drie groene eikels

Wij waren in Medemblik. Medemblik kende ooit een Gesticht. Een Rijkskrankzinnigengesticht.
In 1923 kwam het op ietwat geruisloze wijze in handen van de Provincie.
Het werd als Provinciaal Ziekenhuis in 1967, nadat de laatste patiënten en personeelsleden naar
‘Duin & Bosch’ waren overgebracht, gesloten. Wij zagen het voormalige hoofdgebouw.
En wij bezochten Kasteel Radboud. Een voormalige dwangburcht.
Gelijk het Gesticht een vergelijkbare instelling was.
Met een versterkte afdeling. Met een cellengang. De ‘cellengang’ kon ieder geweld doorstaan
uitgezonderd de tand des tijds. Met 15 isoleerkamers. En de versterkte afdeling”
Geen ledikanten of kribben. Als bed had men een gemetselde cementen bank 10 cm boven de vloer.
Op deze ‘onderstukken’ legde men het beddengoed. En het spreekt natuurlijk vanzelf, dat alle
(uiterst zware) meubelstukken hecht aan de vloeren en wanden verankerd waren.
’s Nachts liet men de rolluiken neer voor de ramen van de cellen.
Deze werden op de zolder boven de gang bediend…

Wij waren in Medemblik. Jan, Barth en ik. In het West-Friese land. En zagen de foto’s van toen.
Ik kan nu niet anders dan een geschrift uit een andere tijd tevoorschijn plukken. Over iets wat
mij na aan het hart ligt: psychiatrie. En of dit niet zo gek is”
In Enkhuizen kan het nog gekker. Want wie schreven daar niet op ramen en wanden”
Namen van gekte kunnen slechts illustreren…

20091229-1262123511N2912enkhuizen685

In wezen kom je dan bij de kern van de zaak n.l. de vraag: “Besta ik”” Door het gegeven dat
de ander in staat is deze zin te lezen c.q. aan te horen en er op wat voor manier dan ook
antwoord op te geven, vindt er gelijktijdig een bevestiging plaats van deze, zojuist gestelde, vraag.
Gelijkertijd begint dan de tweeling weifel en twijfel de kop op te steken. De wereld en het leven
zijn een abstracte realiteit evenzo de droom, fantasie of illusie. Het zijn, ook weer gelijktijdig,
elkaars antipoden, wat zich, verklaarbaar, voordoet in het gegeven Noord- en Zuidpool.
Daartussen bestaan individuen, wezens die deze aarde heeft voortgebracht. Wezens die tijdelijk
deel uit maken van een totaal proces dat wij, mensen, trachten te verklaren door de term
evolutie te gebruiken. Wij zijn, sterker nog, ik ben en met mij zijn zovelen.
Zij, net zo goed als ik, kenmerken zich door, individueel, te zijn. De vraag of wij zijn, wordt
bevestigd door het zijn van de ander. Zij die niet zijn, hebben, in het verklaarbare gegeven
van de Grootste Gemene Deler, afstand genomen van dit gegeven, door welke (on-)verklaarbare
oorzaak ook. Toch zijn ook zij er en wil ik, om persoonlijke redenen, niet om dit gegeven heen.
Ik werk in een gekkenhuis en door dit gegeven weet ik dat ik besta.
Als “zij” zich niet meer laten benoemen houd ik op te bestaan.

Dan kan ik altijd nog putjesschepper worden, want, volgens velen, praten putjes niet terug!

Wik. / 29-12-2009.

20091229-1262123623N2912enkhuizen690
En een ‘speciaaltje’ voor Jan!