School's out
Al zeg ik het zelf…
Ik kon het altijd wel leuk vertellen. Nam mezelf veelal als uitgangspunt en probeerde van
daaruit de zaken te beschouwen, te relativeren, mezelf te relativeren. Stak nog een peukie
op en dacht er dan het mijne van. Soms was ik wat gedachteloos, tenminste, dan kon ik
niet bij mijn eigen gedachten komen. Alsof ik wat van mezelf was weggeraakt, naar mijn
eigen gedachten op zoek was en daardoor vol van gedachten wat ik weer als gedachteloos
omschreef. Vaak was ik er wel bij; waar ik dan bij was” De grote afwisseling tussen zijn
en denken en niet zijn. Een soort van tussenstation, in een tocht van het een naar de
ander, van zinnen en van zijnen. Een tussenzijn. Een plek die zich wel laat omschrijven,
maar moeilijk laat zien. Een beleving als een ware onwaarheid. En toch een waarheid,
weliswaar mijn waarheid. Nu doet zich een vergelijkbare situatie voor, alleen niet in
mijn gedachten maar in de realiteit. Nu valt er minder te overwegen, te filosoferen
dan wel af te wegen. Nu is er weinig sprake van een ‘wikken & wegen’ omdat
‘omstandigheden’ een grotere rol zijn gaan spelen. Geen ‘alsen en stellen’ meer, geen
grote hypotheses maar simpelweg feiten, gegevens en mogelijk conclusies die een
richting aangeven, als het ware een pad laat zien door te voorspellen. Wat is re”el”
Wat zijn mogelijke opties” Waar liggen de mogelijkheden” Wat kunnen de beperkingen
zijn” Waar is er sprake van een balans” Wat blijkt realistisch” Wanneer kan er sprake
zijn van een paradox, van parallelle zaken onder diezelfde zon op een vergelijkbaar
moment gehuld in een wolkbreuk” Is het de mist die mijn gedachten verdampt, de zon
die mij de kleuren onthoudt, de momenten die mij ’s nachts uit mijn slaap naar wakker
doen verkeren” Is er wel sprake van een paradox of was daar altijd al sprake van”
Wat maakt deze vragen momenteel zo relevant, terwijl ze altijd al ergens in mijn
gedachten een rol speelden. De al eerder genoemde ‘omstandigheid”‘ Waarom komen
ze nu uit hun holletje en geef ik me over aan het ‘schuilhokkie’ blijven spelen”
Kan ik nog wel ‘schuilhokkie’ blijven spelen of neigt dit moment naar het ‘uur van de
waarheid”‘ Welke waarheid in welk uur” Kan ik niet beter wat gaan grasduinen in
andersoortige afleidingen” Wat schiet ik er eigenlijk mee op” Wil ik er wel wat
mee opschieten” Waarom zo moe en waarom gaap ik me een verrekte halsspier”
Leer ik nu pas te luisteren naar mijn lichaamssignalen, wat ik jarenlang niet
gedaan heb. Ik was toch baas over mijn lichaam! Ik maakte toch de keuzes om
daar niet altijd even juist mee om te gaan. Ik zag toch wel hoe of het zou gaan
lopen en dacht pas te gaan reageren als het zover zou zijn…
En nu is het zover! Nu moet ik opnieuw gaan afwegen! Maar dat hoef ik gelukkig
niet alleen te doen. Nu hoef ik het ook niet alleen voor mezelf te doen!
Nu doe ik het bewust niet alleen voor mezelf maar juist ook voor hen die ik zo
van belang acht! Nu doe ik het met een grotere hartstocht dan ik ooit voor
mogelijk heb gehouden. Maar dat kost wel verdomd veel energie,
energie die ik voor een ander moment als vanzelfsprekend beschouwde.
