"Qui ultimus egredietur lucernas exstinguito."
Eenendertig december tweeduizendennegen. Tweeduizend en 9.
Op naar een volgende wisseling. Een wisseling van de negen.
Op naar de tien. 2010. Tijd. En snelheid.
Nog wat te melden!”
Op de valreep is het niet veel meer dan de herinnering.
Een blik in het verleden. Een schuin oog naar de toekomst.
Maar meer nog in het nu. Het moment.
En de afweging van het straks.
Niet dat het straks zoveel ruimte biedt om af te wegen.
Of te overwegen. Meer nog stil te staan. In dit moment.
Het verleden te laten voor wat het is.
De toekomst voor je uit te schuiven.
Of mogelijk de dingen te laten rusten.
Ze te laten zijn voor wat ze zijn.
Het bekende is wat was is geworden…
Ik ben. Zoals ik ben, ben ik alleen.
Alleen ben ik. Alleen ben ik niet. Wij zijn met allen.
Ik ben met alleen. Allen en ik.
Het scheelt maar een enkele letter.
Op die manier omschrijf ik werelden. Werelden van verschil.
Werelden van eenvoud. Eenvoud in mijn wereld.
Eenvoud in de wereld. Tenminste voor even. Eenfout.
En ook weer de drempel van verschil. Door tijdzones.
Door de tijd. Als verschijnsel.
En in die tijd zijn wij verschijnselen.
Ja, tijdverschijnselen. Een tijdverschijnsel.
Op zijn en blijven toost ik graag.
Ik ben. En ik blijf. In welke hoedanigheid…”!
LICHTVAL
In het eindeloos
verlangen, jacht
op tederheid, geluk
de kamer met
herinnering
behangen
vloekt de kleur
van de gordijnen
waar het licht
zijn weg in vond
de jacht op
de herinnering
verstomd.
IN
het licht
van zijn
valt te bezien
of
zijn zo
licht valt.
Het water gaat er anders dan voorheen.
De stroom van een rivier hou je niet tegen.
Het water vindt altijd een weg omheen.
Misschien eens gevuld door sneeuw en regen,
neemt de rivier mijn kiezel met zich mee.
Om hem dan glad en rond gesleten,
te laten rusten in de luwte van de zee.
Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde.
Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten,
ik leverde bewijs van mijn bestaan.
Omdat, door het verleggen van die ene steen
de stroom nooit meer dezelfde weg kan gaan.
Wijlen Bram Vermeulen: de steen songtekst.
kan ik een vis tekenen
zo sprekend echt
dat hij in mijn ogen
kan zwemmen
naar de overkant.
Stil nog even, zegt de vis
in zijn golfjes van zand
tegen de wind.
Stil, niet spreken nu
ik wil nog een even
blijven leven.
nog een integrale tekst aan dit geheel toe te voegen.
Het is (alweer!) een tekst van Ren” Diekstra getiteld:
Kijk vooral achterom
De eerste vraag is:
‘hoe zou uw leven eruitzien als u bepaalde dingen niet had gedaan”‘
Vervolgens:
‘hoe zou de wereld eruitzien als u bepaalde dingen niet had gedaan”‘
En als laatste:
‘en hoe zinvol is het om dit soort vragen te stellen”‘
Zo blijkt een ingang soms de uitgang terwijl een uitgang de ingang kan zijn.
Wie zichzelf niet ontwikkelt, vernietigt zichzelf.
En vernietigt de relaties waar die deel van uitmaakt.
Om ons zelf te zien zoals we waren en niet meer willen zijn.
succes bij de overgang en de
hartelijke groeten van
Wik
wil de laatste dan nu, om 23.59 uur, het licht uitdoen”
Laatste 15 Reacties