangegeven eiland ook nog eens op mij van toepassing blijkt te zijn.

Natuurlijk ook ik heb weleens een vlieg kwaad gedaan. Dood gemept dan wel dood geslagen. Eenvoudigweg omdat dit wezen mij hinderde. Irritant om mijn hoofd heen vloog, dan wel onbestendige rondjes in de huiskamer voor zijn rekening nam. Natuurlijk heb ook ik weleens andere mensen beledigd. Ze uitgescholden. Voor paal weten te zetten. Ze bewust heb lopen negeren. Natuurlijk ben ik geen haar beter dan dat anderen zijn. Nam ik mij zaken voor, die ik even later weer vergeten was. Leed ik op dat moment aan een selectief geheugen, probeerde ik zaken naar mijn hand te zetten. Horen, zien en zwijgen is ook mij niet vreemd. En het excuus dat ik ‘ook maar een mens ben’, van stal gehaald wanneer de situatie dit toeliet. Bewust de noemer gebruikt dat ik waarschijnlijk onbewust deed dan wel handelde. Het is vandaag ook weer eens een bewust niemendalletje. Bewust zeg ik dit keer. Het heeft dan ook te maken met de afgelopen dagen. Meer dan voldoende prikkels om weer eens lichtvoetig over na te denken. Daar bewust wat meer stilte blijven staan. En ook de rechterlijke uitspraak omtrent het einde wanneer er sprake is van een voltooid leven de tijd en de rust te gunnen om te kunnen bezinken. Want dat bezinksel juist in dit soort zaken tegen het licht dient te worden gehouden… dat staat, wat mij betreft, buiten kijf!
Laatste 15 Reacties