Ik kon het altijd wel leuk vertellen. Nam mezelf veelal als uitgangspunt en probeerde van
daaruit de zaken te beschouwen, te relativeren, mezelf te relativeren. Stak nog een peukie
op en dacht er dan het mijne van. Soms was ik wat gedachteloos, tenminste, dan kon ik
niet bij mijn eigen gedachten komen. Alsof ik wat van mezelf was weggeraakt, naar mijn
eigen gedachten op zoek was en daardoor vol van gedachten wat ik weer als gedachteloos
omschreef. Vaak was ik er wel bij; waar ik dan bij was” De grote afwisseling tussen zijn
en denken en niet zijn. Een soort van tussenstation, in een tocht van het een naar de
ander, van zinnen en van zijnen. Een tussenzijn. Een plek die zich wel laat omschrijven,
maar moeilijk laat zien. Een beleving als een ware onwaarheid. En toch een waarheid,
weliswaar mijn waarheid. Nu doet zich een vergelijkbare situatie voor, alleen niet in
mijn gedachten maar in de realiteit. Nu valt er minder te overwegen, te filosoferen
dan wel af te wegen. Nu is er weinig sprake van een ‘wikken & wegen’ omdat
‘omstandigheden’ een grotere rol zijn gaan spelen. Geen ‘alsen en stellen’ meer, geen
grote hypotheses maar simpelweg feiten, gegevens en mogelijk conclusies die een
richting aangeven, als het ware een pad laat zien door te voorspellen. Wat is re”el”
Wat zijn mogelijke opties” Waar liggen de mogelijkheden” Wat kunnen de beperkingen
zijn” Waar is er sprake van een balans” Wat blijkt realistisch” Wanneer kan er sprake
zijn van een paradox, van parallelle zaken onder diezelfde zon op een vergelijkbaar
moment gehuld in een wolkbreuk” Is het de mist die mijn gedachten verdampt, de zon
die mij de kleuren onthoudt, de momenten die mij ’s nachts uit mijn slaap naar wakker
doen verkeren” Is er wel sprake van een paradox of was daar altijd al sprake van”
Wat maakt deze vragen momenteel zo relevant, terwijl ze altijd al ergens in mijn
gedachten een rol speelden. De al eerder genoemde ‘omstandigheid”‘ Waarom komen
ze nu uit hun holletje en geef ik me over aan het ‘schuilhokkie’ blijven spelen”
Kan ik nog wel ‘schuilhokkie’ blijven spelen of neigt dit moment naar het ‘uur van de
waarheid”‘ Welke waarheid in welk uur” Kan ik niet beter wat gaan grasduinen in
andersoortige afleidingen” Wat schiet ik er eigenlijk mee op” Wil ik er wel wat
mee opschieten” Waarom zo moe en waarom gaap ik me een verrekte halsspier”
Leer ik nu pas te luisteren naar mijn lichaamssignalen, wat ik jarenlang niet
gedaan heb. Ik was toch baas over mijn lichaam! Ik maakte toch de keuzes om
daar niet altijd even juist mee om te gaan. Ik zag toch wel hoe of het zou gaan
lopen en dacht pas te gaan reageren als het zover zou zijn…
En nu is het zover! Nu moet ik opnieuw gaan afwegen! Maar dat hoef ik gelukkig
niet alleen te doen. Nu hoef ik het ook niet alleen voor mezelf te doen!
Nu doe ik het bewust niet alleen voor mezelf maar juist ook voor hen die ik zo
van belang acht! Nu doe ik het met een grotere hartstocht dan ik ooit voor
mogelijk heb gehouden. Maar dat kost wel verdomd veel energie,
energie die ik voor een ander moment als vanzelfsprekend beschouwde.
Die vanzelfsprekendheid ben ik kwijt!
Nu beschouw ik dit toch wat meer als een geschenk!
En hoewel ik niets meer moet, moet ik één ding wel: op dit geschenk heel zuinig zijn!
13-07-’08
Nu beschouw ik dit toch wat meer als een geschenk!
En hoewel ik niets meer moet, moet ik één ding wel: op dit geschenk heel zuinig zijn!
13-07-’08
Dat kan ik dus. Het prachtig neerschrijven en daarna weer vergeten.
