Oh, oh Den Haag…

Geen schoolplein dit keer. Wel een plein. Een verlate wandelaar begeeft zich op weg naar een volgende poort. Een statige poort. Zo statig dat het geluid van paardengetrappel en het zingen van metalen wielen zich voordoet. Een Audi zoeft door de poort. De koetsier laat zich niet zien. De ramen zijn ietwat geblindeerd. Een Mercedes en een Volvo doen er het wachten toe. Het plein is weer verlaten. Nog iets verder is een man zichtbaar. Gestoken in wielrenner tenue. Achter zijn fiets hangt een bagagewagentje. Een eerzame vader of een koerier met stapels dossiers. Ik heb geen flauwe notie. Een groep jongelingen steekt over. Ook zij worden digitaal vastgelegd. Dit keer staat de man met de hengel er wat verloren bij. Geen geluid wat valt op te pikken. Geen luid gillende kinderen. Elders een reportageploeg die het pand verlaat. Een Subaru Forester wordt volgeladen. Kisten met materiaal kenmerken de werkzaamheden die zij achter de rug hebben. Een bode doet hen uitgeleide. Een deur valt in het slot. Het plein is weer verlaten. De redenen en de omstandigheden late zich raden. Heeft een interview met een politicus voor voldoende ophef gezorgd. Zal het journaal hier nog de nodige aandacht aangeven. Wordt hier, achter onvermoede schermen, het spel van de macht gespeeld” Hoe vaak hebben deze muren intriges kunnen verbergen. Is die winnende foto van Mark, Maxime en Geert wel terecht de foto van het jaar. Genoeg om een zilveren camera te kunnen dragen” Het doet recht aan de fotograaf. Maar of het ook recht doet aan het landsbelang is een geheel andere. Daar kan ik me niet over uitlaten, hoewel…

Wij deden wat en reden wat. Vertoefden in Musea. Wierpen geen blik op de veronderstelde duinen. Wierpen daarentegen wel een blik op werken van Mondriaan, van der Leck, Doesburg, Vermeer, Saenredam, Rembrandt en ene Potter. Bijna had ik hem op mijn toestel die stier die nietsvermoedend mijn richting op keek. Maar toen sprak zij. ‘Het is niet toegestaan om…’ en zit die stier nu in mijn hoofd. En stond ik toch even van dat schilderij te kijken. Want vraag mij niet waarom, maar ik had me dat schilderij aanmerkelijk kleiner voorgesteld. Zoals ik Victory Boogie Woogie weer een stuk groter had voorgesteld. En dat viel door de grootte van die zaal weer wat tegen. Zodat ik maar een fragment heb uitverkoren. Als tegenhanger voor mijn imaginaire voorstellingen. De allegorieën waarop wij getrakteerd werden. En de soepele strakheid van H.P. Berlage. Den Haag dus. Waar de bel van die Haagse tram het onderspit heeft gedolven. Geen ’teeeering’ wat door de straten huilt. Eigenlijk een bescheiden vorm van signaalvoering voert.

Waar bescheidenheid een oude deugd is. En waar plat Haags door Haagse Harie tot leven is gewekt. In een uitverkoren taal wordt omgezet. Onverstaanbaar voor een buitenstaander, verstaanbaar voor hen die Haags weten te verstaan. En waar de Passage zich schikt in de buurt van de Haagse Bluf. Waar de firma Akkerman met een drietal medewerkers de patroon ondersteunt. Waar vulpennen worden gekoesterd voor het luttele bedrag van zo’n 3.500 euro. En waarbij opvalt dat de hand van een gemiddelde reus nodig is om dat schrijfwapen over het papier heen te jagen. Want dat er dan ook nog mee geschreven zou kunnen worden, is een geheel andere vraag. Het de Majesteit heeft behaagt om die firma, in 1910 opgericht, in 2010 bij Koninklijke Beschikking tot hofleverancier uit te roepen. En het ontlokte Jan de opmerking dat ik misschien beter vulpennen had kunnen gaan verzamelen, in plaats van treinen. Al was het alleen maar omtrent de ruimte die deze innemen. Het slechts de prijzen zijn die mij weerhouden. Maar ze lagen er wel. In alle toonaarden. En voor de rest: geen klant in de zaak, geen belangstellende die de etalage aanschouwde, slechts een tweetal stedelingen die een blik wierpen op het simpele Den Haag. Die de beul uit Haarlem charterden om het beulszwaard dan wel de galg te bedienen. Simpelweg omdat Den Haag geen stad is. Geen stadsrechten kent. En de Gevangenpoort geen gevangenis was. Een opbergkot, waar mensen werden geëxamineerd. Door een Rechtbank. Met vijftien man op de eerste etage werden gehouden. En waar de geuren van de begane grond het water en brood iets van een gezonde marteling gaven. Want martelen mocht men. Pijnigen ook. Om die bekentenis uit de mond van de betrokkene te horen. Zodat de man uit Haarlem weer zijn werk kon doen. Het galgenveld weer gevoed werd. En het pedagogisch geweld van de Middeleeuwen zijn gang kon blijven gaan. Waar die van Oldenbarnevelden tegen het gepeupel aanliepen. Gelyncht werden. Doodgemarteld. Doodgeslagen. Raadsheren van de Hollanden. Regenten en edelen vaak onder eenzelfde deken te vinden waren. En waar geld ook toen al een bekende aflaat was. Ach, zoveel is in de loop van de tijd niet verandert. Gaat Jan Bennink bij Sara Lee 8 miljoen dollar verdienen. Weet hij ternauwernood weg met de 80 miljoen van die eerdere verkoop en kan het haast niet anders dan dat Egbert Douwe Douwe Egbert verzoekt uit de bedstee te komen. Toen bedden nog veel kleiner waren. Toen mensen bang waren om liggende de dood tegemoet te treden. Toen slapen halfzittend plaatsvond. En de gemiddelde Hollander niet veel groter was een 1.50 meter. Kom daar nog eens om. Als groot Vriendelijk Duimpje!

En Charles wil ik nog even noemen. Charles, niet alleen een getalenteerd ontwerper van tuinen, een hovenier pur sang maar ook een dichter die in staat is om zijn wijsheid met ons te gaan delen. Poëzie pur sang! Een AANRADER!
Een pad. Een straat. Een plein. Een pleintje…
Ik ben er weg van!
Laatste 15 Reacties