Liederlijke Victor…

Je hebt ze in soorten en maten: enge mannen, vieze mannen, boze buurmannen, klonen van Frankenstein om over die gebochelde maar te zwijgen. Er is een nieuwe ondersoort opgestaan: liederlijke personen. Ik kwam dat tegen in een interview van Fred Hoogendoorn dat hij had met de lijsttrekker van OPA, hetgeen staat voor Onafhankelijke partij Alkmaar. Je moet er maar opkomen en zij komen daar al vier jaar mee weg. En dan doel ik op het stelletje dat als wethouders niet alleen de tafel maar ook het bed schijnt te delen. De een als Wethouder van Kaas, de ander als Wethouder van Cultuur. En een culturele kaas gaat mij geregeld boven de pet, alhoewel ook die pet die ons allen schijnt te passen niet als mijn hoofddeksel door het leven gaat. Natuurlijk heb ook ik menig steen geworpen (dat van die zonde!), heb ik scheve schaatsen gereden, liederlijke taal uitgekraamd, mijn bewustzijn wel eens op een ander plan gezet, heb ik me nooit van bestuurlijke taken gekweten en kan ik niet worden aangezien voor een notabele hooguit als een voormalige psychiatrisch verpleegkundig docent in ruste anderen op het zijn van ‘die anderen’ onderwezen en heb ik me ook weleens over grenzen heen bewogen die momenteel als grensoverschrijdend worden gezien, me weleens vol gegoten met drank om in kennelijke staat van ontbinding mijn bedstee op te zoeken, dubbel gezien terwijl ik geen bril draag, maar wanneer de interviewer onze Victor met de volgende omschrijving confronteert, ben ik toch geneigd om juist deze vraag naar voren te brengen: – ‘U staat in de stad en zeker in de binnenstad bekend als een wat liederlijk persoon. Lang leve de lol, altijd bereid om een feestje mee te vieren, niet vies van een biertje, een graag geziene gast in cafes. Interesseert dat imago u iets, kan het u iets schelen wat ervan wordt gedacht” “Natuurlijk interesseert het me wel wat mensen ervan vinden. Maar ik praat ook met heel veel mensen als ik daar ben. Bovendien, de laatste tijd ben ik wat minder daar en wat vaker in Amsterdam.” Ongetwijfeld zal daar een bepaalde anonimiteit een rol in kunnen spelen, maar wie ben ik om daar een oordeel over te vellen. Echter wanneer de volgende vraag naar voren komt wordt het toch wel wat interessanter: – Hoe staat het dan met de voorbeeldfunctie die u heeft als openbaar bestuurder” “Je kunt twee kanten op redeneren in zo’n verhaal. Ik loop rond in de stad als ik daar zin in heb. Dan ga ik ergens eten, ergens uit en doe ik dingen die ik heel erg leuk vind. Je kunt ook denken: ik ga nooit meer ergens heen en dan zeggen ze dat je er nooit meer bent terwijl je er altijd wel was. Ik blijf een beetje dingen doen die ik altijd heb gedaan. Ik vind er niks mis mee om in een informele sfeer met mensen te praten.” Nee, laat Victor maar aan de kaasweg blijven timmeren, laat Victor de economische kant van deze stad maar behartigen en kijk niet vreemd op wanneer straks Andre van Duin de eerste Kaasbel van dit seizoen gaat luiden, Victor met Kop en schouders deel uitmaakt van het gezelschap dat dan weer op de foto gaat…