Althans, zo kijk ik nu naar deze woorden. Geschreven toen er, ogenschijnlijk, het een
en ander aan de hand was. Want ik bevond me toen al in de positie waar ik nu nog
steeds relatief wrange vruchten van pluk. En ik nam me voor: het heeft er veel van
dat het geheel ook bij dit voornemen is gebleven. Toen was het juli: nu loopt december
2009 langzaam naar de wisseling toe. En dan moet het mij van het hart dat niet alleen
mijn leven een andere wending heeft genomen: ook alle andere levens zijn gaan wenden.
Op zoek gegaan naar een andere koers op geleide van de wind.
Of de omstandigheid. Of om de zon in de verte te zien schitteren.
Om zonnetjes te schieten desnoods.
Nog steeds de neiging om zelf verschillende wielen uit te gaan vinden. Me niet geheel
te verlaten op de idee”n van de ander. In zekere zin nog steeds de waanzin om de
dingen zelf te blijven doen. De illusie van de eigen ontdekking. En juist deze illusie
te bestendigen. Alsof het bijkans niet anders kan. Of dat ik het niet anders zou kunnen.
Een vorm van een pad wat niet geheel van licht kan worden voorzien. De dagelijkse
omstandigheid. De wekelijkse voorspelbaarheid. En het uitzicht op de maandelijkse
afschrijvingen. De bijschrijvingen en het missen van de verrassing.
Een mate van bewustwording alleen in een andere verpakking. Iets wat een deel van
de glans heeft ingeleverd. Een boek wat in een tweedehands verpakking opnieuw
geschonken wordt: en het idee een groot deel van de inhoud al te kennen.
Ook dat typeert momenteel mijn leven: de inhoud die zich niet alleen voor een groot
deel laat voorspellen maar waarbij de factor verrassing verrassend weinig van zich
doet horen.
Althans, zo kijk ik nu naar deze woorden. Geschreven toen er, ogenschijnlijk, het een
en ander aan de hand was. Want ik bevond me toen al in de positie waar ik nu nog
steeds relatief wrange vruchten van pluk. En ik nam me voor: het heeft er veel van
dat het geheel ook bij dit voornemen is gebleven. Toen was het juli: nu loopt december
2009 langzaam naar de wisseling toe. En dan moet het mij van het hart dat niet alleen
mijn leven een andere wending heeft genomen: ook alle andere levens zijn gaan wenden.
Op zoek gegaan naar een andere koers op geleide van de wind.
Of de omstandigheid. Of om de zon in de verte te zien schitteren.
Om zonnetjes te schieten desnoods.
Nog steeds de neiging om zelf verschillende wielen uit te gaan vinden. Me niet geheel
te verlaten op de idee”n van de ander. In zekere zin nog steeds de waanzin om de
dingen zelf te blijven doen. De illusie van de eigen ontdekking. En juist deze illusie
te bestendigen. Alsof het bijkans niet anders kan. Of dat ik het niet anders zou kunnen.
Een vorm van een pad wat niet geheel van licht kan worden voorzien. De dagelijkse
omstandigheid. De wekelijkse voorspelbaarheid. En het uitzicht op de maandelijkse
afschrijvingen. De bijschrijvingen en het missen van de verrassing.
Een mate van bewustwording alleen in een andere verpakking. Iets wat een deel van
de glans heeft ingeleverd. Een boek wat in een tweedehands verpakking opnieuw
geschonken wordt: en het idee een groot deel van de inhoud al te kennen.
Ook dat typeert momenteel mijn leven: de inhoud die zich niet alleen voor een groot
deel laat voorspellen maar waarbij de factor verrassing verrassend weinig van zich
doet horen.
Geen trein die meer vertraging heeft, geen metro
die uitvalt en geen onverwachte controles die aanleiding kunnen zijn om niet alleen
mijn hartslag te versnellen, maar ook een aanslag doen op de portemonnee:
de bon die wordt uitgeschreven of het spel te spelen van de onschuld.
