keuvelen

Noem het geenszins inspiratie. Noem het donkere gedachten. Noem het, voor even, een neerslachtige overdenking. Noem het een vorm van duister kijken. Noem het zoals het er staat. En laat daar dan weer JUW eigen gedachten mee aan de haal gaan. Want als je er even de tijd voor neemt is dit een enigszins bizar verhaal. Precies zoals dit hier staat. Want…
geregeld zit ik mezelf in de weg. En baal ik van onterechte opmerkingen. Gewoon gezeik. Vooral in het kader van de ander. Zoals de ander mogelijke ‘schuld’ op het bord van de een weet te schuiven. En dan de ultieme vraag stelt of ik vandaag wel ‘goed in mijn vel stak.’ De absurdheid die deze vraag weet te suggereren. Want daar ging het mank aan. De suggesties die ik wist aan te geven en het dwingende advies wat de ander verstond. Waardoor de ‘schuld’, niet zo bedoeld, maar wel als zodanig uitgesproken, voor een financieel offer zorgdroeg.
Netwerken. Investeren. Een bepaalde mate van ondernemerschap. Terwijl ik levenslang een ‘loonslaaf’ ben geweest. Daar mijn eigen wegen van verantwoordelijkheid heb ondervonden. Daar tegen grenzen ben aangelopen en over grenzen ben gegaan. Beticht ben van ‘niet professioneel handelen’ en ‘grensoverschrijdend gedrag.’ Van het betamelijk onbetamelijke. Vanwege de voorbeeldfunctie die ik ook nog mocht vertegenwoordigen. Maar waar ik me probeerde aan te onttrekken. Simpelweg omdat er ook nog een nieuwsgierig mens in mij school. Of liever gezegd schuilgaat. En dan de discussie oplaait. Bijkans te vuur en te zwaard standpunten naar voren worden gebracht. En navenant worden verdedigd. En dat alles onder de noemer van een ‘leerproces.’

Is dit de weg die mijn geest kan gaan bewandelen” En neem ik dan voor mijn gemak mijn lichaam maar mee” Gaan lichaam en geest vanzelfsprekend in elkaar over” Vloeiend” Of dien ik nog enige zorgvuldigheid te betrachten” Omdat de mate van zorgvuldigheid niet immer vanzelfsprekend aanwezig is. Het lijkt alsof systemen vloeiend in de andere systemen overgaan en al die systemen, op een bijkans goddelijke manier, constant op zoek zijn naar dat evenwicht.

Een biologisch evenwicht. Een statisch evenwicht. De dynamiek van de slinger. De balans. Ook ik ben mensen tegengekomen die de flarden van hun lichaam en de mate van zijn bij elkaar moesten rapen. Om nog iets van menselijkheid tentoon te kunnen spreiden. En ik prijs mij gelukkig. Omdat alles wat zichtbaar kan zijn nog zichtbaar is. Mijn kop met een stuk verruiging. In de vorm van mijn haar. Mijn baard die ook weer de gelegenheid krijgt om een accent aan te brengen. Anders dan op mijn id. Anders ook dan op mijn bijgestelde rijbewijs. Met die code. 100. Het nummer dat ik had op D & B. Voordat ook dit aan verandering onderhevig was.
Want het zijn juist die veranderingen die ervoor zorgen dat er weerklank kan gaan plaatsvinden. Kijk om JU heen en zie de natuur die eigen wetmatigheden volgen. Ook daar valt niets tegen in te brengen. Gras dat kwijnt. Bladeren die door de wijk heenklepperen. Bij elkaar schuilen. Blad wat bergen vormt. En een veger die, motorisch, blad wegwerkt. Een grote bladzuiger.
Een grote mate van overlast kan gaan bezorgen. Zoals mijn eerste woorden. Overlast.
In mij stroomt lichaamssap. Weelderig voor een deel, op een ander moment in staat van verdorring. Om een naderend verval te accentueren. Om de juiste boodschap over te brengen. De remming. De versnelling. De stilstand. Rust”!

En het genieten daar dan van. Juist door de tijd te nemen om die ogenschijnlijke stilstand op JU in te laten werken. De rust. En de ruimte onder ogen te komen. In een tijd die zich niet anders laat omschrijven dan de tijd van hiervoor. En waarschijnlijk ook van de tijd hierna.
Omdat doorgaan en verandering inherent zijn aan elkaar. De doorgaande verandering.
De omgekeerde strijd, de lust en de last, de kommer en de kwel. Alleen dat laatste staat meer naast elkaar dan tegenover haar. Maar ik spreek met woorden uit mijn verleden. En ben niet te beroerd om dit nog eens te herhalen. Doe dat dan ook. Met liefde!
De opmerking die JU maakt als de spiegel JU de tijd voorschotelt. De rimpels. De plooien. De kleuren. De ongekende littekens. Van de tijd. Van alles wat het leven JU te bieden had. En waar JU van hebt genoten. Of de zaken die JU ergens verstopt hebt. Om ze te laten rusten. Of om te vergeten. Of om ze te wissen. Ook dat vergt energie. Ook daar hebben de systemen in JU een rol in gespeeld. Of spelen daar nog een rol in”
Geen berusting. Aanvaarding is een betere duiding. Plaatsing misschien nog wat duidelijker. Want als de dingen een plekje krijgen ergens in JU komt er, bijna automatisch, weer ruimte.
Voor de verandering. Voor de nieuwlichterij. Voor een andere kijk. Op de tijd. Op zijn. Op alles wat zich voordoet.” Mooi toch”!
Luister naar de klop, plek en geniet. Zo zwaar zullen deze woorden vandaag niet vallen.
KLOP
Verwoeste stad
mijn lichaam
hol orgaan
waarin de leegte
welig tiert
mijn levensstroom
aderen stoppen
te kloppen
op de toegangsdeur
mijn geest
wordt bruusk door
de laatste klop
verbroken.

‘SinteMaarten MikMak, je moeder is een dikzak, je vader is een duntje, geef me een peperemuntje!’ ’12 november is de dag, dat de tandarts boren mag. 11 november woei mijn lichtje, woei mijn lichtje, 11 november was de dag dat mijn lichtje zomaar lag(t).’
Laatste 15 Reacties