Twee strippen afstempelen terwijl er onduidelijk wordt aangegeven wanneer een
zonegrens wordt overschreden. De dagelijkse gang der dingen. De tijd die ik kwijt
was om onderweg te zijn. De trappen die ik afdaalde en de roltrap die het af laat
weten. Of de lift die zich verheugt op de mop die de vloer dweilt, de attente
beheerder die de lift weet vast te houden. De zuchten waarmee mede liftgebruikers
zich omhoog laten zoeven; het werk dat wacht.
Het koffieapparaat dat het af laat weten: niet op tijd is bijgevuld. Of een pasje
wat zich niet laat vinden: op de balie van de receptie op de eigenaar ligt te wachten.
Het met een tweetal bekertjes door de gang heenlopen: het morsen onderweg door
een onverwachte botsing. Het goede morgen wat gemompeld wordt: als er nog een
goede morgen gemompeld wordt.
Het systeem wat berichten uit de ether heeft geplukt: het dagelijkse nieuws.
De voorspelbare lestijden: alles tussen kwart voor negen en kwart over vijf.
De uitval die voor inval kan gaan zorgen: de organisatie die vraagt dat iedere
mogelijke betrokkene op de onmogelijkste posities van veranderingen op de
hoogte zijn. Op de hoogte worden gesteld: een lokaal wat onbruikbaar is en
waarbij een vorm van eigen initiatief bijkans in de kiem wordt gesmoord.
De opmerking dat: ‘wanneer iedereen maar doet wat hem of haar goeddunkt, dit een
averechts effect heeft op de totale organisatie.’ Het hele systeem de soep in draait:
het koffieapparaat niet veel meer dan soep met een luchtje aan kan bieden.
Soms ook met het kleurtje rood: een week lang tomatensoep.
die uitvalt en geen onverwachte controles die aanleiding kunnen zijn om niet alleen
mijn hartslag te versnellen, maar ook een aanslag doen op de portemonnee:
de bon die wordt uitgeschreven of het spel te spelen van de onschuld.
Twee strippen afstempelen terwijl er onduidelijk wordt aangegeven wanneer een
zonegrens wordt overschreden. De dagelijkse gang der dingen. De tijd die ik kwijt
was om onderweg te zijn. De trappen die ik afdaalde en de roltrap die het af laat
weten. Of de lift die zich verheugt op de mop die de vloer dweilt, de attente
beheerder die de lift weet vast te houden. De zuchten waarmee mede liftgebruikers
zich omhoog laten zoeven; het werk dat wacht.
Het koffieapparaat dat het af laat weten: niet op tijd is bijgevuld. Of een pasje
wat zich niet laat vinden: op de balie van de receptie op de eigenaar ligt te wachten.
Het met een tweetal bekertjes door de gang heenlopen: het morsen onderweg door
een onverwachte botsing. Het goede morgen wat gemompeld wordt: als er nog een
goede morgen gemompeld wordt.
Het systeem wat berichten uit de ether heeft geplukt: het dagelijkse nieuws.
De voorspelbare lestijden: alles tussen kwart voor negen en kwart over vijf.
De uitval die voor inval kan gaan zorgen: de organisatie die vraagt dat iedere
mogelijke betrokkene op de onmogelijkste posities van veranderingen op de
hoogte zijn. Op de hoogte worden gesteld: een lokaal wat onbruikbaar is en
waarbij een vorm van eigen initiatief bijkans in de kiem wordt gesmoord.
De opmerking dat: ‘wanneer iedereen maar doet wat hem of haar goeddunkt, dit een
averechts effect heeft op de totale organisatie.’ Het hele systeem de soep in draait:
het koffieapparaat niet veel meer dan soep met een luchtje aan kan bieden.
Soms ook met het kleurtje rood: een week lang tomatensoep.
En dat op derde kerstdag: maar op naar de maandag wanneer
het systeem weer begint te draaien: maar niet voor de scholen!
Die doen er nog een weekje over! En ik”!
het systeem weer begint te draaien: maar niet voor de scholen!
Die doen er nog een weekje over! En ik”!
Ga door naar een volgende bladzij waar ik voor dit moment ook stop!
Laatste 15 Reacties